Ga verder naar content

Wijzigingsbesluit Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken (verrekening van de waarderingskosten)

Geldig vanaf 1 januari 2003
Geldig vanaf 1 januari 2003

Wijzigingsbesluit Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken (verrekening van de waarderingskosten)

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2003]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 5 april 2001, nr. WDB2001-202 M, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op artikel 3 van de Wet waardering onroerende zaken;

De Raad van State gehoord (advies van 26 april 2001, nr. W06.01.0180/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 8 mei 2001, nr. WDB 2001–00275 M, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

[Wijzigt het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken.]

Artikel II

1.

De rekening, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken, die de afnemers ontvangen in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002, is, in afwijking van artikel 2, tweede lid, van dat besluit, gebaseerd op een aandeel in het bedrag van de kosten van de waardering voor het Rijk van 44 percent, voor de waterschappen van 10 percent van dat bedrag voorzover betrekking hebbend op de gebieden die volgens de provinciale verordeningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Waterschapswet, in waterschapsverband gelegen zijn en voor de gemeenten het restant.

3.

De artikelen 4a en 6, derde en vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken en de artikelen 1 en 2 van de Uitvoeringsregeling Rekenmodellen Wet waardering onroerende zaken, alsmede het in die regeling in Bijlage I opgenomen Model voor de berekening van de in redelijkheid gemaakte waarderingskosten 1999, zoals deze luiden op 31 december 2002, blijven van toepassing voorzover de berekeningen betrekking hebben op het waarderingskostentijdvak dat is aangevangen op 1 januari 1999. In afwijking van artikel 2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken is de verrekening van het verschil, bedoeld in artikel 4a van dat besluit, met inachtneming van de berekende wettelijke rente, over het in de eerste volzin genoemde waarderingskostentijdvak, gebaseerd op een aandeel in dat verschil voor het Rijk van 33,5 percent, voor de waterschappen van 25 percent voorzover betrekking hebbend op de gebieden die volgens de provinciale verordeningen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Waterschapswet, in waterschapsverband zijn gelegen en voor de gemeenten het restant.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking met ingang 1 januari 2003 met uitzondering van de artikelen I, onderdeel D, en II, die in werking treden met ingang van 1 januari 2002.