Nieuw feit rechtvaardigt navordering na verdwijnen voorziening stamrecht-BV

Nieuw feit rechtvaardigt navordering na verdwijnen voorziening stamrecht-BV

Gegevens

Nummer
2026/799
Publicatiedatum
21 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:3756
Rubriek
Inkomensvoorzieningen en pensioenen
Relevante informatie

Belanghebbende is dga van een bv die in 2001 is opgericht en in 2023 is ontbonden. In 2001 heeft belanghebbende een ontslagvergoeding ondergebracht in de bv als stamrecht. In 2002 is een lening verstrekt door de bv aan belanghebbende. De bv heeft tot en met 2015 een voorziening voor de lijfrenteaanspraak op de balans opgenomen, maar in de aangifte Vpb 2019 is deze voorziening niet meer vermeld en zijn alle activa en passiva op nihil gesteld. De bv heeft eind 2019 haar boekhouding afgesloten en zich afgemeld als belastingplichtige. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV 2019 de waarde van de aanspraak niet aangegeven. De inspecteur heeft na ontvangst van de aangifte Vpb 2019 een navorderingsaanslag opgelegd, waarbij de waarde van de voorziening in de heffing is betrokken. In geschil is of de inspecteur over een nieuw feit beschikt dat navordering rechtvaardigt en of de waarde van de lijfrenteaanspraak terecht tot het inkomen uit werk en woning over 2019 is gerekend. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag IB/PVV 2019 nog niet bekend was met het prijsgeven of afkopen van de lijfrenteaanspraak, omdat dit pas uit de aangifte Vpb 2019 bleek. De inspecteur mocht uitgaan van de juistheid van de aangifte IB/PVV en hoefde niet eerder te twijfelen aan de opgenomen gegevens. Daarmee is sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Voor wat betreft het moment van afwikkeling van de aanspraak overweegt de rechtbank dat de voorziening in 2015 nog op de balans stond en pas in 2019 is verdwenen, samen met het beëindigen van de bv en het tenietgaan van de vordering op belanghebbende. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat de afkoop of het prijsgeven van de aanspraak in een eerder jaar heeft plaatsgevonden. De inspecteur heeft daarom terecht de waarde van de voorziening tot het inkomen van 2019 gerekend.

(Beroep ongegrond.)