Home

Kabinetsreactie IBO vermogensverdeling

Kabinetsreactie IBO vermogensverdeling

Gegevens

Nummer
2022/1105
Publicatiedatum
21 september 2022
Auteur
Redactie
Rubriek
Algemeen
Trefwoord
belastingconstructies

De minister van Financiën en de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst hebben de kabinetsreactie op de IBO vermogensverdeling naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het kabinet vindt het IBO-rapport ‘Licht uit, spot aan: de vermogensverdeling’ een waardevol onderzoek over de verdeling van vermogen en de rol van overheidsbeleid hierbij.

Het kabinet is van mening dat de geconstateerde fiscale onevenwichtigheden, opmerkelijke belastingconstructies en negatief geëvalueerde fiscale regelingen te lang over het hoofd zijn gezien en dat deze moeten worden aangepakt. Het koestert het uitgangspunt dat werk moet lonen en gaat hiermee deze kabinetsperiode aan de slag door het zwaarder belasten van vermogen, wat ruimte schept om de lasten op arbeid voor werknemers en werkgevers te verlagen. Het kabinet hanteert een gefaseerde aanpak in het wegnemen van andere fiscale onevenwichtigheden en de aanpak van belastingconstructies en oneigenlijk gebruik van fiscale regelingen.

In het coalitieakkoord respectievelijk de Voorjaarsnota zijn de volgende maatregelen aangekondigd:

  • Afschaffing jubelton in de schenkbelasting.

  • Beperken van de mogelijkheden voor het lenen van de eigen bv van dga’s tot € 700.000 per 2023.

  • Verhogen van de overdrachtsbelasting op niet-woningen van 8% naar 9% naar 10,1%.

  • Verlaging van de doelmatigheidsmarge van het gebruikelijk loon van dga’s per 2023 van 25% naar 15%.

  • Uitfasering van de fiscale oudedagsreserve (FOR) voor IB-ondernemers door het met ingang van 1 januari 2023 niet meer fiscaal gefaciliteerd te mogen opbouwen van de FOR.

  • Verlaging van de schijfgrens in de Vpb per 2023 van € 395.000 voor het lage tarief verlaagd naar € 200.000.

Daarbovenop komen via de Miljoenennota de volgende maateregelen:

  • Verhoging van het box 3-tarief met stapjes van 1% verhoogd naar 34% in 2025 in combinatie met een verhoging van het heffingvrij vermogen van circa € 50.000 naar circa € 57.000.

  • Snellere afbouw en verdere verlaging van de zelfstandigenaftrek naar € 900.

  • Afschaffing van de doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon.

  • Verhoging van het lage Vpb-tarief van 15% naar 19% per 2023.

  • Verlaging van de lasten op arbeid door de opbrengst van de verhoging van het lage Vpb-tarief te gebruiken. De opbrengst wordt name teruggegeven aan het mkb door verlaging van de Aof-premie voor kleine werkgevers, tijdelijke verruiming van de werkkostenregeling (WKR) en verhoging van de EIA, MIA en de VAMIL.

  • Aanpassing van het gedifferentieerde tarief in box 2, zoals gepresenteerd in de Voorjaarsnota, in 2024 naar 24,5% tot een box 2-inkomen van € 67.000 en 31% voor het inkomen daarboven.

  • Aftopping van de periodieke giftenaftrek in de inkomstenbelasting per 2023 afgetopt op € 250.000 per huishouden.

  • Verhoging van de overdrachtsbelasting op niet-woningen (na de verhoging in het coalitieakkoord en de Voorjaarsnota) naar 10,4%.

  • Inboeken van een taakstellende opbrengst oplopend tot structureel € 550 miljoen voor de aanpak van opmerkelijke belastingconstructies en oneigenlijk gebruik van fiscale regelingen. Onderdeel daarvan is in ieder geval het standaard aanmerken van verhuurd vastgoed als beleggingsvermogen in de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de schenk- en erfbelasting en de doorschuifregeling (DSR) in de inkomstenbelasting.

Een kabinetsreactie op de recente evaluatie van de BOR volgt in november dit jaar waarbij het kabinet zal ingaan op wat nodig is om te voldoen aan de afspraken uit het coalitieakkoord, namelijk het ondersteunen van de continuïteit van familiebedrijven door reële bedrijfsopvolging eenvoudiger en eerlijker te maken en oneigenlijk gebruik van de vrijstelling tegen te gaan. Voor het kabinet is het nu prioriteit om het toekomstige stelsel op basis van werkelijk rendement in box 3 vorm te geven. Daarnaast wordt de aanbeveling uit het IBO ter harte genomen om herziening van het boxenstelsel te onderzoeken.

Minister Financiën, brief van 20 september 2022, nr. 2022-0000231150