Geen indeling in bouwsector omdat montage spanplafonds als woningstoffering kwalificeert

Geen indeling in bouwsector omdat montage spanplafonds als woningstoffering kwalificeert

Gegevens

Nummer
2026/811
Publicatiedatum
26 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:2744
Rubriek
Sociale Zekerheid
Relevante informatie

Belanghebbende is een bv die sinds 2019 spanplafonds op maat levert en monteert, inclusief bijbehorende verlichting. De onderneming verkoopt deze plafonds uitsluitend inclusief montage in bestaande en nieuwe gebouwen. Bij oprichting is belanghebbende ingedeeld in sector 3 (Bouwbedrijf), maar na een indelingsonderzoek heeft de inspecteur haar per 1 januari 2020 ingedeeld in sector 17 (Detailhandel en ambachten). In geschil is of de werkzaamheden van belanghebbende moeten worden ingedeeld in sector 3 (Bouwbedrijf), zoals belanghebbende stelt, of in sector 17 (Detailhandel en ambachten), zoals de inspecteur stelt. Het hof oordeelt dat de werkzaamheden van belanghebbende niet zijn vermeld in bijlage 1 bij de Regeling Wfsv, zodat assimilatie moet plaatsvinden met de sector waarin de meest vergelijkbare werkzaamheden voorkomen. Het hof overweegt dat sector 3 (Bouwbedrijf) betrekking heeft op ruwbouw en constructieve werkzaamheden, terwijl afbouwactiviteiten, zoals het woningstoffeerdersbedrijf en het behangersbedrijf, zijn ingedeeld bij sector 17 (Detailhandel en ambachten). Omdat belanghebbende zich niet bezighoudt met ruwbouw, maar met het bekleden van plafonds met kunststofdoek, acht het hof de werkzaamheden het meest vergelijkbaar met het woningstoffeerdersbedrijf. De verwijzing van belanghebbende naar de werkingssfeer van de CAO-afbouw is niet relevant voor de sectorindeling. Ook het beroep op beleid van de inspecteur over systeemplafonds slaagt niet, omdat spanplafonds en systeemplafonds wezenlijk van elkaar verschillen en geen sprake is van gelijke gevallen; het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zijn daarom niet geschonden.

(Hoger beroep ongegrond.)