Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-02-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1518, 19/00083 en 19/00084

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-02-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1518, 19/00083 en 19/00084

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2020:1518
Zaaknummer
19/00083 en 19/00084

Inhoudsindicatie

IB/PVV. Boekwinst bij verkoop grond. Bosbouwvrijstelling.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummers 19/00083 tot en met 19/00084

uitspraakdatum: 25 februari 2020

Uitspraak van de vijfde meervoudige Belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] (hierna: belanghebbende),

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 7 december 2018, nummers AWB 17/333 en 17/334, ECLI:NL:RBGEL:2018:5233, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst (hierna: de Inspecteur),

betreffende na te noemen aanslagen en beschikkingen belastingrente.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De Inspecteur heeft voor het jaar 2012 aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 919.119 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 38.118. Gelijktijdig met de aanslag is aan belanghebbende bij beschikking € 55.647 aan belastingrente in rekening gebracht.

1.2.

De Inspecteur heeft aan belanghebbende ook een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) opgelegd, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 50.064. Tevens is bij beschikking € 144 aan belastingrente in rekening gebracht.

1.3.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw en de beschikkingen. In de in één geschrift opgenomen uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de aanslagen en de beschikkingen gehandhaafd.

1.4.

Belanghebbende is tegen deze uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De griffier van de Rechtbank heeft een griffierecht geheven van € 46.

1.5.

De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.6.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.7.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.8.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2020 te Arnhem. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende bijgestaan door zijn echtgenote, [A] , alsmede, namens de Inspecteur, [B] , [C] en [D] .

1.9.

Belanghebbende heeft voor de zitting een pleitnota met bijlagen toegezonden aan het Hof en aan de Inspecteur. Deze pleitnota wordt met instemming van partijen geacht op de zitting te zijn voorgedragen. De Inspecteur heeft zich niet verzet tegen overlegging van de bij deze pleitnota behorende bijlagen.

1.10.

De Inspecteur heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan belanghebbende.

1.11.

Belanghebbende heeft tijdens de zitting, zonder bezwaar van de Inspecteur, een kopie overgelegd van het taxatieverslag van de gemeente Heerde met waardepeildatum 1 januari 2013 van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen en grond aan de [a-straat 1] in [Z] .

1.12.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende heeft tot en met 2011 onder de naam [E] een kleinschalig bungalowpark met camping geëxploiteerd in een bosrijke omgeving te [Z] .

2.2.

[E] was gelegen op een (bos)perceel met een oppervlakte van 2.49.95 hectare en lag in een door de provincie Gelderland voor grofwild beoogde corridor tussen de Veluwe, de IJsselvallei en de Sallandse Heuvelrug.

2.3.

Tot het dossier behoort een door belanghebbende overgelegd taxatierapport van 5 juni 2008. Dit rapport is in opdracht van de [F] (hierna: [F] ) opgemaakt en vermeldt een onderhandse verkoopwaarde van [E] van € 1.000.000. De wijze van taxeren is overeenkomstig het hierna in 2.4 vermelde taxatierapport en is opgemaakt in verband met de mogelijke aankoop van het geheel in het kader van het project “ [G] ”.

2.4.

In verband met de onderhandelingen heeft [F] in aanvulling op het in 2.3 vermelde taxatierapport opdracht gegeven om [E] nogmaals te taxeren. In dit tweede rapport van 8 april 2010 wordt [E] , na aftrek van het deel van de grond dat belanghebbende heeft behouden, gewaardeerd op (afgerond) € 1.100.000. Dit bedrag is gebaseerd op de waarde van de recreatiewoningen die zich op het park bevinden en de gekapitaliseerde jaarlijkse opbrengst van de campingplaatsen.

2.5.

De onderhandelingen hebben geleid tot een overeenkomst met dagtekening 25 november 2010 (hierna ook: de koopovereenkomst), waarbij belanghebbende twee hectare van zijn grond heeft verkocht aan [H] (hierna: [H] ) voor een bedrag van € 1.123.500. Dit bedrag bestaat uit € 1.100.000 voor de grond en € 23.500 aan vergoeding voor kosten die belanghebbende in het verkooptraject heeft gemaakt. Bij notariële akte van 25 mei 2012 is de grond geleverd. Deze grond heeft vervolgens de planologische bestemming “natuur” verkregen.

2.6.

Het resterende deel van de grond met daarop zijn woning heeft belanghebbende behouden. Dit deel heeft de planologische bestemming “wonen” gekregen. Na de verkoop en de levering van de hiervoor genoemde twee hectare grond heeft belanghebbende het resterende deel en zijn woning naar zijn privévermogen overgebracht.

2.7.

Op 5 november 2013 heeft belanghebbende de aangifte IB/PVV voor het jaar 2012 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 22.081 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 38.118. In de aangifte is voor een bedrag van € 1.036.641 een beroep gedaan op de vrijstelling voor bosbedrijf (hierna: BBV).

Belanghebbende heeft dit bedrag als volgt gespecificeerd:

Omschrijving

Totaal

Woonhuis

Camping

Overheveling woning

€ 87.750

€ 87.750

Verkoop camping

€ 1.100.000

€ 1.100.000

Boekwaarde (bedrijfs)woning

€ 9.438 -/-

€ 9.438 -/-

Boekwaarde bedrijfsopstallen

€ 15.973 -/-

€ 15.973 -/-

Boekwaarde grond

€ 125.697 -/-

€ 65.697 -/-

€ 60.000 -/-

BBV/boekwinst (na afronding)

€ 1.036.641

€ 12.614

€ 1.024.026

2.8.

Met dagtekening 6 december 2013 heeft de Inspecteur een voorlopige aanslag IB/PVV 2012 opgelegd conform de door belanghebbende ingediende aangifte.

2.9.

De Inspecteur heeft bij het opleggen van de in geschil zijnde aanslagen de aangiften IB/PVV en Zvw 2012 gecorrigeerd, in die zin dat hij slechts voor een bedrag van € 10.000 de BBV van toepassing acht. Het belastbare inkomen uit werk en woning is daarbij als volgt vastgesteld:

Aangegeven belastbare inkomen uit werk en woning

€ 22.081

Minder BBV

€ 1.026.641

Zelfstandigenaftrek

€ 7.280 -/-

MKB-vrijstelling

€ 122.323 -/-

Vastgesteld belastbare inkomen uit werk en woning

€ 919.119

Door voormelde correctie van de BBV heeft de Inspecteur de aanslag Zvw naar het maximum bijdrage-inkomen opgelegd.

3 Geschil

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

  1. Is de boekwinst behaald bij de verkoop van de twee hectare grond en behaald bij de overbrenging van de resterende grond (met woning) naar privé vrijgesteld op grond van de BBV?

  2. Zijn de bedragen aan belastingrente terecht in rekening gebracht?

Belanghebbende beantwoordt de eerste vraag bevestigend en de tweede vraag ontkennend. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot een gegrond hoger beroep, vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, van de uitspraken van de Inspecteur en van de beschikkingen, alsmede tot vermindering van de aanslagen.

3.3.

De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

3.4.

Op de zitting van het Hof heeft de Inspecteur verklaard niet langer een beroep te willen doen op “interne compensatie”.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten