Ga verder naar content

Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing

Geldig vanaf 18 maart 2009
Geldig vanaf 18 maart 2009

Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 18-03-2009]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mw. A. G. M. van de Vondervoort, van 4 november 1994, nr. FBA94/U2085, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 246a van de Gemeentewet;

De Raad van State gehoord (advies van 1 maart 1995, nr. WO4940685);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mw. A. G. M. van de Vondervoort, van 22 juni 1995, nr. FO95/433, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

1.

In dit besluit wordt verstaan onder informatieplichtige: degene die in het bezit is van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers waarvan de raadpleging, onderscheidenlijk de gegevens- en inlichtingenverstrekking van belang kunnen zijn voor de vaststelling van feiten die van invloed kunnen zijn op de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen van derden, dan wel degene die van deze feiten kennis draagt, met dien verstande dat:

  1. voor de belastingen, bedoeld in de artikelen 220 en 221 van de Gemeentewet, slechts hieronder wordt begrepen: de eigenaar, bezitter, beperkt of persoonlijk gerechtigde of beheerder van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 220a van de Gemeentewet, dan wel van een woon- en bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 221 van de Gemeentewet, de eigenaar of beheerder van een energie- of waterleidingbedrijf, dan wel van een administratiekantoor dat ten behoeve van een van deze bedrijven werkzaam is;

  2. voor de belastingen, bedoeld in de artikelen 223 en 224 van de Gemeentewet, slechts hieronder wordt begrepen: degene die gelegenheid tot verblijf biedt dan wel de eigenaar of beheerder van een terrein waar gelegenheid tot verblijf wordt geboden, alsmede de eigenaar of beheerder van een energie- of waterleidingbedrijf, dan wel van een administratiekantoor dat ten behoeve van een van deze bedrijven werkzaam is;

  3. voor de belasting, bedoeld in artikel 226 van de Gemeentewet, slechts hieronder wordt begrepen: een kynologenvereniging, alsmede degene die zich hoofdzakelijk bezighoudt met de verzorging of diergeneeskundige behandeling of opvang van honden;

  4. voor de belastingen, bedoeld in de artikelen 228, 228a en 229, eerste lid, van de Gemeentewet, slechts hieronder wordt begrepen: de eigenaar of beheerder van een energie- of waterleidingbedrijf, van een voor verblijfsrecreatie bestemd terrein waarop roerende of onroerende zaken zijn gelegen die direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering, van een vuilverwerkingsbedrijf, reparatiebedrijf van schepen, vuilafvoerbedrijf of vuilstortplaats, alsmede van een rederij en een vervoers-, bevrachtings-, opslag-, overslag- of transitobedrijf, of van een verzekeringsmaatschappij, dan wel van een administratiekantoor dat ten behoeve van een van deze bedrijven werkzaam is;

  5. voor de belasting, bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, slechts hieronder wordt begrepen: de eigenaar of beheerder van een vuilverwerkingsbedrijf, vuilafvoerbedrijf of vuilstortplaats;

  6. in afwijking in zoverre van de onderdelen a en d, voor de belastingen, bedoeld in de artikelen 220, 221 en 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, hieronder tevens wordt begrepen: degene die onroerende zaken, dan wel roerende woon- en bedrijfsruimten vervaardigt.

2.

Informatieplichtig als bedoeld in het eerste lid zijn slechts degenen die voor de heffing van rijksbelastingen administratieplichtig zijn.

3.

Voor zover dit redelijkerwijs van belang kan worden geacht voor de uitvoering van dit besluit, gelden de in dit besluit genoemde bevoegdheden en verplichtingen ook buiten de gemeente.

Artikel 2

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaren, bezitters, beperkt of persoonlijk gerechtigden van een onroerende zaak, dan wel van woon- en bedrijfsruimten, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdelen b of c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

  1. deze gegevens en inlichtingen te verstrekken, of

  2. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de in artikel 231, tweede lid, onderdelen b of c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar - voor raadpleging beschikbaar te stellen.

Artikel 3

1.

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel b, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaren, bezitters, beperkt of persoonlijk gerechtigden van een roerende of onroerende zaak die dient tot verblijf dan wel de beschikking heeft over gegevens over de aansluitingen op nutsvoorzieningen van die zaken, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

  1. deze gegevens en inlichtingen te verstrekken, of

  2. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar - voor raadpleging beschikbaar te stellen.

2.

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel b, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van degenen die verblijf hebben gehouden of gegevens betreffende het aantal dagen dat verblijf is gehouden of betreffende de overnachtingsprijs, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

  1. deze gegevens en inlichtingen te verstrekken, of

  2. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar - voor raadpleging beschikbaar te stellen.

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde verplichtingen ter zake van naam-, adres- en woonplaatsgegevens gelden mede jegens de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10