Geen eenvoudig alternatief voor toeslagenstelsel

Geen eenvoudig alternatief voor toeslagenstelsel

Gegevens

Nummer
2024/274
Publicatiedatum
12 februari 2024
Auteur
Redactie
Rubriek
Sociale Zekerheid

Het kabinet werkt aan verbeteringen in het toeslagenstelsel. Om hier handvatten voor te bieden is een grondige verkenning verricht van alternatieven voor toeslagen. Staatssecretaris De Vries stuurt het eindrapport Toekomst Toeslagenstelsel naar de Eerste en Tweede Kamer.

Het stelsel is van groot belang: in 2022 werden 7,8 miljoen toeslagen uitgekeerd, met een waarde van € 15,7 miljard. Ruim twee derde van de Nederlandse huishoudens, 5,7 miljoen, ontvangt een toeslag.

Er is geen perfect alternatief voor het toeslagenstelsel schrijft staatssecretaris De Vries. De uitwerking van de verschillende beleidsopties laat zien dat wijzigingen gepaard gaan met lastige keuzes die mensen hard kunnen raken in hun portemonnee. Er moeten keuzes worden gemaakt tussen gerichte en actuele inkomensondersteuning enerzijds en een eenvoudig stelsel en meer zekerheid over de inkomensondersteuning anderzijds. Ook zijn er keuzes te maken over de inzet van beperkte uitvoeringscapaciteit.

Tijd nodig voor aanpassingen

Het rapport maakt duidelijk dat de dilemma’s ingewikkeld zijn, maar dat het ook mogelijk is om een andere koers te gaan varen. Om aanpassingen zorgvuldig door te voeren, is echter in alle gevallen tijd nodig. Hoeveel tijd varieert per optie. Niet alles kan tegelijkertijd, en niet alles kan binnen één kabinetsperiode.

Op korte termijn kunnen wel al stappen worden gezet die ook effect hebben op de korte termijn. Investeringen in de dienstverlening blijven van belang. Het is belangrijk om de ingezette koers van meer attenderen en betere toegankelijkheid voort te zetten. Daarnaast kunnen de toeslagen eenvoudiger worden vormgegeven. Bijvoorbeeld door niet allerlei uitzonderingen te hanteren om te bepalen of iemand wel of niet wordt aangemerkt als toeslagpartner.

Kamerbrief Eindrapport Toekomst Toeslagenstelsel, nr. 2024-0000163790, Ministerie van Financien, 9 februari 2024