Home

Meetbrievenbesluit 1981

Geldig vanaf 31 december 2010
Geldig vanaf 31 december 2010

Meetbrievenbesluit 1981

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 31-12-2010]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 november 1979, Afdeling Juridische Zaken, nr. J/S 24268, Directoraat-Generaal van Scheepvaart;

Gelet op de artikelen 6, eerste lid, 14, eerste lid, 23 en 34 van de Meetbrievenwet 1981;

De Raad van State gehoord (advies van 2 januari 1980, no. 8);

Gezien het nader Rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 juni 1981, nr. J/S 23360, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Dit besluit verstaat onder:

  1. "Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

  2. "schip": een zeeschip in de zin van artikel 310 van het Wetboek van Koophandel;

  3. "wet": de Meetbrievenwet 1981;

  4. "Internationale Meetbrief (1969)": de meetbrief, door Onze Minister dan wel door de administratie van een andere Staat, aangesloten bij het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, 1969 (Trb. 1970, 122 en 194) afgegeven overeenkomstig de bepalingen van dat Verdrag;

  5. "bijzondere meetbrief": de meetbrief, anders dan bedoeld onder e, vermeldende de bruto- en netto-tonnage van een schip, door Onze Minister afgegeven ten behoeve van een schip.

Artikel 2. Aanvragen van een meetbrief

1.

De aanvraag van een meetbrief geschiedt bij Onze Minister. Bij de aanvraag worden zo mogelijk tekeningen van het schip overgelegd.

Indien de aanvrager voor bepaalde ruimten aanspraak erop maakt dat deze ruimten aangemerkt worden als niet in de bruto-tonnage begrepen ruimten, legt hij bij de aanvraag tekeningen over, welke in onderdelen de bijzonderheden aangeven, waarop de aanspraak berust.

2.

Betreft de aanvraag van een meetbrief een schip, waarvoor niet eerder een meetbrief is afgegeven, dan wordt de aanvraag voorafgegaan door een aanvraag tot meting van de ruimte onder het bovendek, gedaan zodra het schip van zijn dekken is voorzien, doch voordat in de ruimen isolatie of anderszins is aangebracht of werktuigen zijn geplaatst.

Deze aanvraag tot meting van de ruimte onder het bovendek geschiedt overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid.

3.

Bij de aanvraag van een meetbrief ten behoeve van een schip waarvoor niet eerder een Internationale Meetbrief (1969) is afgegeven, doch wel een bijzondere meetbrief of een buitenlandse meetbrief, wordt de bijzondere meetbrief of de buitenlandse meetbrief overgelegd, tenzij de buitenlandse meetbrief overeenkomstig de wettelijke bepalingen, op grond waarvan hij is afgegeven, reeds vóór de aanvraag bij de betreffende buitenlandse autoriteiten is ingeleverd, dan wel op de buitenlandse meetbrief van toepassing zijnde buitenlandse wettelijke bepalingen zich tegen afgifte verzetten.

4.

Bij een aanvraag van een nieuwe meetbrief wordt de oude meetbrief met het uittreksel uit de meetbrief, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, overgelegd. Is de oude meetbrief een buitenlandse meetbrief, dan is het derde lid van dit artikel daarop van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Verplichtingen van de aanvrager

1.

De aanvrager van een meetbrief of van een meting van de ruimte onder het bovendek, bedoeld in het tweede lid van artikel 2, verschaft de met meting belaste ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat de middelen en de hulp om op een veilige wijze aan en van boord te komen en elk gedeelte van het schip te bereiken. Hij verstrekt hun voorts de nodige tekeningen, welke bij Onze Minister blijven berusten, verschaft hun alle gevorderde inlichtingen die voor de uitvoering van hun taak nodig zijn en doet op hun aanwijzingen alle losse voorwerpen verplaatsen, die een juiste meting kunnen belemmeren.

2.

De aanvrager draagt voorts zorg, dat voor de aanvang der meting elk der ladingruimten behoorlijk gemerkt is overeenkomstig de voorschriften, op de meting van toepassing.

3.

Onze Minister kan de afgifte van de meetbrief aanhouden tot de aanvrager aan het bepaalde van het eerste en tweede lid van dit artikel heeft voldaan.

4.

De kapitein, de eigenaar of de reder van het schip is verplicht zorg te dragen, dat de in het tweede lid bedoelde merken in stand blijven en zo nodig worden vernieuwd.

Artikel 4. Vaststelling van de tonnages

Artikel 5. Voor de vaststelling benodigde werktuigen

Artikel 6. Model van de meetbrief en uittreksel

Artikel 7. Verzoek tot hermeting

Artikel 8. Wijziging van de meetbrief

Artikel 9. Intrekking van de meetbrief

Artikel 10. Nadere regelen

Artikel 11. Aanwijzingen

Artikel 12. Strafbepaling

Artikel 13. Intrekking Meetbrievenbesluit 1949

Artikel 14. Citeertitel en inwerkingtreding