Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van artikel 2, derde lid, van de regeling, die wordt aangevraagd in de periode van 1 april 2021, 09:00 uur, tot 1 december 2021, 17:00 uur, wordt vastgesteld op € 92.000.000.
Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2021
Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2021
Opschrift
Aanhef
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en de artikelen 2, derde lid, 4, derde lid, 5, eerste lid, 8, derde lid, en 9, tweede lid, van de Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking;
Besluit:
Artikel 1. (begripsbepalingen)
In dit besluit wordt verstaan onder:
netlevering: elektriciteit die op het elektriciteitsnet wordt ingevoed;
netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie, die gebruik maakt van windenergie, is bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
niet-netlevering: elektriciteit die op een installatie wordt ingevoed;
Artikel 2. (subsidieplafond en aanvraagperiode)
Artikel 3. (aanwijzing categorieën productie-installaties)
Als categorieën productie-installaties waarvoor op grond van artikel 2, derde lid, van de regeling een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend, worden aangewezen:
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting en die een totaal nominaal vermogen hebben dat ten minste 15 kWp en ten hoogste 100 kWp is;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en die een totaal nominaal vermogen hebben dat ten minste 15 kWp en ten hoogste 500 kWp is;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, die een totaal nominaal vermogen hebben dat ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW is, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van:
≥ 8,5 m/s;
≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;
≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
< 6,75 m/s;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, die een totaal nominaal vermogen hebben dat ten minste 15 kW en ten hoogste 1.000 kW is, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van:
≥ 8,5 m/s;
≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;
≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
< 6,75 m/s;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit potentiële of kinetische energie van stromend water door hydro-mechanisch-elektrische omzetting, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting en die een totaal nominaal vermogen hebben dat ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW is;
productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit potentiële of kinetische energie van stromend water door hydro-mechanisch-elektrische omzetting, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en die een totaal nominaal vermogen hebben dat ten minste 15 kW en ten hoogste 150 kW is.