Omvang aanmerkelijkbelanginkomen juist, maar verdeling mag worden gewijzigd tot vaststelling aanslag

Omvang aanmerkelijkbelanginkomen juist, maar verdeling mag worden gewijzigd tot vaststelling aanslag

Gegevens

Nummer
2026/822
Publicatiedatum
27 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:2737
Rubriek
Aanmerkelijk belang/Directeur-grootaandeelhouder
Relevante informatie

Belanghebbende is fiscaal partner van haar echtgenoot, die in 2017 alle aandelen in een holding en in werkmaatschappijen houdt. In juli 2017 verkoopt de partner de aandelen in de werkmaatschappij voor € 1.000, terwijl de balans per eind 2016 een aanzienlijk eigen vermogen toont. De verkoopovereenkomst vermeldt een aanzienlijke schuld van de werkmaatschappij aan een crediteur wegens fraude. Kort na de verkoop volgt het faillissement van de werkmaatschappij. De inspecteur stelt het gemeenschappelijk inkomen uit aanmerkelijk belang aanvankelijk vast op € 860.850, later door de rechtbank verminderd tot € 585.536, bestaande uit reguliere voordelen en een negatief vervreemdingsvoordeel. De rechtbank verdeelt dit inkomen bij helfte over belanghebbende en haar partner. In geschil is of het gemeenschappelijk inkomen uit aanmerkelijk belang juist is vastgesteld en hoe dit inkomen over belanghebbende en haar partner moet worden verdeeld. Het hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat het gemeenschappelijk inkomen uit aanmerkelijk belang lager moet zijn dan door de rechtbank vastgesteld. Het hof verwerpt het standpunt dat sprake is van een informele kapitaalstorting door overname van een schuld aan een crediteur, omdat niet aannemelijk is dat de partner deze schuld in privé heeft overgenomen vóór of na de aandelenoverdracht. Ook is niet gebleken van verrekening met rekening-courantvorderingen. Het hof volgt de rechtbank in de omvang van het inkomen uit aanmerkelijk belang. Wel oordeelt het hof dat de rechtbank ten onrechte niet is uitgegaan van de door belanghebbende en haar partner gewenste verdeling van het gemeenschappelijk inkomen uit aanmerkelijk belang (1,5% aan belanghebbende, 98,5% aan haar partner). Deze verdeling kan tot het moment van onherroepelijke vaststelling van de aanslag nog worden gewijzigd. Het hof past deze verdeling toe, zodat aan belanghebbende € 8.783 wordt toegerekend. Het bezwaar tegen de hoogte van de belastingrente wordt verworpen. Het toegepaste percentage niet in strijd is met hoger recht. Het hof acht de verzuimboete passend en geboden.

(Hoger beroep gegrond.)