Ga verder naar content

Registratiewet 1970

Geldig vanaf 1 januari 2019
Geldig vanaf 1 januari 2019

Registratiewet 1970

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2019]

Aanhef

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de algemene herziening van de registratie- en de zegelbelasting wenselijk is de formaliteit van registratie van akten bij een afzonderlijke wet te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. KNB: Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie als genoemd in artikel 60 van de Wet op het notarisambt;

  2. Onze Minister: Onze Minister van Financiën.

2.

Onder registratie van akten wordt verstaan:

  1. de opname van elektronische afschriften van notariële akten of van elektronische kopieën als bedoeld in artikel 4, derde lid, in een register dat wordt gehouden door de KNB;

  2. het vermelden van de gehele of gedeeltelijke inhoud van akten waarvan de registratie wettelijk is vereist voor de geldigheid van een rechtshandeling, andere dan notariële akten, in registers die worden gehouden door daartoe door Onze Minister aangewezen inspecteurs van de rijksbelastingdienst.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2013]

Deze tekst is vervallen

Artikel 3

1.

Notariële akten, welke niet zijn genoemd in artikel 4, eerste lid, moeten binnen tien dagen na de dag waarop de akten zijn opgemaakt, door die ambtenaren ter registratie worden aangeboden.

2.

Notariële akten worden ter registratie aangeboden door een elektronisch afschrift daarvan langs elektronische weg te zenden aan de KNB.

3.

Bij regeling van Onze Minister wordt, na overleg met Onze Minister voor Rechtsbescherming, bepaald:

  1. hoe het in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, genoemde register is ingericht;

  2. op welke wijze de registratie geschiedt;

  3. op welke wijze blijkt dat een akte is geregistreerd;

  4. hoe lang de gegevens in het register worden bewaard.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7a

Artikel 7b

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 13

Artikel 13a

Artikel 14

Artikel 15