Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-11-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7359, 24/487

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-11-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7359, 24/487

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18 november 2025
Datum publicatie
28 november 2025
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:7359
Formele relaties
Zaaknummer
24/487
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 18 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 8:42 Awb, Art. 8:29 Awb, Art. 8:42 Awb, Awb, Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

Locatie Leeuwarden

nummer BK-ARN 24/487

uitspraakdatum: 18 november 2025nummer 07/005620111

Uitspraak van de vijftiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 januari 2024, nummer
LEE 22/4111, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Ooststellingwerf (hierna: de heffingsambtenaar).

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 25 te [plaats1] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2021 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 180.000.

1.2

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de vastgestelde waarde gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van
23 januari 2024 ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Belanghebbende heeft voorafgaand aan de zitting een nader stuk ingediend.

1.6

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2025 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende en [naam1] namens de heffingsambtenaar.

1.7

Belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd en toegelicht, welke door het Hof en de wederpartij is gelezen.

2 De vaststaande feiten

2.1

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak aan [adres1] 25 te [plaats1] . Het betreft een 2-onder-1-kapwoning uit 1972 (102 m²) met een vrijstaande garage (26 m²). De kaveloppervlakte is 360 m².

2.2

Belanghebbende heeft op 17 februari 2024 per e-mailbericht de heffingsambtenaar verzocht om nadere informatie (een taxatiekaart, grondstaffel en een taxatierapport van een andere in zijn straat gelegen woning, [adres2] 15 te [plaats1] ). In deze e-mail heeft belanghebbende aangegeven dat hij de gevraagde documenten nodig heeft om zijn hoger beroep te motiveren. De heffingsambtenaar heeft deze informatie naar aanleiding van dat e-mailbericht niet verstrekt.

2.3

Belanghebbende heeft op 6 juni 2024 nogmaals verzocht om de gevraagde informatie te verstrekken. Nadat de heffingsambtenaar op 10 juni 2024 van de griffier van het Hof bericht had ontvangen dat belanghebbende op 23 februari 2024 hoger beroep heeft ingesteld, heeft de heffingsambtenaar op 13 juni 2024 belanghebbende een brief gestuurd met als bijlagen een kopie van het taxatierapport van de onroerende zaak dat in de beroepsfase is opgesteld en een taxatiekaart van [adres2] 15 te [plaats1] .

2.4

Belanghebbende heeft op 12 augustus 2024 opnieuw aangegeven dat nog steeds niet aan zijn informatieverzoek met betrekking tot het object [adres2] 15 te [plaats1] is voldaan.

3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1

In geschil is of de waarde op waardepeildatum niet te hoog is vastgesteld.

3.2

Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de vastgestelde waarde tot op € 155.326.

3.3

De heffingsambtenaar beantwoordt de hiervoor – onder 3.1 – vermelde vraag bevestigend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

3.4

Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing