Gerechtshof Den Haag, 11-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1653, BK-23/397
Gerechtshof Den Haag, 11-07-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1653, BK-23/397
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 11 juli 2024
- Datum publicatie
- 21 oktober 2024
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2023:4378, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- BK-23/397
- Relevante informatie
- Art. 9 BPM, Art. 10 BPM
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag Bpm. Art. 9 Wet Bpm. Art. 10, leden 1, 2 en 8, Wet Bpm. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat een hogere waardevermindering wegens schade moet worden toegepast. Geen schending van het vertrouwensbeginsel.
Uitspraak
Team Belastingrecht
enkelvoudige kamer
nummer BK-23/397
in het geding tussen:
(gemachtigde: S.M. Bothof)
en
(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 29 maart 2023, nummer SGR 21/4324.
Procesverloop
Belanghebbende is een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) opgelegd van € 11.122 (de naheffingsaanslag).
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake van het beroep is van belanghebbende een griffierecht geheven van € 181. De gerectificeerde beslissing van de Rechtbank luidt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:
”De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 125;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 375;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 418,50;
- draagt verweerder op van het door eiser betaalde griffierecht € 90,50 aan hem te vergoeden,
- draagt de Staat op van het door eiser betaalde griffierecht € 90,50 aan hem te vergoeden.”
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Van belanghebbende is € 274 aan griffierecht geheven.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 30 mei 2024. De gemachtigde en belanghebbende hebben aan de zitting deelgenomen via MS Teams, waarbij sprake is van een rechtstreekse beeld- en geluidverbinding met het Hof. De Inspecteur is fysiek verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een procesverbaal opgemaakt.
Feiten
Belanghebbende heeft aangifte bpm gedaan ter zake van de registratie van een Jeep Wrangler Unlimited 3.6 Recon (de auto). De datum eerste toelating van de auto is 27 augustus 2018. De volgens de aangifte verschuldigde bpm bedraagt € 6.869 en is op aangifte voldaan.
In de aangifte is uitgegaan van een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat
van € 43.876. Deze waarde is bepaald aan de hand van een taxatierapport van [naam taxateur] (het taxatierapport) waarin is uitgegaan van de Eurtotaxglass’s koerslijst en kilometerstand van 21.795. Als waardevermindering wegens schade is een bedrag van € 30.757 in aanmerking genomen. Dit bedrag betreft 100% van een door de taxateur van [naam taxateur] opgestelde schadecalculatie die is gebaseerd op de kosten voor reparatie en herstel van een Range Rover Evoque Convertible 2.0 Si4 4WD HSE Dynamic Automatic. De handelsinkoopwaarde in beschadigde staat is derhalve vastgesteld op € 13.119.
De naheffingsaanslag bedraagt € 11.122. Hierbij is de handelsinkoopwaarde in
onbeschadigde staat bepaald aan de hand van een AutotelexPro-koerslijst en een
kilometerstand van 1.751. Voor wat betreft de waardevermindering wegens schade aan de auto is de Inspecteur niet afgeweken van de berekeningen van de taxateur van [naam taxateur] . In de kennisgeving van de naheffingsaanslag (de kennisgeving) is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“Om toch tot een juiste handelsinkoopwaarde te komen heb ik bij AutotelexPro wel een
benzine-uitvoering kunnen vinden met een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 66.513. Verminderd met de schade van € 30.757 bedraagt de handelsinkoopwaarde € 35.756.”
In de bezwaarfase heeft Dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ), op verzoek van de Inspecteur, de schadecalculatie van de taxateur van [naam taxateur] beoordeeld. DRZ heeft een hercalculatie opgesteld waarbij is uitgegaan van de kosten voor een Jeep Wrangler Unlimited. Volgens de hercalculatie bedraagt de schade aan de auto € 13.555.
Oordeel van de Rechtbank
3. De Rechtbank heeft als volgt geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:
“8. In het taxatierapport van [naam taxateur] is een kilometerstand opgenomen van 21.795.
Deze stand is onderbouwd met een foto van het dashboard van de auto. Tevens is door eiser
een verklaring overgelegd van de Poolse verkoper van de auto. In die verklaring is een
kilometerstand van 21.000 vermeld. Gelet op het taxatierapport, de foto en de verklaring van
de verkoper heeft eiser voldoende aannemelijk gemaakt dat hij terecht is uitgegaan van een
kilometerstand van 21.795. Dat, zoals verweerder ter zitting heeft gesteld, de kilometerstand
van 21.795 ziet op het aantal kilometers tot de volgende onderhoudsbeurt, is niet
aannemelijk gemaakt. De omstandigheid dat door de RDW een kilometerstand van 1.751 is
geconstateerd en later bij de tenaamstelling een kilometerstand is vastgesteld van 2.001,
leidt niet tot een ander oordeel. Eiser heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat die lagere
kilometerstanden betrekking hebben op de dagteller van de auto. Uitgaande van een
kilometerstand van 21.795 bedraagt de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat
volgens de X-ray koerslijst € 56.531.
9. De bewijslast dat de waardevermindering door schade, in de omvang als door eiser
gesteld, in mindering komt bij de waardebepaling van een auto, rust op eiser.[1] Eiser heeft
daarvoor verwezen naar het taxatierapport van [naam taxateur] . Daarmee heeft hij de gestelde
waardevermindering niet aannemelijk gemaakt. De in dat taxatierapport opgenomen
schadecalculatie is immers gebaseerd op een ander soort auto, namelijk een Range Rover.
Eiser heeft niet weersproken dat onderdelen van een Rang Rover duurder zijn dan van een
Jeep Wrangler. DRZ heeft dan ook terecht een herberekening opgesteld op basis van kosten
voor een Jeep Wrangler. Dat het daarbij in aanmerking genomen type Jeep Wrangler afwijkt
van de auto, is geen reden aan die herberekening voorbij te gaan. De rechtbank ziet ook
overigens geen aanleiding om niet uit te gaan van de herberekening van DRZ. De enkele pas
op zitting ingenomen stelling dat DRZ van een te lage prijs voor banden en velgen is
uitgegaan en te weinig arbeidstijd in aanmerking heeft genomen voor
reparatiewerkzaamheden aan dak en achterbank, is daarvoor onvoldoende. Verweerder heeft
zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de schade aan de auto niet meer dan
€ 13.555 bedraagt. Dat de waardevermindering in verband met schade hoger is dan 72% van
dit bedrag, is door eiser niet aannemelijk gemaakt.
10. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. De tekst van de kennisgeving
bevat geen toezegging of bewuste standpuntbepaling waar verweerder aan is gehouden. Het
staat verweerder vrij om in bezwaar en beroep andere standpunten in te nemen zolang dat
niet resulteert in een hogere aanslag.
11. De rechtbank honoreert het beroep van verweerder op interne compensatie. Dat de
handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat moet worden gesteld op € 56.531 resulteert
dan ook niet in verlaging van de aanslag.
12. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dient het beroep ongegrond te worden
verklaard.
(…)
[1] ECLI:NL:HR:2020:63, r.o. 2.3.3. en ECLI:NL:HR:2020:318, r.o. 3.3.2.”