Home

Wet kinderopvang BES

Geldig van 1 januari 2026 tot 1 april 2026
Geldig van 1 januari 2026 tot 1 april 2026

Wet kinderopvang BES

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2026 tot 01-04-2026]

Aanhef

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op de grote armoedeproblematiek en achterstandenproblematiek op het terrein van ontwikkelen en leren en het belang om de kwaliteit van kinderopvang in Caribisch Nederland te verbeteren, wenselijk is om regels te stellen over kinderopvang op Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • beroepskracht: persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kindercentrum, bezoldigd is en belast is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen;

  • beroepskracht in opleiding: degene die in dienst van de houder van een kindercentrum en ten behoeve van het praktijkdeel van de opleiding belast is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen bij een kindercentrum;

  • bestuurscollege: bestuurscollege als bedoeld in artikel 36 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • buitenschoolse opvang: kinderopvang voor kinderen in de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals gedurende vrije dagen of middagen en in schoolvakanties;

  • dagdeel: periode van ten minste vier aaneengesloten uren in de ochtend, middag, avond of nacht;

  • dagopvang: kinderopvangopvang voor kinderen in de leeftijd van 0 tot en met de leeftijd dat ze naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang overdag wordt geboden;

  • expertisecentrum onderwijszorg: rechtspersoon als genoemd in artikel 28, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;

  • exploitatievergunning: door het openbaar lichaam verleende vergunning voor het exploiteren van een kindercentrum of gastouderopvang;

  • gastouder: degene van achttien jaar of ouder die gastouderopvang biedt;

  • gastouderopvang: kinderopvang in een gezinssituatie die betrekking heeft op gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen, waaronder begrepen de bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn van de gastouder of zijn partner die de leeftijd van tien jaar nog niet heeft bereikt,waarbij de opvang plaatsvindt:

    1. op het woonadres van de gastouder, dan wel

    2. op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de gastouder opvang biedt;

  • houder: natuurlijk persoon van achttien jaar of ouder of rechtspersoon die een kindercentrum exploiteert;

  • kind: persoon als bedoeld in artikel 3 van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;

  • kindercentrum: voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, niet zijnde gastouderopvang;

  • kinderopvang: bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint;

  • kinderopvangovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen de ouder en de houder van het kindercentrum of de gastouder over de opvang van een kind van de ouder in dat kindercentrum of door die gastouder;

  • kinderopvangvergoeding: vergoeding voor de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 3.2;

  • Onze Minister: Onze Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;

  • openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • ouder: bloed- of aanverwant in opgaande lijn of pleegouder van een kind als bedoeld in artikel 3 van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;

  • ouderbijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid;

  • stagiair: degene die een opleiding volgt, waarvan het praktijkdeel een beperkt deel van de totale studieduur is, belast is met werkzaamheden bij de houder ten behoeve van het praktijkdeel van de opleiding en geen beroepskracht in opleiding is;

  • verklaring omtrent het gedrag: verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES;

  • programma voor voorschoolse educatie: programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot het onderwijs kunnen worden toegelaten.

Artikel 1.2. Reikwijdte

Deze wet is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Hoofdstuk 2. Kwaliteit

§ 1. Vergunningplicht

Artikel 2.1. Exploitatievergunning

§ 2. Kwaliteitseisen kinderopvang

Artikel 2.2. Kinderopvangovereenkomst

Artikel 2.3. Verantwoorde kinderopvang

Artikel 2.4. Kwaliteit kinderopvang kindercentrum

Artikel 2.5. Beperkingen gastouderopvang

Artikel 2.6. Kwaliteit kinderopvang gastouder

Artikel 2.7. Voertaal

Artikel 2.8. Verklaring omtrent gedrag

Artikel 2.9. Klachtenprocedure

Artikel 2.10. Oudercommissie

Artikel 2.10a [Nog niet in werking]

Artikel 2.11. Werkwijze houder bij strafbare feiten in kindercentrum [Nog niet in werking]

Artikel 2.12. Werkwijze bij strafbare feiten door houder kindercentrum [Nog niet in werking]

Artikel 2.13. Werkwijze bij strafbare feiten gastouderopvang [Nog niet in werking]

Artikel 2.14. Informatieverstrekking aan ouders en personeel

Artikel 2.15. Doorstroom naar basisonderwijs

Artikel 2.16. Tweemaal jaarlijks overleg

§ 3. Opvang voor kinderen met extra ondersteuningsbehoefte

Artikel 2.17. Voorwaarden voor aanbieden plusopvang [Nog niet in werking]

Artikel 2.18. Expertisecentrum onderwijszorg [Nog niet in werking]

Artikel 2.19. Verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid [Nog niet in werking]

Hoofdstuk 3. Financiering

§ 1. Algemeen

Artikel 3.1. Aanspraak

§ 2. Kinderopvangvergoeding

Artikel 3.2. Verstrekken kinderopvangvergoeding

Artikel 3.3. Start- en einddatum kinderopvangvergoeding

Artikel 3.4. Maximering kinderopvangvergoeding

Artikel 3.5. Nadere regels kinderopvangvergoeding

Artikel 3.6. Aanvraag kinderopvangvergoeding

Artikel 3.7. Voorschot

Artikel 3.8. Wijzigen of intrekken kinderopvangvergoeding

Artikel 3.9. Opschorten

Artikel 3.10. Verrekenen

§ 3. Ouderbijdrage

Artikel 3.11. Berekeningswijze en hoogte ouderbijdrage

Artikel 3.12. In rekening brengen en betaling ouderbijdrage

Artikel 3.13. Betaling ouderbijdrage door het bestuurscollege [Nog niet in werking]

§ 4. Overige bepalingen

Artikel 3.14. Financiële dekking

Artikel 3.15. Kosten opvang zonder kinderopvangvergoeding

Artikel 3.16. Aanvullende tegemoetkoming voor plusopvang [Nog niet in werking]

Artikel 3.17. Kosten expertisecentrum onderwijszorg [Nog niet in werking]

Hoofdstuk 4. Inlichtingen, administratie en gegevensverkeer

Artikel 4.1. Administratie

Artikel 4.2. Gegevensverstrekking houder kindercentrum of gastouder

Artikel 4.3. Gegevensverstrekking ouder

Artikel 4.4. Gegevensverstrekking voor kinderopvangvergoeding en ouderbijdrage

Artikel 4.5. Gegevensverstrekking voor toezicht

Artikel 4.6. Gegevensverstrekking aan bestuurscollege

Artikel 4.7. Nadere regels

Artikel 4.8. Informeren bestuurscollege bij ernstige overtreding

Hoofdstuk 5. Toezicht en handhaving

§ 1. Toezichthouders

Artikel 5.1. Aanwijzing toezichthouders

Artikel 5.2. Bevoegdheden toezichthouders

Artikel 5.3. Overzicht exploitatievergunningen

Artikel 5.4. Inspectierapport

§ 2. Verhouding bestuursrecht en strafrecht

Artikel 5.5. Samenloop met strafrecht

§ 3. Bestuurlijke maatregelen

Artikel 5.6. Last onder dwangsom

Artikel 5.7. Bestuurlijke boete

Artikel 5.8. Overeenkomstige toepassing Algemene wet bestuursrecht

Artikel 5.9. Aanmaning en invordering

Artikel 5.10. Tijdelijke sluiting

Artikel 5.11. Schorsen of intrekken vergunning

§ 4. Opsporing

Artikel 5.12. Strafbare feiten

§ 5. Mandaat en machtiging

Artikel 5.13. Mandaat en machtiging

Hoofdstuk 6. Overige en slotbepalingen

Artikel 6.1. Overleg

Artikel 6.2. Vrijstelling en ontheffing

Artikel 6.3. Experimenten

Artikel 6.4

6.4a. Evaluatie

Artikel 6.5. Overgangsrecht

Artikel 6.6

Artikel 6.7