Home

Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2024

Geldig van 2 april 2024 tot 1 april 2031
Geldig van 2 april 2024 tot 1 april 2031

Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2024

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-09-2025 tot 01-04-2031]

Aanhef

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • netlevering: elektriciteit die op het elektriciteitsnet wordt ingevoed;

  • netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van een locatie en een productie-installatie die gebruik maakt van windenergie, is bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;

  • niet-netlevering: elektriciteit die op een installatie wordt ingevoed;

  • regeling: Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking.

Artikel 2. (subsidieplafond en aanvraagperiode)

1.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van artikel 2, derde lid, van de regeling, die wordt aangevraagd in de periode van 2 april 2024, 09:00 uur, tot 1 november 2024, 17:00 uur, wordt vastgesteld op € 100.000.000.

2.

Per categorie productie-installaties kan in de periode, bedoeld in het eerste lid, per locatie waarop de productie-installatie wordt aangebracht, ten hoogste één aanvraag worden ingediend.

Artikel 3. (aanwijzing categorieën productie-installaties)

1.

Als categorieën productie-installaties waarvoor op grond van artikel 2, derde lid, van de regeling een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend, worden aangewezen:

  1. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp en ten hoogste 100 kWp;

  2. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp tot ten hoogste 500 kWp;

  3. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MW;

  4. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MWp;

  5. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MWp;

  6. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW;

  7. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 1 MW, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van:

    1. 1°.

      ≥ 8,5 m/s;

    2. 2°.

      ≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;

    3. 3°.

      ≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;

    4. 4°.

      ≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;

    5. 5°.

      ≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of

    6. 6°.

      < 6,75 m/s;

  8. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen hebben van ten minste 1 MW en ten hoogste 6 MW, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van:

    1. 1°.

      ≥ 8,5 m/s;

    2. 2°.

      ≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;

    3. 3°.

      ≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;

    4. 4°.

      ≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;

    5. 5°.

      ≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of

    6. 6°.

      < 6,75 m/s;

  9. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit potentiële of kinetische energie van stromend water door hydro-mechanisch-elektrische omzetting, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW;

  10. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit potentiële of kinetische energie van stromend water door hydro-mechanisch-elektrische omzetting, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 150 kW.

2.

Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c, d en e, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen.

Artikel 4. (uiterste ingebruiknametermijn productie-installatie)

Artikel 5. (vaststelling basisbedrag, maximum aantal vollasturen, basiselektriciteitsprijs en voorlopig correctiebedrag)

Artikel 5*. (inwerkingtreding)

Artikel 6. (citeertitel)

Bijlage behorende bij artikel 3, eerste lid, onderdlen g en h (lijst windsnelheden per gemeente)