Geen overgang algemeenheid van goederen bij overdracht voertuigen

Geen overgang algemeenheid van goederen bij overdracht voertuigen

Gegevens

Nummer
2026/812
Publicatiedatum
26 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1501
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende, een bv actief in de in- en verkoop van personenvoertuigen, draagt in april 2020 op grond van een vaststellingsovereenkomst 59 voertuigen en bijbehorende rechten en verplichtingen over aan een gelieerde vennootschap X. De overdracht vindt plaats in het kader van de afwikkeling van aanzienlijke schulden aan diverse gelieerde vennootschappen en een financieringsmaatschappij. Kort na deze overdracht worden diverse activa, waaronder website, e-mailboxen, klantenbestand, een werknemer, boekhoudsoftware en tankpassen, overgedragen aan een andere vennootschap Y, die vervolgens de activiteiten van belanghebbende voortzet. De inspecteur legt een naheffingsaanslag omzetbelasting op, stellende dat geen sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen als bedoeld in art. 37d Wet OB 1968. In geschil is of de overdracht van de voertuigen onderdeel vormt van een overgang van een algemeenheid van goederen in de zin van art. 37d Wet OB 1968. De rechtbank overweegt dat voor toepassing van art. 37d Wet OB 1968 vereist is dat een handelszaak of autonoom bedrijfsonderdeel wordt overgedragen waarmee een zelfstandige economische activiteit kan worden voortgezet. De bewijslast rust op belanghebbende. De rechtbank stelt vast dat op basis van de vaststellingsovereenkomst uitsluitend voertuigen en enkele bijbehorende verplichtingen aan X zijn overgedragen, hetgeen onvoldoende is om te kwalificeren als een algemeenheid van goederen. De rechtbank betrekt echter ook de feitelijke gang van zaken rondom de overdracht van overige activa en de voortzetting van de activiteiten door Y. Hoewel aanwijzingen bestaan dat de overdracht van de voertuigen deel uitmaakt van een samenhangend geheel van handelingen gericht op overdracht van de onderneming aan Y, acht de rechtbank niet bewezen dat (nagenoeg) alle voertuigen daadwerkelijk bij Y zijn terechtgekomen en wanneer dit is gebeurd. De onduidelijkheid hierover komt voor rekening van belanghebbende, die de bewijslast draagt. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen waarop art. 37d Wet OB 1968 van toepassing is.

(Beroep ongegrond.)