Recht op dwangsom omdat onverschoonbaar te late verzoeken niet kennelijk zijn afgewezen
Recht op dwangsom omdat onverschoonbaar te late verzoeken niet kennelijk zijn afgewezen
Gegevens
- Nummer
- 2026/814
- Publicatiedatum
- 26 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbenden zijn partners die gezamenlijk verzoeken om ambtshalve vermindering van hun aanslagen IB/PVV 2018 hebben ingediend, omdat volgens hen ten onrechte geen inkomensafhankelijke combinatiekorting is toegepast. De verzoeken zijn op 19 maart 2024 ontvangen, ruim na afloop van de vijfjaarstermijn. Na ingebrekestelling heeft de inspecteur de verzoeken bij beschikking afgewezen wegens termijnoverschrijding. In geschil is of de inspecteur tijdig heeft beslist op de verzoeken om ambtshalve vermindering, of de verzoeken terecht zijn afgewezen wegens termijnoverschrijding, en of belanghebbenden recht hebben op een dwangsom.
De rechtbank stelt verder vast dat de verzoeken buiten de vijfjaarstermijn zijn ingediend. Belanghebbenden stellen dat zij slachtoffer zijn van de toeslagenaffaire en door de omvangrijke hersteladministratie zij hun prioriteiten daar hebben gelegd. De rechtbank oordeelt dat dit geen verschoonbare termijnoverschrijding. Het staat belanghebbende vrij prioriteiten te stellen, maar de gevolgen ervan komen voor hun rekening en risico. De inspecteur heeft de verzoeken daarom terecht afgewezen. Wel is het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden, omdat de inspecteur belanghebbenden niet in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten over de reden van de termijnoverschrijding voordat werd beslist. De rechtbank vernietigt daarom de beschikkingen, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat de afwijzing inhoudelijk juist is. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet, omdat belanghebbenden geen onevenredige gevolgen aannemelijk hebben gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet tijdig heeft beslist en de verzoeken ook niet kennelijk heeft afgewezen, zodat belanghebbenden recht hebben op een dwangsom. Omdat de verzoeken gelijktijdig en voor beide partners zijn ingediend en betrekking hebben op dezelfde kwestie, is sprake van samenhang en wordt één dwangsom toegekend, verdeeld over de zaken.
(Beroep gegrond.)