Vernietiging telefoons of verkoop daarvan als afval leidt niet tot btw-herziening (Balgarska telekomunikatsionna kompania)
Vernietiging telefoons of verkoop daarvan als afval leidt niet tot btw-herziening (Balgarska telekomunikatsionna kompania)
Gegevens
- Nummer
- 2023/595
- Publicatiedatum
- 8 mei 2023
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Omzetbelasting
- Relevante informatie
Balgarska telekomunikatsionna kompania (‘BTK’) is een Bulgaarse vennootschap actief op het gebied van telecommunicatie. Zij verricht voornamelijk (btw-belaste) telecommunicatiediensten. Voor deze diensten verwerft zij verschillende investeringsgoederen en voor wederverkoop bestemde mobiele telefoons. BTK heeft ook verschillende goederen afgedankt, zoals installaties, apparatuur en toestellen, omdat deze niet meer geschikt waren om te worden gebruikt in verband met slijtage, defecten of veroudering. BTK heeft deze goederen ofwel als afval verkocht ofwel vernietigd of verwijderd. De verwijzende rechter legt vijf prejudiciële vragen voor aan het HvJ EU, die door het Hof tot drie prejudiciële vragen worden geherformuleerd.
De eerste prejudiciële vraag is of de (btw-belaste) verkoop van een goed als afval leidt tot een wijziging in de elementen die voor het bepalen van het bedrag van de aftrek in aanmerking zijn genomen, waardoor herziening aan de orde zou zijn. Het HvJ EU stelt kortweg vast dat de goederen uiteindelijk voor belastbare handelingen zijn verkocht en dat er dus geen sprake is van een dergelijke wijziging, en dus geen herziening plaatsvindt.
De tweede tot en met vierde prejudiciële vraag zien op de situatie van afdanking c.q. vrijwillige vernietiging van een goed en of dit wel leidt tot een dergelijke wijziging en dus tot herziening. Het HvJ EU overweegt dat de vernietiging van een goed tot gevolg heeft dat het niet langer kan worden gebruikt voor belaste handelingen en dus in de basis kwalificeert als een wijziging die leidt tot herziening van btw. De richtlijn bevat echter een uitzonderingsregeling waardoor voor vernietigde goederen geen herziening plaatsvindt. Deze uitzondering is van toepassing als de vernietiging naar behoren is bewezen of aangetoond en wanneer tot de vernietiging is besloten wegens het objectieve verlies van het nut van dat goed in het kader van de gebruikelijke economische activiteiten van de belastingplichtige.
Ten slotte wil de verwijzende rechter nog weten of de BTW-richtlijn zich verzet tegen een nationale regeling die btw-herziening vereist wanneer het goed als afval is verkocht dan wel is vernietigd. Gelet op het antwoord op de overige prejudiciële vragen oordeelt het HvJ EU dat de BTW-richtlijn zich inderdaad tegen een dergelijke nationale regeling verzet.