Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-06-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5237, 16/00828 t/m 16/00831

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-06-2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5237, 16/00828 t/m 16/00831

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20 juni 2017
Datum publicatie
21 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2017:5237
Formele relaties
Zaaknummer
16/00828 t/m 16/00831

Inhoudsindicatie

IB/PVV. Compromis ter zitting.

Uitspraak

Belastingkamer

Locatie Arnhem

nummers 16/00828 tot en met 16/00831

uitspraakdatum: 20 juni 2017

nummer 05/003680

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

appellant

: [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

verweerder

: de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Utrecht (hierna: de Inspecteur)

aangevallen beslissing

: uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 16 juni 2016, nummers 15/3315, 15/3316, 15/3317 en 15/3615

betreft

: (navorderings)aanslagen IB/PVV 2008, 2009, 2010 en 2011 alsmede de daarbij genomen boetebeschikkingen en heffingsrentebeschikkingen

onderzoek ter zitting

: op 15 juni 2017 te Arnhem

waarbij verschenen

: drs. A. Bremmer als de gemachtigde van belanghebbende alsmede [naam1] en [naam2] namens de Inspecteur

gronden:

1. Partijen zijn ter zitting in hoger beroep in het kader van een compromis als volgt overeengekomen:

- De correctie ter zake van de inkopen in 2008 dient te worden beperkt tot € 50.000. Dit betekent dat de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 nader dient te worden vastgesteld op een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 114.705 (aangegeven € 69.705 plus € 45.000 (€ 50.000 - € 5.000 MKB-vrijstelling) en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 11.976. In verband hiermee dient de boete te worden gematigd tot € 9.360 (40% x 52% x € 45.000). De beschikking heffingsrente moet dienovereenkomstig worden verminderd;

- De uitspraak van de Rechtbank inzake de navorderingsaanslag IB/PVV 2009, de op dat jaar betrekking hebbende boetebeschikking en heffingsrentebeschikking dient te worden bevestigd;

- De uitspraak van de Rechtbank inzake de navorderingsaanslag IB/PVV 2010, de op dat jaar betrekking hebbende boetebeschikking en heffingsrentebeschikking dient te worden bevestigd;

- De aanslag IB/PVV 2011 dient nader te worden vastgesteld op een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 170.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 8.562. De beschikking heffingsrente dient dienovereenkomstig te worden verminderd.

- De passiefpost ‘overlopende passiva’ bedraagt ultimo 2011 nihil.

2. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen. Het hoger beroep is gegrond.

proceskosten:

Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende. Het Hof stelt de vergoeding, overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht, vast op een bedrag van € 990 ter zake van in hoger beroep beroepsmatig verleende rechtsbijstand (twee punten voor proceshandelingen; wegingsfactor 1 en factor 1 voor samenhang). Opmerking verdient nog dat de Rechtbank belanghebbende reeds een proceskostenvergoeding voor de fase van beroep heeft toegekend. Die beslissing laat het Hof in stand.

beslissing:

Het Hof:

- Vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor wat betreft de jaren 2008 en 2011;

- Vernietigt de op het jaar 2008 betrekking hebbende uitspraken op bezwaar;

- Vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 tot een navorderingsaanslag, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 114.705 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 11.976;

- Vermindert de beschikking heffingsrente over 2008 dienovereenkomstig;

- Vermindert de boetebeschikking over 2008 tot 9.360;

- Vernietigt de op het jaar 2011 betrekking hebbende uitspraken op bezwaar;

- Vermindert de aanslag IB/PVV 2011 tot een aanslag, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 170.000 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 8.562;

- Vermindert de beschikking heffingsrente over 2011 dienovereenkomstig;

- Veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 990, en

- Gelast de Inspecteur het door belanghebbende voor het hoger beroep betaalde griffierecht van € 124 aan hem te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. R. den Ouden, voorzitter, mr. M.G.J.M. van Kempen en mr. P.L.M van Gorkom, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier.

De beslissing is op 20 juni 2017 in het openbaar uitgesproken.