Home

Verlieslatende rozenkwekerij en webwinkel geen bron van inkomen

Verlieslatende rozenkwekerij en webwinkel geen bron van inkomen

Gegevens

Nummer
2022/571
Publicatiedatum
12 mei 2022
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:2098
Rubriek
Winst
Trefwoorden
gemengde kosten, redelijkerwijs voordeel te verwachten, telefoonkosten
Relevante informatie
Art. 3.2 Wet IB 2001, Art. 3.16 Wet IB 2001

Belanghebbende verricht diverse activiteiten in een eenmanszaak: een adviesbureau voor mens, natuur, techniek en realisatie, een markthandel in sieraden, kristallen en hobbymaterialen, edelstenen en mineralen, biologisch geteelde planten, bomen en bloemen, een biologische rozenkwekerij en een poffertjeskraam. Belanghebbende heeft in 2017 en 2018 zorgtaken verricht in het kader van een pgb. Deze inkomsten heeft hij aangemerkt als winst uit onderneming. In 2017 en 2018 heeft belanghebbende tevens chauffeurswerkzaamheden verricht. Voor 2017 heeft hij de inkomsten aangemerkt als loon, voor 2018 als winst uit onderneming. In de jaren 2017 en 2018 heeft belanghebbende werkzaamheden verricht voor zijn rozenkwekerij en een webwinkel. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de inkomsten uit de rozenkwekerij en de webwinkel geen bron van inkomen zijn.

De rechtbank oordeelt ten eerste dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van één onderneming. Er is onvoldoende gesteld dat sprake is van samenhang tussen de chauffeurswerkzaamheden, de pgb-werkzaamheden, de rozenkwekerij en de webwinkel. Dit betekent dat voor de rozenkwekerij en de webwinkel apart moet worden beoordeeld of sprake is van een bron van inkomen. Dit heeft belanghebbende evenmin aannemelijk gemaakt. Er is niet bewezen dat sprake was van een objectieve voordeelsverwachting. Tot 2018 zijn met de rozenkwekerij en de webwinkel geen positieve resultaten behaald. Dat de omzet gestaag groeit, maakt het niet anders omdat de kosten boven de omzet blijven uitstijgen. Vervolgens is niet aannemelijk gemaakt dat de telefoon- en internetkosten hoger zijn dan de inspecteur reeds in aftrek is toegelaten. In beroep heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de kosten iets hoger waren dan waarvoor aftrek is verleend. Daarom zijn de beroepen gegrond.

(Beroepen gegrond.)