Home

Wet compensatie wegens selectie aan de poort

Geldig vanaf 1 januari 2026
Geldig vanaf 1 januari 2026

Wet compensatie wegens selectie aan de poort

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2026]

Aanhef

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een compensatie toe te kennen aan bepaalde burgers wier aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen is geselecteerd voor handmatige beoordeling, zonder dat voor deze selectie een fiscale reden aannemelijk kan worden gemaakt, waardoor bij de vaststelling van de aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen de aangifte, onderscheidenlijk de reeds opgelegde aanslag, met betrekking tot het verzamelinkomen niet is gevolgd;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze wet wordt verstaan onder:

  • aanslag: een aanslag als bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen;

  • inkomensafhankelijke regelingen: bij of krachtens de wet vastgestelde regelingen die natuurlijke personen aanspraak geven op een financiële bijdrage van het Rijk in kosten of bijdrageverplichtingen, waarbij de hoogte van de bijdrage in die regelingen afhankelijk is gesteld van draagkracht;

  • inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

  • nabestaande:

    1. de partner, bedoeld in artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de belanghebbende op het moment dat die belanghebbende is komen te overlijden;

    2. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon, het kind, zijnde bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn, van de belanghebbende;

  • navorderingsaanslag: een navorderingsaanslag als bedoeld in artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ter zake van de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen;

  • selectienorm: het na de selectie opnemen van een Aanslagbelastingsysteem Klantinformatiecode 1043, 1044, 9044, of 9045 dan wel een 10-cijferige IT Service Management tijdsregistratiecode beginnend met 11 in het redenveld van een Uitworp Gewenst en een daaropvolgende registratie in de Fraude Signalering Voorziening van de Belastingdienst;

  • verzamelinkomen: het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel 2. Compensatie

1.

De inspecteur kent ambtshalve een compensatie toe aan een belanghebbende, indien hij vaststelt dat:

  1. een aangifte van de belanghebbende over de kalenderjaren 2012 tot en met 2019 na een geautomatiseerde zoekopdracht naar uitgaven voor specifieke zorgkosten als bedoeld in artikel 6.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of aftrekbare giften als bedoeld in artikel 6.32 van die wet is geselecteerd voor een handmatige beoordeling;

  2. de selectie, bedoeld in onderdeel a, heeft geleid tot intensief toezicht als gevolg van de selectienorm;

  3. de aanslag niet is vastgesteld overeenkomstig het verzamelinkomen dat volgt uit de aangifte en hierdoor sprake is van een hoger verzamelinkomen dan dat volgt uit de aangifte; en

  4. voor de selectie, bedoeld in onderdeel a, geldt dat niet aannemelijk is dat die heeft plaatsgevonden op grond van criteria die relevant, geschikt en objectief gerechtvaardigd zijn als het gaat om het heffen en invorderen van verschuldigde inkomstenbelasting en is gebleken dat de selectie voor de handmatige beoordeling niet ook zou hebben plaatsgevonden binnen de reguliere selectiemodule van de Belastingdienst op grond van een relevant risico op onjuistheden in de aangifte en hetgeen relevant, geschikt en objectief gerechtvaardigd is als het gaat om het heffen en invorderen van verschuldigde inkomstenbelasting.

2.

De inspecteur kent ambtshalve een compensatie toe aan een belanghebbende, indien als gevolg van de aanslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, een reeds opgelegde aanslag over een kalenderjaar na een handmatige beoordeling is gecorrigeerd door middel van een navorderingsaanslag waarbij het verzamelinkomen hoger is vastgesteld dan het verzamelinkomen dat volgt uit de reeds opgelegde aanslag en voor de handmatige beoordeling van de reeds opgelegde aanslag geen andere aanleiding is gebleken dan de eerdere selectie en correctie van het verzamelinkomen, bedoeld in het eerste lid.

3.

De inspecteur kent ambtshalve een compensatie toe aan een belanghebbende, indien als gevolg van de aanslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bij een aanslag over een volgend belastingjaar na een handmatige beoordeling het verzamelinkomen hoger is vastgesteld dan het verzamelinkomen dat volgt uit de aangifte en voor de handmatige beoordeling van de aangifte geen andere aanleiding is gebleken dan de eerdere selectie en correctie van het verzamelinkomen, bedoeld in het eerste lid.

4.

De compensatie, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt per beoordeelde aangifte onderscheidenlijk aanslag toegekend.

Artikel 2a. Toekenning bij overlijden belanghebbende

1.

De inspecteur kent de compensatie, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede en derde lid, ambtshalve toe aan de nabestaanden, indien de belanghebbende is overleden voordat de compensatie waarop deze belanghebbende recht zou hebben bij leven aan hem bij voor bezwaar vatbare beschikking is toegekend.

2.

Indien meerdere kinderen op grond van het eerste lid aanspraak maken op de compensatie, wordt het bedrag van de compensatie verdeeld naar evenredigheid van het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor die compensatie.

3.

Nabestaanden die niet bekend zijn bij de inspecteur kunnen een gemotiveerde aanvraag doen tot toekenning van de compensatie.

4.

De aanvraag wordt voor 1 januari 2027 ingediend.

5.

De inspecteur beslist op de aanvraag binnen een termijn van zes weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes weken worden verlengd.

6.

Bij toekenning van de compensatie aan een nabestaande als bedoeld in het derde lid is de hoogte van de compensatie gelijk aan het bedrag dat aan een andere nabestaande van de overledene op grond van het eerste en tweede, onderscheidenlijk dit lid, is toegekend. Indien bij toepassing van dit lid nog geen compensatie is toegekend aan een nabestaande van de overledene op grond van het eerste en tweede, onderscheidenlijk dit lid, wordt het bedrag van de compensatie naar evenredigheid verdeeld over de nabestaanden die op grond van het eerste lid in aanmerking komen en waarbij de tegemoetkoming nog niet aan die nabestaanden is toegekend en de nabestaanden die op grond van het derde lid een aanvraag tot toekenning van de compensatie hebben gedaan en de inspecteur op die aanvragen nog geen besluit heeft genomen.

Artikel 3. Compensatie bij voor bezwaar vatbare beschikking

Artikel 4. Componenten compensatie

Artikel 5. Aanvullende compensatie

Artikel 6. Uitbetaling compensatie en aanvullende compensatie

Artikel 7. Beschikking bij niet toekennen compensatie

Artikel 8. Verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard

Artikel 9. Inwerkingtreding

Artikel 10. Citeertitel