Handel in auto’s geen bron van inkomen; navorderingsaanslag 2016 vernietigd wegens ambtelijk verzuim

Handel in auto’s geen bron van inkomen; navorderingsaanslag 2016 vernietigd wegens ambtelijk verzuim

Gegevens

Nummer
2026/779
Publicatiedatum
19 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:2734
Rubriek
Winst
Relevante informatie

Belanghebbende drijft sinds 2011 een eenmanszaak gericht op de handel in auto’s, naast zijn werkzaamheden in loondienst. In de jaren 2011 tot en met 2017 behaalt hij met deze activiteiten uitsluitend negatieve resultaten, met sterk dalende omzetten en vanaf 2014, 2016 en 2017 zelfs geen omzet meer. In zijn aangiften IB/PVV voor 2016 en 2017 trekt hij negatieve resultaten uit onderneming af van het inkomen uit werk en woning. De inspecteur volgt aanvankelijk de aangifte 2016, maar besluit na een landelijke query tot nader onderzoek naar de bronvraag. In 2021 stelt de inspecteur dat de activiteiten vanaf 31 december 2015 fiscaal zijn gestaakt wegens het ontbreken van een objectieve voordeelverwachting en corrigeert de negatieve winstposten.

In geschil is of de inspecteur voor 2016 bevoegd is tot navordering, of de activiteiten in 2016 en 2017 een bron van inkomen vormen, en of de inspecteur beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden. Het hof oordeelt, in navolging van de rechtbank, dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat met de autohandel in 2016 en 2017 objectief gezien een voordeel viel te verwachten. De activiteiten leveren vanaf de start alleen verliezen op, zonder zakelijk perspectief op herstel, zodat geen sprake is van een bron van inkomen. Voor 2017 is de aanslag daarom terecht gecorrigeerd. Ten aanzien van 2016 stelt het hof echter vast dat de inspecteur bij het opleggen van de aanslag had moeten twijfelen aan de juistheid van het opgevoerde ondernemingsverlies, gezien de structurele verliezen in voorgaande jaren die uit het dossier blijken. Door dit niet te doen en geen nader onderzoek te verrichten, is sprake van ambtelijk verzuim, waardoor navordering niet is toegestaan. Het hof vernietigt daarom de navorderingsaanslag 2016.

(Hoger beroep gegrond.)