Home

Heffingsambtenaar mocht in bezwaarfase informatiebeschikking nemen, geen strijd abbb

Heffingsambtenaar mocht in bezwaarfase informatiebeschikking nemen, geen strijd abbb

Gegevens

Nummer
2023/84
Publicatiedatum
23 januari 2023
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:2640
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie
Art. 22 Wet WOZ, Art. 25 AWR, Art. 27e AWR, Art. 47 AWR, Art. 52a AWR, Art. 30 Wet WOZ, Art. 40 WOZ

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aan hem voor zijn woning gegeven WOZ-beschikking, waarna de heffingsambtenaar belanghebbende op grond van art. 47 AWR heeft verzocht inlichtingen te verstrekken in een IFSO-formulier. Op dat formulier worden gegevens gevraagd die van belang kunnen zijn bij het vaststellen van de WOZ-waarde van de woning. Belanghebbende heeft hieraan geen gehoor gegeven, waarna de heffingsambtenaar een informatiebeschikking heeft genomen. Net als bij de rechtbank is bij het hof in geschil of de heffingsambtenaar in de bezwaarfase een informatiebeschikking mocht nemen en of hij in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Het hof oordeelt dat, wat ook zij van de reikwijdte van art. 40 Wet WOZ ten aanzien van het verstrekken van stukken, de heffingsambtenaar niet verplicht is gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde WOZ-waarde te verstrekken in een procedure over een informatiebeschikking. Het hof ziet niet in dat belanghebbende die stukken nodig heeft om de vragen in het formulier te kunnen beantwoorden. Vervolgens oordeelt het hof dat de gevraagde gegevens van belang kunnen zijn voor de belastingheffing van belanghebbende. De gevraagde informatie kan immers worden gebruikt voor de toekenning van de waarden van de zogenoemde KOUDVL-factoren die invloed hebben op de hoogte van de WOZ-waarde die in tal van belastingwetten wordt gehanteerd als grondslag voor de belastingheffing. Van een ‘fishing expedition’ is geen sprake. Omdat belanghebbende geen inlichtingen heeft verstrekt, heeft hij niet voldaan aan de in art. 47, 1, a, AWR opgenomen verplichting. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2895, NTFR 2015/2711, ziet het hof niet in waarom de heffingsambtenaar in de fase van bezwaar tegen de WOZ-beschikking geen inlichtingen meer zou mogen vragen. De heffingsambtenaar heeft geen misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid en evenmin gehandeld in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar de informatiebeschikking terecht heeft genomen en stelt een (nieuwe) termijn van vier weken, na de uitspraakdatum, voor het voldoen aan de in de informatiebeschikking bedoelde verplichtingen.

(Hoger beroep ongegrond.)