Geen voorlopige voorziening bij Woo-geschil door ontbreken spoedeisend belang
Geen voorlopige voorziening bij Woo-geschil door ontbreken spoedeisend belang
Gegevens
- Nummer
- 2026/196
- Publicatiedatum
- 9 februari 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft een Woo-verzoek ingediend en verzoekt in deze procedure om een voorlopige voorziening. Deze houdt in dat het college B&W een aanvullend besluit neemt. De beslissing op bezwaar op het Woo-verzoek dateert van 9 april 2025, terwijl het oorspronkelijke verzoek is ingediend op 25 september 2024. Het beroep tegen de beslissing op bezwaar is aanhangig en zal op 4 maart 2026 op zitting worden behandeld. Belanghebbende voert aan dat zonder aanvullend besluit het beroep niet volledig kan worden behandeld, dat uitstel tot onnodige stapeling van procedures leidt en dat de actualiteitswaarde van openbaarmaking afneemt. Ook betwist hij de onderbouwing van de omvang van recent gevonden documenten. In geschil is of sprake is van een spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. De voorzieningenrechter overweegt dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is voor situaties waarin niet kan worden gewacht op de uitkomst van de hoofdzaak en dat spoedeisendheid daarom essentieel is. De rechter acht de toelichting van belanghebbende onvoldoende om spoedeisendheid aan te nemen. Het Woo-verzoek dateert al van september 2024, zodat het argument van afnemende actualiteitswaarde niet doorslaggevend is. De overige argumenten betreffen de inhoud van de besluitvorming en kunnen in de hoofdzaak aan de orde komen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
(Beroep ongegrond).