Home

Gerechtshof Den Haag, 02-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1198, BK-23/860

Gerechtshof Den Haag, 02-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1198, BK-23/860

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
17 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:1198
Formele relaties
Zaaknummer
BK-23/860
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 4 Uitv.reg. WOZ, Art. 8:75 Awb, BPB

Inhoudsindicatie

Art. 17, lid 3, Wet WOZ. Gecorrigeerde vervangingswaarde schoolgebouw 2021. Heffingsambtenaar heeft geen (incidenteel) hoger beroep ingesteld tegen door Rechtbank vastgestelde waarde. Belanghebbende heeft in hoger beroep lagere waarde niet aannemelijk gemaakt. Vergoeding omzetbelasting over taxatiekosten. Recht op immateriële schadevergoeding.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-23/860

in het geding tussen:

(gemachtigde: A. Oosters)

en

(vertegenwoordiger: […] )

inzake het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 25 juli 2023, nummer SGR 22/1652.

Procesverloop

1.1.

De Heffingsambtenaar heeft bij beschikking de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend [adres] te [woonplaats] (de onroerende zaak), op de waardepeildatum 1 januari 2020 (de waardepeildatum), voor het jaar 2021 vastgesteld op € 2.920.000 (de beschikking). Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de voor het jaar 2021 opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen (de aanslag).

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking en de aanslag. De Heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de Rechtbank. Er is een griffierecht geheven van € 360. De beslissing van de Rechtbank, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Inspecteur als verweerder, luidt als volgt:

“De rechtbank:

-

verklaart het beroep gegrond;

-

vernietigt de uitspraak op bezwaar;

-

wijzigt de beschikking aldus dat de vastgestelde waarde wordt verminderd tot €2.616.000;

-

vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen tot een berekend naar een waarde van €2.616.000;

-

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

-

wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af;

-

veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.496;

-

draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360 aan eiseres te vergoeden.”

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Er is een griffierecht geheven van € 136. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft op 2 mei 2024 een nader stuk ingediend.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 28 mei 2024. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak wordt gebruikt voor het geven van beroepsonderwijs voor de landbouw en bestaat uit schoolgebouw 1 met bouwjaar 1987, schoolgebouw 2 met bouwjaar 2000, noodlokaal 1 met bouwjaar 2016 en noodlokaal 2 met bouwjaar 1978, alsmede verharding1. De in de waardebepaling betrokken oppervlakte van de grond bedraagt 34.428 m2.

2.2.

De Heffingsambtenaar heeft in hoger beroep een taxatieverslag met opbouw van de taxatiewaarde overgelegd. De gecorrigeerde vervangingswaarde op de waardepeildatum 1 januari 2020 is daarbij bepaald op € 2.775.000.

Volgnummer

Archetype

Omschrijving

Waarde

132

Kazerne - Lesgebouw voor 1990

878.992

14

Stuksprijs op basis van oppervlakte

Grond bij niet woning

557.550

15

Stuksprijs op basis van oppervlakte

Extra Grond

323.928

18

GVW op basis van oppervlakte

Verharding

0

23

Stuksprijs op basis van oppervlakte

185.850

24

Bijgebouw - Opslag / magazijn (bijgebouw)

Opslag

205.696

26

Beroepsonderwijs - Beroep standaard, metselwerk, gemiddelde afwerking 1986 t/m 2000

182.199

27

Bijgebouw - Werkruimte (bijgebouw)

144.658

Totaal

:

2.478.873

BTW

:

296.424

+

2.775.297

Vastgestelde waarde

:

2.775.000

Vastgestelde waarde is inclusief BTW

2.3

Belanghebbende heeft in hoger beroep een (herziene) taxatiekaart gecorrigeerde vervangingswaarde overgelegd. De gecorrigeerde vervangingswaarde van het schoolgebouw is op de waardepeildatum bepaald op € 2.394.000. Een verkorte versie van de taxatiekaart is hieronder opgenomen.

Schoolgebouw 1

Archetype

O145ST12

Bouwjaar

1987

Oppervlakte in m2

2.842

Stichtingskosten per m2 in €

1.256

Stichtingskosten totaal in €

3.569.552

Waarvan:

Ruwbouw 50% in €

Afbouw 30 % in €

Installaties 20% in €

1.784.776

1.070.866

713.910

Levensduur

Ruwbouw

Afbouw

Installaties

50

38

38

Restwaarde in %

Ruwbouw

Afbouw

Installaties

-2,0

-2,5

-4,0

Technische veroudering

Ruwbouw

Correctie per jaar in %

Correctie totaal in %

Deelwaarde ruwbouw na correctie voor technische veroudering in €

Afbouw

Correctie per jaar in %

Correctie totaal in %

Deelwaarde afbouw na correctie voor technische veroudering in €

Installaties

Correctie per jaar in %

Correctie totaal in %

Deelwaarde installaties na correctie voor technische veroudering in €

2,04

67,32

583.265

2,7

89,01

117.654

2,74

90,32

69.137

Functionele veroudering

Ruwbouw factor

Afbouw factor

Installaties factor

Deelwaarde ruwbouw na correctie voor functionele veroudering in €

Deelwaarde afbouw na correctie voor functionele veroudering in €

Deelwaarde afbouw na correctie voor functionele veroudering in €

0,89

0,87

0,9

520.739

102.183

62.223

Noodlokaal 1

Archetype

O000PL62

Bouwjaar

2008

Oppervlakte in m2

304

Stichtingskosten per m2 in €

661

Stichtingskosten totaal in €

200.908

Levensduur

50

Restwaarde in %

Ruwbouw

-2,0

Technische veroudering

Ruwbouw

Correctie per jaar in %

Correctie totaal in %

Deelwaarde ruwbouw na correctie voor technische veroudering in €

0,76

24,48

151.725

Functionele veroudering

Ruwbouw factor

Deelwaarde ruwbouw na correctie vo functionele veroudering in €

0,9

136.553

Schoolgebouw 2

Archetype

O145ST12

Bouwjaar

2000

Oppervlakte in m2

273

Stichtingskosten per m2 in €

1.256

Stichtingskosten totaal in €

342.888

Waarvan:

Ruwbouw 50% in €

Afbouw 30 % in €

Installaties 20% in €

171.444

102.866

65.578

Levensduur

Ruwbouw

Afbouw

Installaties

50

30

25

Restwaarde in %

Ruwbouw

Afbouw

Installaties

-2,0

-2,5

- 4,0

Technische veroudering

Ruwbouw

Correctie per jaar in %

Correctie totaal in %

Deelwaarde ruwbouw na correctie voor technische veroudering in €

Afbouw

Correctie per jaar in %

Correctie totaal in %

Deelwaarde afbouw na correctie voor technische veroudering in €

Installaties

Correctie per jaar in %

Correctie totaal in %

Deelwaarde installaties na correctie voor technische veroudering in €

2,04

40,08

101.495

3,42

68,33

32.574

4,16

83,20

11.521

Functionele veroudering

Ruwbouw factor

Afbouw factor

Installaties factor

Deelwaarde ruwbouw na correctie vo functionele veroudering in €

Deelwaarde afbouw na correctie voor functionele veroudering in €

Deelwaarde afbouw na correctie voor functionele veroudering in €

0,89

0,87

0,90

90.615

28.921

10.369

Noodlokaal 2s

Archetype

O000PL62

Bouwjaar

1978

Oppervlakte in m2

572

Stichtingskosten per m2 in €

661

Stichtingskosten totaal in €

378.023

Levensduur

50

Restwaarde in %

-2,0

Technische veroudering

Correctie per jaar in %

Correctie totaal in %

Deelwaarde na correctie voor technische veroudering in €

1,4

85,68

54.133

Functionele veroudering

Factor

Deelwaarde na correctie voor functionele veroudering in €

0,9

48.720

Verharding (klinkers)

Archetype

I30000130

Oppervlakte in m2

€/m2

Stichtingskosten

Technische veroudering in %

Deelwaarde verharding na correctie technische veroudering in €

Functionele afschrijving factor

Deelwaarde

1.500

63

94.470

80,00

18.894

0,9

17.005

Deelwaarde opstallen en verharding exclusief btw in €

1.016.696

Deelwaarde opstallen en verharding inclusief btw in €

1.230.202

Grond

Grond bij niet-woning in m2

Grond bij niet-woning in €/m2

Deelwaarde grond bij niet woning in €

Grond bij niet-woning in m2

Grond bij niet-woning in €/m2

Deelwaarde grond bij niet woning in €

Extra grond (overgrond) in m2

Extra grond (overgrond)in €/m2

Deelwaarde extra grond (overgrond) in €

Deelwaarde grond excl. BTW in €

Deelwaarde grond incl. BTW in €

3.717

150

557.550

3.717

50

185.850

26.494

10

264.940

1.008.340

1.164.454

Totale gecorrigeerde vervangingswaarde excl. BTW in €

2.025.036

Totale gecorrigeerde vervangingswaarde inclusief BTW in €

2.394.656

2.4.

Ter zitting heeft belanghebbende nader het standpunt ingenomen dat de waarde € 2.433.000 bedraagt omdat noodlokaal 1 niet het bouwjaar 2008 heeft maar het bouwjaar 2016.

2.5.

Belanghebbende heeft – voor zover van belang - aan de gemachtigde de volgende, op 1 maart 2021 gedagtekende, volmacht verleend:

“om hem/haar zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen in alle aangelegenheden aangaande de aanslag lokale belastingen alsmede de daarop vermelde WOZ beschikking(en) en het indienen van een verzoek voor het afgeven van een nieuw/ mede belanghebbende beschikking(en). Deze volmacht houdt onder andere het in ontvangst nemen van besluiten, al dan niet op grond van een bezwaarschrift genomen, daartegen bezwaar, (hoger) beroep, verzet of cassatie in te dienen.

Tevens kan op basis van deze volmacht: (…) bestuursorganen worden verzocht om een besluit te nemen tot het vergoeden van door volmachtgever geleden schade en om al datgene te doen of te laten wat de gevolmachtigde in het belang van volmachtgever gewenst, nuttig of noodzakelijk acht en de volmachtgever zelf tegenwoordig zijnde, zou kunnen, mogen of moeten doen.

Daarnaast machtigt volmachtgever gevolmachtigde om de vergoeding voor de geleden processchade (zowel materieel als immaterieel), de proceskostenvergoeding, de verbeurde dwangsommen en/of het griffierecht voor hem/haar op rekening van gevolmachtigde te ontvangen. Deze machtiging is geldig voor belastingjaar 2021 en de voorgaande belastingjaren. Dit alles met het recht van substitutie.”

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft, voor zover van belang, overwogen, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiseres en de Heffingsambtenaar als verweerder:

Waarde van de onroerende zaak

6. Volgens artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van een onroerende zaak bepaald op de waarde die aan die zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Volgens artikel 17, derde lid, van de Wet WOZ wordt in afwijking in zoverre van het tweede lid de waarde van een onroerende zaak, voor zover die niet tot woning dient, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het tweede lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:

a. de aard en de bestemming van de zaak;

b. de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.

7. Op grond van artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken wordt de vervangingswaarde berekend door bij de waarde van de grond de waarde van de opstal op te tellen. De waarde van de grond wordt bepaald door middel van vergelijking, rekening houdend met de bestemming van de zaak. De waarde van de opstal wordt gesteld op de kosten die herbouw van een vervangend identiek object zou vergen, gecorrigeerd met een factor wegens technische veroudering gebaseerd op de verstreken en de resterende gebruiksduur en met inachtneming van de restwaarde, en gecorrigeerd met een factor wegens functionele veroudering gebaseerd op economische veroudering, verouderde bouwwijze, ondoelmatigheid en excessieve gebruikskosten.

8. Verweerder dient aannemelijk te maken dat hij de waarde van de onroerende zaak niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder op basis van de beperkte stukken die verweerder wel heeft overgelegd, hierin niet geslaagd.

9. Nu verweerder niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan, komt de vraag aan de orde of eiseres de door hem verdedigde waarde van € 2.516.000 aannemelijk heeft gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord. Eiseres heeft een taxatiematrix ingebracht, waarbij eiseres de levensduur op maximaal 50 jaar heeft geschat en de restwaarde op dat moment 0% is. Eiseres is met de taxatiematrix en hetgeen zij overigens heeft gesteld naar het oordeel van de rechtbank geslaagd in de op haar rustende bewijslast aannemelijk te maken dat de door haar aanvankelijk bepleite waarde van € 2.616.000 voor de onroerende zaak juist, althans niet te laag, is. De nader ter zitting ingenomen stelling van eiseres dat de door haar bepleite waarde met € 100.000 moet worden verminderd, heeft eiseres niet voldoende aannemelijk gemaakt.

10. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de waarde van de onroerende zaak alsmede de daarop gebaseerde aanslag te hoog zijn vastgesteld en dient het beroep gegrond te worden verklaard.

11. Eiseres heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Bij de beoordeling van de vraag of de redelijke termijn is overschreden, moet worden aangesloten bij de uitgangspunten die zijn neergelegd in het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2005.[2] In belastingzaken wordt, indien de redelijke termijn is overschreden, behoudens bijzondere omstandigheden, verondersteld dat eiseres immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie.[3] Een periode van twee jaar voor de bezwaar- en beroepsfase wordt in dit verband als redelijk beschouwd. Hiervan komt een halfjaar toe aan de bezwaarfase. De termijn vangt aan op het moment waarop verweerder het bezwaarschrift ontvangt. In deze zaak is het bezwaarschrift door verweerder ontvangen op 18 maart 2021 en de uitspraak van de rechtbank is van 25 juli 2023. Daarmee is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met vier maanden en zeven dagen.

12. Eiseres heeft een machtiging getekend waarin zij ermee instemt dat alle vorderingen uit hoofde van vergoedingen voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, kosten voor een deskundige, dwangsommen en immateriële schadevergoedingen ter zake van overschrijding van de redelijke termijn aan zijn gemachtigde worden gecedeerd en dat de genoemde vergoedingen rechtstreeks op de rekening van gemachtigde worden overgemaakt. Voor zover deze bedragen (vanwege verrekening of anderszins) toch naar eiseres worden overgemaakt, dan is zij uit hoofde van de machtiging verplicht de vergoeding over te maken naar gemachtigde. De hiervoor genoemde bepalingen in de machtiging brengen naar het oordeel van de rechtbank met zich dat eiseres niet persoonlijk gecompenseerd wordt voor veronderstelde spanning en frustratie. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om te volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden en geen compensatie in de vorm van schadevergoeding toe te kennen.

Proceskosten

13. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.266 (I punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 296, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 837 en een wegingsfactor I). Tevens dienen de taxatiekosten ten bedrage van € 230 (exclusief omzetbelasting) te worden vergoed.

(…)

[2] Hoge Raad 22 april 2005, ECL1:NL:HR:2005:A09006.

[3] Hoge Raad, 19 februari 2016, ECL1:NL:HR:2O16:252.”

Omschrijving geschil in hoger beroep

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten en griffierecht

Beslissing