Piloot kan kostenvergoeding niet als gerichte vrijstelling onder Wet LB aanmerken

Piloot kan kostenvergoeding niet als gerichte vrijstelling onder Wet LB aanmerken

Gegevens

Nummer
2026/821
Publicatiedatum
27 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1284
Rubriek
Arbeid, loon en resultaat
Relevante informatie

Belanghebbende werkt in 2018 als piloot op internationale vluchten voor een buitenlandse luchtvaartmaatschappij, via een constructie waarbij hij als director is verbonden aan een buitenlandse limited. Zijn loon wordt uitbetaald door deze limited, die fungeert als tussenpersoon tussen een uitzendbureau en de luchtvaartmaatschappij. In zijn aangifte IB rekent belanghebbende een deel van het ontvangen bedrag aan als onkostenvergoeding, maar de inspecteur corrigeert dit en stelt het volledige bedrag als loon vast. Belanghebbende voert aan dat een deel van het bedrag een niet tot het loon behorende kostenvergoeding betreft en dat de aanslag leidt tot een individuele buitensporige last.

In geschil is of het belastbaar loon te hoog is vastgesteld doordat een kostenvergoeding ten onrechte tot het loon is gerekend, en of sprake is van een individuele buitensporige last. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat sprake is van een niet tot het loon behorende kostenvergoeding. Het hof stelt dat uitsluitend een door de werkgever met de werknemer overeengekomen vergoeding onder de Wet LB als gericht vrijgestelde vergoeding gekwalificeerd kan worden. Het hof onderzoekt wie als werkgever moet worden aangemerkt en concludeert dat de luchtvaartmaatschappij materieel werkgever is, omdat de werkzaamheden van belanghebbende zijn ingebed in haar organisatie en onder haar gezag plaatsvinden. Omdat echter niet is vastgesteld dat de luchtvaartmaatschappij met belanghebbende een kostenvergoeding is overeengekomen, kan niet worden aangenomen dat een gerichte vrijstelling van toepassing is. Het belastbaar loon is daarom niet te hoog vastgesteld. Ook het beroep op een individuele buitensporige last faalt, omdat belanghebbende onvoldoende inzicht geeft in zijn financiële situatie en het looninkomen het bedrag van de aanslag overstijgt.

(Hoger beroep ongegrond.)