Ga verder naar content

Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

Geldig vanaf 1 juli 2020
Geldig vanaf 1 juli 2020

Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-07-2020]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de verplichtingen ten behoeve van de belastingheffing beter af te stemmen op verplichtingen van internationaal en interregionaal recht op het gebied van het verlenen van bijstand door Nederland aan andere staten bij de heffing van belastingen teneinde te bevorderen dat belastingschulden op het juiste bedrag kunnen worden vastgesteld en dat het ontgaan en ontwijken van belastingen wordt bestreden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

1.

De bepalingen van deze wet strekken tot uitvoering van richtlijnen van de Raad van de Europese Unie en andere regelingen van internationaal en interregionaal recht tot het verlenen van wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede renten daarover en bestuursrechtelijke sancties en boeten die daarmee verband houden.

2.

Onder de in het eerste lid bedoelde belastingen valt elke vorm van belastingen die door of namens een staat of de territoriale of bestuurlijke onderdelen van een staat, met inbegrip van de lokale overheden, worden geheven.

3.

Deze wet is niet van toepassing bij het verlenen van wederzijdse bijstand op het gebied van:

  1. de omzetbelasting in het kader van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2010, L 268);

  2. de accijnzen in het kader van Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad van 2 mei 2012 betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 2073/2004 (PbEU 2012, L 121).

Bij toepassing van die verordeningen zijn de artikelen 8, derde lid, en 11 van overeenkomstige toepassing.

4.

Deze wet is niet van toepassing bij het verlenen van wederzijdse bijstand op het gebied van rechten bij invoer en rechten bij uitvoer met inbegrip van de belasting bij invoer, genoemd in artikel 22 van de Wet op de omzetbelasting 1968, en van accijns bij invoer, genoemd in artikel 62 van de Wet op de accijns.

Artikel 2

1.

Deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

  1. Nederland: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk;

  2. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;

  3. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;

  4. staat: een lidstaat, een Mogendheid of een bestuurlijke eenheid waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede Aruba, Curaçao en Sint Maarten;

  5. [vervallen;]

  6. bevoegde autoriteit: de door een staat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie;

  7. [vervallen;]

  8. Richtlijn 2011/16/EU: Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PbEU 2011, L 64);

  9. centraal verbindingsbureau: een door de bevoegde autoriteit van een lidstaat aangewezen bureau dat is belast met de primaire zorg voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking;

  10. administratief onderzoek: alle door de staten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;

  11. uitwisseling van inlichtingen op verzoek: de uitwisseling van inlichtingen in antwoord op een verzoek van de verzoekende staat aan de aangezochte staat met betrekking tot een specifiek geval;

  12. automatische uitwisseling: de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere staat, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen;

  13. spontane uitwisseling: het niet-systematisch, te eniger tijd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen aan een andere staat;

  14. persoon:

    1. 1°.

      een natuurlijk persoon;

    2. 2°.

      een rechtspersoon;

    3. 3°.

      indien de geldende wetgeving in een staat in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit, of

    4. 4°.

      een andere juridische constructie, ongeacht de aard of vorm ervan, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert die aan een onder deze wet vallende belasting zijn onderworpen;

  15. langs elektronische weg: door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking – met inbegrip van digitale compressie – en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of elektromagnetische middelen;

  16. CCN-netwerk: het op het gemeenschappelijk communicatienetwerk (common communication network – CCN) gebaseerde gemeenschappelijk platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen;

  17. Richtlijn (EU) 2015/849: Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PbEU 2015, L 141).

2.

Wijzigingen van Richtlijn 2011/16/EU of Richtlijn (EU) 2015/849 gaan voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 2a

Artikel 2b

Artikel 2c

Artikel 2d

Artikel 3

Hoofdstuk IA. [Vervallen per 01-01-2017]

Afdeling 1. [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

Afdeling 2. [Vervallen per 01-01-2017]

Paragraaf 1. [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 4a [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4b [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4c [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4d [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4e [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4f [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4g [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4h [Vervallen per 01-01-2017]

Paragraaf 2. [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 4i [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4j [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4k [Vervallen per 01-01-2017]

Paragraaf 3. [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 4l [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4m [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4n [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4o [Vervallen per 01-01-2017]
Artikel 4p [Vervallen per 01-01-2017]

Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand

Afdeling 1. Op verzoek verstrekken van inlichtingen

Artikel 5

Artikel 5a

Afdeling 2. Automatisch verstrekken van inlichtingen

Artikel 6

Artikel 6a [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 6b

Artikel 6c

Artikel 6d

Artikel 6e

Artikel 6f

Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen

Artikel 7

Artikel 7a

Afdeling 4. Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand

Artikel 8

Artikel 8a

Artikel 9

Artikel 10

Afdeling 4a. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard

Artikel 10a

Artikel 10b

Artikel 10c

Artikel 10d

Artikel 10e

Artikel 10f

Afdeling 4aa. Toegang tot antiwitwasinlichtingen

Artikel 10g

Afdeling 4ab. Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies

Artikel 10h

Afdeling 4b. Strafbepaling en betekening

Artikel 11

Artikel 12

Afdeling 5. Medewerking in het kader van te verlenen bijstand

Artikel 13

Afdeling 6. Algemene bepalingen

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Hoofdstuk III. Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling 1. Verzoeken om bijstand

Artikel 23

Artikel 24

Afdeling 2. Automatisch en spontaan verkregen inlichtingen

Artikel 25

Artikel 26

Afdeling 3. Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand

Artikel 27

Afdeling 4. Algemene bepalingen

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34

Hoofdstuk IIIA. Overgangsrecht

Artikel 34a

Hoofdstuk IV. Slotbepaling

Artikel 35

Artikel 36