Geen accijnsvrijstelling voor bunkeren cruiseschip dat wordt gebruikt als opvanglocatie

Geen accijnsvrijstelling voor bunkeren cruiseschip dat wordt gebruikt als opvanglocatie

Gegevens

Nummer
2026/830
Publicatiedatum
28 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1785
Rubriek
Accijnzen
Relevante informatie

Belanghebbende is een bv die zich bezighoudt met de verhuur en lease van schepen, met name aan de publieke sector. Sinds 2020 verzorgt zij opvangaccommodaties voor het COA op passagiersschepen, waaronder het cruiseschip X, dat sinds 2022 op locatie afgemeerd ligt en wordt ingezet voor de tijdelijke huisvesting van asielzoekers. Het schip wordt vaarklaar gehouden, beschikt over een gekwalificeerde bemanning en is gecertificeerd als passagiersschip. De ligplaats wordt telkens voor zes maanden aangewezen en is verbonden aan het contract met het COA. In januari 2024 is het schip gebunkerd met ruim 100.000 liter rode gasolie, waarna de inspecteur een naheffingsaanslag accijns heeft opgelegd. In geschil is of belanghebbende recht heeft op de accijnsvrijstelling van art. 66 lid 1 WA voor de gebruikte minerale oliën, gelet op het feitelijke gebruik van het schip als opvanglocatie. De rechtbank overweegt dat de vrijstelling is bedoeld voor schepen die worden gebruikt voor commerciële vaart, waarbij het schip daadwerkelijk wordt ingezet voor het vervoer van personen of goederen over (inter)nationale wateren. In januari 2024 is het schip op basis van contractuele afspraken met het COA ingezet voor huisvesting van asielzoekers, waardoor het niet kan worden gebruikt voor commerciële vaart. De vaargereedheid, bemanning en certificering zijn voorwaarden die door de ligplaats worden gesteld, maar deze omstandigheden maken niet dat het schip in deze periode wordt gebruikt om te varen. De rechtbank benadrukt dat het begrip ‘kennelijk niet worden gebruikt om te varen’ niet alleen uit uiterlijke kenmerken moet worden afgeleid, maar ook uit de feitelijke en contractuele situatie. Dat het schip na afloop van de huisvesting weer vaarklaar is, doet niet af aan het oordeel dat het in het relevante tijdvak kennelijk niet wordt gebruikt om te varen. Praktische bezwaren van belanghebbende, zoals het ontbreken van aparte bunkers voor verschillende typen gasolie, geven geen aanleiding om de vrijstelling alsnog toe te passen.

(Beroep ongegrond.)