Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-11-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6985, 24/598 en 24/599
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-11-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6985, 24/598 en 24/599
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 november 2025
- Datum publicatie
- 14 november 2025
- Zaaknummer
- 24/598 en 24/599
- Relevante informatie
- Art. 2 BPB
Inhoudsindicatie
IB/PVV. Schade-uitkering in verband met brand woning behoort tot box 3.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummers BK-ARN 24/598 en 24/599
uitspraakdatum: 4 november 2025
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 2 februari 2024, nummers AWB 23/1782 en 23/1783, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Eindhoven (hierna: de Inspecteur)
1 Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende is voor het jaar 2018 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 30.296 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 3.011, alsmede een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (ZVW). Bij beschikkingen is belastingrente berekend.
De Inspecteur heeft de bezwaren tegen die aanslagen en beschikkingen bij in één geschift vervatte uitspraken op bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard, en vanwege overschrijding van de redelijke termijn een vergoeding van immateriële schade, proceskosten en betaald griffierecht toegekend.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. C.A.H. Bikkers, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] en mr.drs. [naam2] namens de Inspecteur. Met instemming van partijen is de zaak gelijktijdig behandeld met de zaken met de nummers ARN 24/596 en 24/597 van mevrouw [naam3] (hierna: de ex-echtgenote). Ter zitting heeft belanghebbende zijn hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank over de ZVW ingetrokken1. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd.
2 Vaststaande feiten
Na een brand op 17 december 2016 (hierna: de brand) was de woning van belanghebbende en de ex-echtgenote aan de [adres1] 2 in [plaats1] (hierna: de woning) niet meer bewoonbaar.
Belanghebbende en de ex-echtgenote hebben met dagtekening 30 september 2018 een echtscheidingsconvenant getekend.
In hun aangiften IB/PVV 2018 hebben belanghebbende en de ex-echtgenote gekozen om het gehele jaar als fiscaal partner te worden aangemerkt.
Verzekeringsmaatschappij Turien heeft de schade door de brand ten aanzien van de opstal (herbouwwaarde) vastgesteld. Belanghebbende en de ex-echtgenote hebben dit in hun aangiften IB/PVV 2018 in box 1opgenomen met de volgende omschrijving:
“Bouwdepot: Turien schadeuitkering brand, [nummer1]
Omschrijving Turien schadeuitkering brand
IBAN (rekeningnummer) [nummer1]
Soort depot Nieuwbouwdepot
Hoort dit depot bij een hypotheek voor
uw (toekomstige) hoofdverblijf? Ja
Datum overeenkomst depot 14-07-2017
Datum contract aannemer 31-12-2018
Is de (ver)bouw in 2018 of eerder voltooid? Nee
Saldo op 1 januari 2018 € 688.766
Saldo op 31 december 2018 € 629.560
Bijgeschreven rente in 2018 € 0”
De woning is herbouwd. Na de herbouw is de ex-echtgenote in de woning gaan wonen.
Volgens het kadaster is de woning op 20 januari 2023 aan de ex-echtgenote toebedeeld.
Belanghebbende en de ex-echtgenote hebben afgesproken dat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) voor het jaar 2018 uitsluitend bij belanghebbende in aanmerking wordt genomen.
3 Compromis
Partijen zijn ter zitting bij wijze van compromis overeengekomen dat voor de jaren 2018, 2019 en 2020 geen sprake is van aftrekbare rentekosten ter zake van de woning.
Het Hof zal, voor zover in deze zaak over het jaar 2018 van belang, beslissen overeenkomstig dit compromis.