Recreatiewoning geen eigen woning omdat middelpunt van persoonlijke en economische belangen in andere plaats met huurwoning lag

Recreatiewoning geen eigen woning omdat middelpunt van persoonlijke en economische belangen in andere plaats met huurwoning lag

Gegevens

Nummer
2026/203
Publicatiedatum
9 februari 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:27089
Rubriek
Eigenwoningregeling
Relevante informatie

Belanghebbende is sinds 1997 eigenaar van een recreatiewoning in een recreatiepark in A. Sinds juni 2021 staat hij in de Basisregistratie personen ingeschreven op een adres in B. In geschil is of de recreatiewoning een eigen woning is in de zin van Wet IB 2001 en of de verzuimboete terecht is opgelegd. De rechtbank overweegt dat belanghebbende moet aantonen dat de recreatiewoning zijn hoofdverblijf vormt, waarbij het middelpunt van zijn persoonlijke en economische belangen doorslaggevend is. De rechtbank acht niet aannemelijk dat dit middelpunt in 2023 in A lag. Daarbij weegt de rechtbank mee dat belanghebbende het merendeel van zijn uitgaven in en rondom B doet, daar een woning huurt om dicht bij familie te zijn, het energieverbruik daar hoger is en zijn sociale activiteiten zich in B concentreren. De inspecteur heeft de recreatiewoning daarom terecht niet als eigen woning aangemerkt.

Ten aanzien van de verzuimboete stelt de rechtbank vast dat de aangifte op 19 augustus 2024, en dus vijf dagen te laat, is ingediend. De wettelijke grondslag voor de boete is daarmee aanwezig. De door belanghebbende aangevoerde persoonlijke omstandigheden, intensieve zorg voor schoonzus tot haar overlijden in juni 2024, vormen geen afwezigheid van alle schuld. De boete van € 385 acht de rechtbank passend en geboden.

(Beroep ongegrond).