Home

Gerechtshof Den Haag, 17-12-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2837, BK-25/285

Gerechtshof Den Haag, 17-12-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2837, BK-25/285

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17 december 2025
Datum publicatie
2 februari 2026
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2837
Formele relaties
Zaaknummer
BK-25/285

Inhoudsindicatie

Tabel II, post a.6 Wet op de omzetbelasting 1968. Aannemelijk dat afnemers van belanghebbende in het Verenigd Koninkrijk btw-fraude hebben gepleegd. Belanghebbende wist dan wel behoorde te weten dat btw-fraude in de handelsketens plaatsvond waarvan zij deel uitmaakte. Het nultarief op de intracommunautaire leveringen aan de afnemers in het Verenigd Koninkrijk is terecht geweigerd.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-25/285

in het geding tussen:

[X B.V.] , c.s. te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: B.F.M. de Koning)

en

(vertegenwoordiger: [...] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 4 maart 2025, nummer SGR 23/5136.

Procesverloop

1.1.

Aan de fiscale eenheid [belanghebbende] (de fiscale eenheid) is voor het tijdvak 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd van € 2.572.394 (de naheffingsaanslag). Bij gelijktijdig gegeven beschikking is € 483.695 aan belastingrente in rekening gebracht.

1.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur het bezwaar tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 365. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 579. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft op 17 oktober 2025 een nader stuk ingediend. De Inspecteur heeft op 21 oktober 2025 een nader stuk ingediend.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgevonden ter zitting van het Hof op 6 november 2025. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

Algemeen

2.1.1.

Belanghebbende is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting als bedoeld in artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB).

2.1.2.

In het tijdvak waarop de naheffingsaanslag ziet, bestond belanghebbende uit [Holding B.V.] (Holding BV), [Handel B.V.] en [Beheer B.V.] (Beheer BV). Op 30 november 2022 is het faillissement van [Handel B.V.] uitgesproken. Vanaf 1 december 2022 bestaat belanghebbende daarom nog uit Holding BV en Beheer BV.

2.1.3.

[A] is 100% aandeelhouder van Holding BV. Holding BV is 100% aandeelhouder van [Handel B.V.] en Beheer BV. [A] is bestuurder van Holding BV en [Handel B.V.] , Holding BV is bestuurder van Beheer BV.

2.1.4.

[B] is in de periode 1 juni 2014 tot en met 1 oktober 2018 commercieel directeur en volledig gevolmachtigde van [Handel B.V.] .

2.1.5.

[C] is medewerker bij [Handel B.V.] . Zijn werkzaamheden hebben betrekking op logistiek en transport.

2.1.6.

De ondernemingsactiviteiten van [Handel B.V.] bestaan volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel uit:

- Groothandel in ferrometalen en -halffabricaten;

- Handelsbemiddeling in brandstoffen, ertsen, metalen en chemische producten;

- Het in- en verkopen van oude metalen; en

- Het optreden als commissionair op het gebied van oude metalen.

Strafrechtelijk onderzoek en naheffingsaanslagen

2.2.1.

De FIOD is onder de naam [Onderzoek 1] een strafrechtelijk onderzoek gestart naar een vermoeden van btw-carrouselfraude waarbij Nederlandse bedrijven metaal zouden hebben geleverd aan zeven Britse afnemers die in het Verenigd Koninkrijk zouden hebben gefraudeerd met de omzetbelasting. Verdachten in dit strafrechtelijk onderzoek zijn onder meer [Handel B.V.] , Holding BV en Beheer BV. Onderzoek [Onderzoek 1] vloeit voort uit een ander strafrechtelijk onderzoek, genaamd [Onderzoek 2] , naar verdenking van btw-carrouselfraude bij – onder anderen – handelspartners van [Handel B.V.] .

2.2.2.

Naar aanleiding van informatie opgenomen in de processen-verbaal van de strafrechtelijke onderzoeken [Onderzoek 1] en [Onderzoek 2] , heeft een controlemedewerker van de belastingdienst een onderzoek ingesteld naar de aangiften omzetbelasting van belanghebbende over de periode 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017. Het onderzoek heeft zich beperkt tot de stukken die zijn verkregen van de FIOD en is beperkt tot een aantal Britse afnemers. De controlemedewerker is tot de conclusie gekomen dat [Handel B.V.] wist of had moeten weten dat ze met de beschreven transacties onderdeel uitmaakte van handelsketens waarin btw-fraude is gepleegd. [Handel B.V.] heeft volgens de controleambtenaar niet alles gedaan wat redelijkerwijs van haar verwacht mocht worden om dit te voorkomen. Daarom heeft belanghebbende, waarvan [Handel B.V.] tot haar faillissement deel uitmaakte, volgens de controlemedewerker voor een deel van haar intracommunautaire leveringen ten onrechte aanspraak gemaakt op het nultarief.

2.2.3.

De controlemedewerker heeft zijn bevindingen neergelegd in een controlerapport met dagtekening 1 december 2022. In het rapport wordt meegedeeld dat aan belanghebbende een naheffingsaanslag zal worden opgelegd ten bedrage van € 2.572.394 (21/121 * € 14.821.893). Deze bedragen zijn gebaseerd op de volgende bedragen die in de opgaven ICP van belanghebbende zijn opgenomen met betrekking tot de zeven Britse afnemers uit het onderzoek:

Naam afnemer

ICP 2016 (€)

[Ltd. 1]

8.321.408

[Ltd. 2]

-

[Ltd. 3]

1.968.613

[Ltd. 4]

-

[Ltd. 5]

4.531.872

[Ltd. 6]

-

[Ltd. 7]

-

Totaal

14.821.893

2.2.4.

Met dagtekening 29 december 2022 is de naheffingsaanslag conform het controlerapport opgelegd.

2.2.5.

[Handel B.V.] is strafrechtelijk vervolgd voor het opzettelijk doen van onjuiste btw-aangiften in de periode van 27 augustus 2015 tot en met 22 december 2017 en voor het valselijk opmaken van haar bedrijfsadministratie in de periode van 1 januari 2016 tot en met 14 november 2018. Bij vonnis van de strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2282, is [Handel B.V.] volledig vrijgesproken van hetgeen haar ten laste is gelegd. De strafkamer van hof Amsterdam heeft vervolgens bij arrest van 24 juni 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1784 bewezen verklaard dat [Handel B.V.] opzettelijk onjuiste btw-aangiften heeft gedaan en valselijk haar bedrijfsadministratie heeft opgemaakt. Tegen dit arrest is beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1096, het cassatieberoep van [Handel B.V.] verworpen. In dit arrest is onder meer overwogen:

“3.3. (...) Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte, terwijl zij tevoren bekend was met (het risico van) btw-fraude met schroot in het Verenigd Koninkrijk, in de periode van 27 augustus 2015 tot en met 22 december 2017 tientallen miljoenen euro’s aan vele verschillende Britse vennootschappen heeft gefactureerd voor metaalschroot. Daarbij was opvallend dat de btw-identificatienummers van de Britse vennootschappen aan wie de verdachte en haar mededaders hebben gefactureerd na verloop van tijd (vrijwel) steeds werden ingetrokken en dat die vennootschappen ook werden ontbonden.Uit nader onderzoek naar twaalf van deze vennootschappen is gebleken dat geen van deze vennootschappen heeft voldaan aan haar fiscale verplichtingen, dat zij veelal namen en/of doelstellingen hadden die niet in verband kunnen worden gebracht met de handel in schroot en dat de Britse belastingdienst in tien van die gevallen geen contact heeft kunnen krijgen met deze vennootschappen. In de twee overige gevallen heeft de bestuurder van de vennootschap aangegeven een paar jaar niets met zijn bedrijf te hebben gedaan, of niet te weten van handel met Nederlandse bedrijven, wat naar het oordeel van het hof bijzonder is, gelet op de omzet die in korte tijd zou moeten zijn gerealiseerd.De verklaring van mededader [medeverdachte 3] dat de verdachte zaken heeft gedaan met “bekende ondernemingen die al langer bestaan, waar we de directeuren van kennen en waarvan deze directeuren ook langs kwamen bij [verdachte] BV” valt volgens het hof met de constateringen die over deze ondernemingen zijn gedaan niet te rijmen.Verder heeft het hof vastgesteld dat de verdachte na verloop van tijd zonder zakelijke argumenten eerst mededader [A] B.V. en daarna mededader [D] B.V. als tussenschakels naar voren heeft geschoven. De verdachte had met die bedrijven een ongebruikelijk vergaande, niet bij een zakelijke relatie passende bemoeienis en alle betalingen die deze bedrijven van de Britse vennootschappen hebben ontvangen zijn (bijna) één-op-één overgeboekt naar de verdachte, wat niet uit een zakelijke relatie te verklaren is.Op grond van dit alles heeft het hof de conclusie getrokken dat “voor het totaalbeeld van de Britse vennootschappen” geen andere logische verklaring bestaat dan dat zij vehikels zijn geweest voor het plegen van btw-fraude. Doordat zij “lege hulzen” c.q. katvangers waren aan wie het schroot niet kan zijn geleverd, is grotendeels verhuld wie de werkelijke afnemers van het schroot zijn geweest.Gelet op dit alles kon het volgens het hof niet anders zijn dan dat de verdachte en haar mededaders hebben geweten van de btw-fraude, maar dat zij desondanks facturen hebben uitgereikt aan anderen dan de onbekend gebleven werkelijke afnemers. Daardoor hebben zij zelf btw-fraude gepleegd.Dat oordeel is (...) toereikend gemotiveerd.”.

Verloop afnemers in het Verenigd Koninkrijk

2.3.

In het proces-verbaal [...] is een “VIESOUT-trappetje” opgenomen waaruit het verloop van de afnemers in het Verenigd Koninkrijk volgt vanaf het eerste kwartaal 2015 tot en met eerste kwartaal 2019. Uit het VIESOUT-trappetje volgt dat de onderstaande bedragen door [Handel B.V.] (witte vlakken) en de fiscale eenheid (zwarte vlakken) zijn opgenomen in de opgaven ICP.

[Afbeelding verwijderd in verband met pseudonimisering]

Onderzoek naar de afnemers in het Verenigd Koninkrijk (algemeen)

2.4.1.

[B] is in 2013 via [B.V. 8] als aandeelhouder betrokken bij [B.V. 9] , een vennootschap met vergelijkbare activiteiten als [Handel B.V.] . De Inspecteur heeft op 6 maart 2013 een waarschuwingsbrief aan [B.V. 9] , ter attentie van de heer [B] , gestuurd waarin de vennootschap wordt gewaarschuwd voor intracommunautaire btw-fraude en de kenmerken daarvan. De vennootschap wordt onder meer erop gewezen dat zij zorgvuldig moet zijn bij de keuze van de handelspartners om te voorkomen dat zij onderdeel wordt van btw-fraude ( [...] ).

2.4.2.

[C] heeft over de relatie tussen de Belastingdienst en [B.V. 9] en de waarschuwingsbrief verklaard:

"Ze kwamen voor hetzelfde als waar ze voor bij [Handel B.V.] kwamen. lk weet nog dat we bezoek kregen en dat ze riepen over btw-fraude en carrouselfraude. lk weet nog dat ik een formulier kreeg waarin kenmerken stonden waar je op moest letten bij internationale handel. We hadden er nooit over nagedacht dat de btw in Engeland niet verlegd is, zoals in Nederland of België. Maar we zijn nooit teruggefloten door de Belastingdienst die zei dat dit raar was of dat niet kon. Sterker nog we hebben gevraagd aan de Belastingdienst of ze per klant wilden aangeven of een klant goed was om zaken mee te doen of niet, maar dat was ook niet nodig. Vanaf toen wist ik ook hoe belangrijk het was om je KYC op orde te brengen. [B.V. 9] heeft niet lang bestaan."

( [...] p.6)

2.4.3.

Er zijn verschillende verklaringen afgelegd over het onderzoek door belanghebbende naar de afnemers in het Verenigd Koninkrijk (KYC (‘know your customer’)-onderzoek). Zo heeft [A] op de vraag wie onderzoek naar afnemers deden verklaard:

“Voornamelijk [D] en [H] . [C] zou dit af en toe ook gedaan kunnen hebben. Zij checken of het btw-nummer geldig is. Zelf doe ik ook wel eens wat hiervoor. We worden via bijvoorbeeld onze website door bedrijven uit de hele wereld benaderd om te handelen. Als bijvoorbeeld een nieuwe Indische afnemer voor het eerst contact opneemt om zaken te doen met [Handel B.V.] , dan kijk ik eerst of ik het bedrijf ken of bel ik bijvoorbeeld eerst mensen om te vragen of deze Indische afnemer te vertrouwen is. lk vraag dan of ik hun bijvoorbeeld op krediet kan leveren. Kortom het is voor mij niet te doen om voor elk bedrijf dat ons benadert onderzoek te doen. Als het serieuzer wordt dan wil ik het liefst werken met vooruitbetaling en anders LC's of CAD. Hiermee ben je meer zeker dat je je geld krijgt. Je moet weten dat er zoveel bij komt kijken. Wat mij betreft is de check van de afnemer niet anders voor een Europese afnemer of een niet-Europese afnemer.

Uitgaande van de standaard checks ga ik ervan uit dat van [Ltd. 1] het btw-nummer is gecheckt. Je moet aan [B] vragen of hij hiervoor navraag heeft gedaan bij bekenden. Wel weet ik dat daarnaast [kredietverzekeraar] voor [Handel B.V.] [Ltd. 1] heeft doorgelicht. Daarbij heeft [kredietverzekeraar] een kredietcheck uitgevoerd. [kredietverzekeraar] is onze kredietverzekeraar en heeft gezegd dat [Ltd. 1] een goed bedrijf is en heeft een krediet gegeven van 2 tot 3 ton euro. Het exacte bedrag weet ik niet, maar het is voor mij wel een teken dat [Ltd. 1] een kredietwaardig bedrijf is. lk ga er dus vanuit dat als het btw-nummer van [Ltd. 1] zou zijn ingetrokken, dan had [kredietverzekeraar] [Ltd. 1] dit niet zo beoordeeld. lk vraag mij af hoe een bedrijf als [Handel B.V.] , met haar beperkte middelen, een bedrijf als [Ltd. 1] door kan lichten. Als zelfs een onderneming als [kredietverzekeraar] [Ltd. 1] als kredietwaardig beoordeelt, hoe had [Handel B.V.] dat dan moeten doen?”

( [...] , p. 3)

[C] heeft verklaard:

“Meestal gaan er eerst meerdere fysieke gesprekken en/of telefoongesprekken aan vooraf. We willen de mensen leren kennen. Ook vragen we vaak een vooruitbetaling. Uitzondering hierop is als een afnemer goede referenties heeft. Hiervoor hebben we in het verleden met [kredietverzekeraar] gewerkt, een kredietverzekeraar. Bij hun vroegen we om een advies over een afnemer. Afhankelijk van hun advies kon om een vooruitbetaling worden gevraagd. Nu doen we geen zaken meer met [kredietverzekeraar] , omdat we een issue hebben met hun. Dit betreft een niet-betalende debiteur waarvan ze niet willen uitbetalen. Deze debiteur betreft [Ltd. 1] . Deze onderneming is geen missing trader.

Inmiddels hebben we zoveel in Engeland zaken gedaan dat we benaderd worden door afnemers daar en het komt ook voor dat we afnemers weigeren. Het komt ook voor dat Britse afnemers voor de poort staan en dat we moeten weigeren om te laden. Wij weigeren dan bijvoorbeeld omdat de prijs die ze willen betalen dan niet goed genoeg is. Bij elke afnemer vragen we een KYC Pack. Dit houdt in dat we een btw-check doen via VIES, een kopie paspoort van de directeur opvragen en een inschrijving in het lokale handelsregister opvragen. Deze KYC Pack wordt door mij opgevraagd bij Engelse afnemer. Mijn werkzaamheden zijn logistieke taken en toezicht op de werkzaamheden op de werf.”

( [...] , p. 3)

en

“Soms zitten er gegevens van de afnemer bij de eerste factuur en soms bij een latere factuur.

Maar we bewaren dit niet altijd in een apart klantendossier. Als het met een e-mail is ontvangen, dan kun je dat terugvinden in de e-mail. Maar waarom moeten we dit doen. Als je bij de Albert Heijn boodschappen doet of bij een fietsenmaker komt dan wordt er toch ook geen onderzoek naar je gedaan?”

( [...] , p. 5)

[D] , administratief medewerker bij [Handel B.V.] , heeft op de vraag op welke wijze onderzoek werd gedaan naar nieuwe afnemers verklaard:

“Dat doe ik niet. Je vraagt hoe wij weten hoe iemand kan betalen, wanneer de vracht is geladen worden de gegevens van de afnemer gecheckt zoals ik daarnet heb verteld. Hiermee bedoel ik in ieder geval de bedrijfsgegevens en het BTW-nummer van de afnemer. Op het moment dat [C] de vracht heeft gewogen, neemt hij contact op met de afnemer. De vracht wordt pas verzonden nadat een betaling van de afnemer is ontvangen.”

( [...] , p. 4)

2.4.4.

Twee medewerkers van de Belastingdienst hebben op 15 augustus 2017 [Handel B.V.] bezocht in het kader van SCAC-verzoeken over [Bedrijf 10] en [Ltd. 2] . In een proces-verbaal van een getuigenverhoor staat daarover:

“De heer [...] en de heer [...] hebben alle SCAC-verzoeken bij [Handel B.V.] behandeld en terug gerapporteerd aan het Verenigd Koninkrijk en [buitenland] . De Belastingdienst medewerkers moesten aantonen of de ICP-leveringen juist waren. De heer [...] heeft mij vertelt dat tijdens hun onderzoek geen dingen geconstateerd zijn die niet juist waren. De leveringen hebben daadwerkelijk plaatsgevonden en zijn in dat kader dus intracommunautair. Daarnaast zijn door [Handel B.V.] ook de desbetreffende btw-nummers van de afnemers gecontroleerd. In ieder geval van [Bedrijf 10] . Volgens de heer [...] en de heer [...] ging alles, voorzover ze dat konden zien, volgens de regels.

De heer [...] heeft aan mij aangegeven dat de Belastingdienst [Handel B.V.] niet heeft aangegeven of ze moesten stoppen met de handel. De Belastingdienst blijft in dit soort gevallen altijd heel algemeen. De Belastingdienst gaat nooit adviseren of men moeten stoppen of doorgaan met de handel, aldus de heer [...] . Volgens de heer [...] duidde alles erop dat het om ICP's ging. De aangeleverde documenten door [Handel B.V.] aan de Belastingdienst waren in orde. De heer [...] en [...] hebben geen onvolkomenheden ontdekt die tot enige twijfel zou moeten leiden.

De Belastingdienst heeft zich puur gericht op het onderzoek naar de specifieke vragen in de bovengenoemde SCAC-verzoeken. Zij hebben geen andere transacties meegenomen en/of onderzocht.”

( [...] , p. 2)

[Ltd. 1]

2.5.

Uit de gedingstukken volgt met betrekking tot de afnemer [Ltd. 1] :

Oprichting

De vennootschap is op 7 februari 2013 opgericht onder de naam [Ltd. 11]

( [...] , p. 3 / [...] , p. 1)

De directeur [E] is naast directeur van [Ltd. 1] , bij in totaal tien andere ondernemingen betrokken (geweest). Van deze tien ondernemingen zijn zes ondernemingen op 7 en 12 juli 2010 ontbonden/in liquidatie gegaan.

( [...] , p. 3-4)

Activiteiten volgens handelsregister

"Agents involved in the sale of fuels, ores, metals and industrial chemicals" en "Fund Management Activities"

( [...] , p. 1)

Inhoud KYC-pack

Uit het digitale beslag volgt dat [Ltd. 1] op 24 oktober 2016 in een e-mail aan [Handel B.V.] het bedrijfsregistratienummer, het btw-nummer en algemene bedrijfsinformatie heeft opgenomen. In het onderzoek is verder geen informatie over KYC-onderzoek, zoals inzage in het handelsregister, door [Handel B.V.] naar [Ltd. 1] aangetroffen.

[A] heeft verklaard dat [kredietverzekeraar] de kredietwaardigheid van [Ltd. 1] heeft onderzocht.

( [...] , p. 6 / [...] , p. 1 / [...] , p. 3)

Klantenbestand

In het klantenbestand van [Handel B.V.] is het e-mailadres [e-mailadres] opgenomen als e-mailadres van [Ltd. 1] .

( [...] , p. 6)

Milieuvergunning

Bedrijven en personen die in het Verenigd Koninkrijk betrokken zijn bij de opslag, verkoop en transport van oude metalen dienen geregistreerd te zijn bij de overheidsinstelling "Environment Agency" die de benodigde vergunningen verleent. De vergunningen zijn te raadplegen in het openbare register van deze instelling. [Ltd. 1] beschikte pas vanaf 19 oktober 2017 over een vergunning.

( [...] , p. 2)

Afleveradres goederen

De goederen zijn afgeleverd op een ander adres dan het vestigingsadres van [Ltd. 1] .

( [...] , p. 4)

Goederenstroom

De belastingautoriteit van het Verenigd Koninkrijk (HMRC) heeft de Belastingdienst in juni 2016 om informatie verzocht. In dit verzoek staat:

“ [Ltd. 1] is suspected of MTIC fraud and also possible money laundering. The known deal chain: [B.V. 12] (NL) > [Ltd. 1] (UK) > [Ltd. 13] (UK) or [Ltd. 14] (UK).”

( [...] , p. 7)

[Handel B.V.] was de grootste leverancier van [B.V. 12] . [B.V. 12] heeft intracommunautaire leveringen aan afnemers in het Verenigd Koninkrijk verricht en is betrokken in hetzelfde strafrechtelijk onderzoek als [Handel B.V.] . [Handel B.V.] heeft zelf ook intracommunautaire leveringen aan [Ltd. 1] verricht.

Verplichtingen [Ltd. 1] in het Verenigd Koninkrijk

In een namens HMRC afgelegde getuigenverklaring staat dat [Ltd. 1] (nagenoeg) geen omzetbelasting heeft voldaan in het Verenigd Koninkrijk door het opnemen van fictieve aankopen van goederen in het Verenigd Koninkrijk in de aangiften omzetbelasting:

“ [Ltd. 1] did not fulfil its tax (VAT) obligations with HMRC. The total VAT debt owing to HMRC was £11,904,502.38.

(...)

[Ltd. 1] did pay its small VAT liabilities due. The VAT returns rendered to HMRC did not include VAT repayments. [Ltd. 1] was a UK buffer type trader.

[Ltd. 1] was not a UK missing trader. Its day-to-day UK trading address was in [Engelse woonplaats] . [Ltd. 1] had a live UK VAT number of [...] from 21/07/2014 to 31/08/2017.

[Ltd. 1] had its UK VAT number compulsory taken away by HMRC using the abuse argument (Ablessio). From 01/09/2017 the UK VAT number of [...] was not live.

[Ltd. 1] was involved In MTIC / Supply Chain Fraud against HMRC. [Ltd. 1] had eight Kittel denial decisions taken against them. The VAT periods Involved and Input Tax (VAT) denied is shown below:

11/15 £431,010.00

02/16 £1,438,383.00

05/16 £1,865,175.00

08/16 £1,419,948.00

11/16 £2,524,541.00

02/17 £1,946,180.00

05/17 £914,020.00

99/99 £888,942.00

HMRC did not take any criminal investigation action against [Ltd. 1] .

[Ltd. 1] acquired goods from the EU and these were offset by false UK purchases. The goods purchased in the UK from defaulters were not sold on anywhere. No onwards sales invoices and no UK business bank statements were provided by [Ltd. 1] to support the transactions (deals).”

( [...] , p. 1-2)

[Ltd. 3]

2.6.

Uit de gedingstukken volgt met betrekking tot de afnemer [Ltd. 3] :

Oprichting

De Britse onderneming [Ltd. 3] is opgericht op 21 juli 2015. ( [...] )

Activiteiten volgens handelsregister

“Agents involved in the sale of fuels, ores, metals and industrial chemicals.” en “Management consultancy activities, other than financial management.” ( [...] , blz. 11)

Inhoud KYC-pack

Uit het onderzoek naar het fysiek en digitaal beslag bij [Handel B.V.] volgt niet dat KYC-informatie is aangetroffen.

( [...] , p. 5-8)

Milieuvergunning

Bedrijven en personen die in het Verenigd Koninkrijk betrokken zijn bij de opslag, verkoop en transport van oude metalen dienen geregistreerd te zijn bij de overheidsinstelling "Environment Agency" die de benodigde vergunningen verleent. De vergunningen zijn te raadplegen in het openbare register van deze instelling. [Ltd. 3] beschikte pas vanaf 18 oktober 2017 over een vergunning.

( [...] , p. 2)

Afleveradres goederen

Het vestigingsadres van [Ltd. 3] is een postadres. ( [...] en [...] )

De goederen zijn afgeleverd op een ander adres dan het vestigingsadres van [Ltd. 3] .

( [...] )

Goederenstroom

De belastingdienst heeft de belastingautoriteit van het Verenigd Koninkrijk (HMRC) in november 2017 om informatie verzocht over [Ltd. 3] . [Ltd. 3] heeft naar aanleiding van dit verzoek onder meer verklaard dat:

- [Handel B.V.] voor [Ltd. 3] een leverancier van grondstoffen is,

- de goederen zijn afgeleverd op [Engels adres 1] ,

- de goederen verkocht zijn aan [Ltd. 15] ,

- de transporteur niet bekend was bij [Ltd. 3] , omdat het transport wordt geregeld door de leverancier. Dit was een onderdeel van de overeenkomst,

- [Ltd. 3] niet kan bevestigen wie de eigenaar van het vervoersmiddel is, aangezien de leverancier het vervoer regelt.

( [...] , p. 8)

Verplichtingen [Ltd. 3] in het Verenigd Koninkrijk

De belastingdienst heeft de belastingautoriteit van het Verenigd Koninkrijk (HMRC) in november 2017 om informatie verzocht over [Ltd. 3] . In de reactie van HRMC op dit verzoek staat onder meer:

“Our officer contacted the UK trader who replied by email and answered the questions (please see below). The UK trader has not responded to requests for a meeting and HMRC have subsequently deregistered the trader. The company was deregistered with effect from 17/01/2018.”

( [...] , p. 8)

De FIOD heeft een Europees Onderzoeksbevel over [Ltd. 3] verstuurd naar de HMRC. Als reactie op het bevel heeft de FIOD een getuigenverklaring van de HMRC ontvangen. Hierin staat onder meer:

"We have made contact with Mr [F] the director of [Ltd. 3] and he has advised us that he does not want to assist us with your request."

En

“(1) Did [Ltd. 3] fulfil its tax obligations (VAT)?

No.

(...)

(3) Did these VAT returns include Intra-Community acquisitions? If so, which period and what amount.

Only the VAT return for the period ended 30.11.17 shows £4,422,936 of acquisitions.

(4) Did [Ltd. 3] pay the VAT to the UK authorities correctly (or did they only receive VAT refunds)? If no, which period and what amount?

No, [Ltd. 3] have an outstanding VAT debt for the period ended 30.11.17 in the amount of £2,364.55 and a surcharge for the period ended 30.11.17 in the amount of £236.45.

(5) Is [Ltd. 3] a missing trader? If so, what investigation did HMRC conduct to come to this conclusion?

HMRC has concluded that [Ltd. 3] is a missing trader. An unannounced visit to the company was made by an HMRC officer on 9th January 2018 to [Engels adres 2]

which was a mail drop address. A letter was left for the company to contact HMRC and they did not responded to their letter by 16th January 2018.

(...)

(9) Did [Ltd. 3] ever occur in a criminal investigation or tax investigation in the

UK? If so, what did the investigation relate to?

[Ltd. 3] was not the subject of any criminal or tax investigation in the UK but the name of the company did feature in connection with a UK operation involving VAT fraud.”

( [...] , p. 1 en 4)

[Ltd. 5]

2.7.

Uit de gedingstukken volgt met betrekking tot de afnemer [Ltd. 5] :

Oprichting

De Britse onderneming [Ltd. 5] is opgericht op 25 november 2015. ( [...] )

Activiteiten volgens handelsregister

“Wired telecommunications activities”

( [...] )

Inhoud KYC-pack

Uit het onderzoek naar het fysiek en digitaal beslag bij [Handel B.V.] volgt niet dat KYC-informatie is aangetroffen.

( [...] , p. 4-6)

Milieuvergunning

Bedrijven en personen die in het Verenigd Koninkrijk betrokken zijn bij de opslag, verkoop en transport van oude metalen dienen geregistreerd te zijn bij de overheidsinstelling "Environment Agency" die de benodigde vergunningen verleent. De vergunningen zijn te raadplegen in het openbare register van deze instelling. [Ltd. 5] beschikte niet over een vergunning.

( [...] , p. 2)

Afleveradres goederen

Het vestigingsadres van [Ltd. 5] is een woonadres. ( [...] , p. 10)

Goederenstroom

[Ltd. 5] heeft ook goederen afgenomen van [B.V. 12] . Uit de

bankafschriften van [Ltd. 5] volgt dat [B.V. 12] in de periode 22 februari 2017 tot en met 15 juni 2017 in totaal GBP 3.588.063,98 heeft ontvangen van [Ltd. 5] . In de periode 27 februari 2017 tot en met 2 juni 2017 heeft [B.V. 12] GBP 3.661.813,98 overgeboekt naar [Handel B.V.] . De GBP 3.588.063,98 afkomstig van [Ltd. 5] maken onderdeel uit van de GBP 3.661.813,98. Het geldspoor is, met uitzondering van enkele vermengingen, bijna een op een te volgen van [Ltd. 5] via [B.V. 12] naar [Handel B.V.] .

( [...] en [...] )

Verplichtingen [Ltd. 5] in het Verenigd Koninkrijk

De belastingdienst heeft de belastingautoriteit van het Verenigd Koninkrijk (HMRC) om informatie verzocht over [Ltd. 5] . In de reactie van HRMC op dit verzoek staat onder meer:

“It was agreed that [G] would be available on 22 May 2017 to answer questions. On 22 May, [G] telephoned to cancel the visit and indicated that would phone again to arrange a new meeting. After that, HMRC has not heard anything from [G] anymore and has been unable to contact him.

Subsequently, [Ltd. 5] was deregistered for VAT purposes due to default of payment as from 10 June 2017. [Ltd. 5] also has not yet filed any VAT returns. In the SCAC request, HMRC states that [Ltd. 5] was a defaulter (i.e. missing trader).”

( [...] , p. 10)

De FIOD heeft een Europees Onderzoeksbevel over [Ltd. 5] verstuurd naar de HMRC. Als reactie op het bevel heeft de FIOD een getuigenverklaring van de HMRC ontvangen. Hierin staat onder meer:

“I can confirm that data on HMRC systems indicates the following.

[Ltd. 5] did not fulfil Its tax obligations and was registered on 19/03/2016 and was cancelled on 9/06/2017, during which time the company filed NIL returns”

( [...] , p. 3)

WhatsApp-gesprekken

2.8.1.

In het strafdossier zijn gesprekken uit een whatsappgroep ‘ [naam 1] ’, opgenomen waarin [I] (R), en [C] , [A] en [B] en [J] deelnemen:

26/11/2015

“R: So lett me know about invoices. And I Immediately send invoice

[J] : Load 31 [...]

Weight 26,240 @ £3047

Total £79,953.28

Any reject to be agreed and deducted from the next load

Did you send this one [I] ?

[J] : This was payment made just now

R: Tomorrow T look if T have sent this invoice. Otherwise, T make that tomorrow morning

[J] : Thanks mate”

( [...] )

en

27/11/2015

“ [J] : Load 35 [...] 26,460 — R 150 from [...] net weight 26,310 @ £3073 total £80,850.63

[B] : ok mate thx

[J] : Please invoice

[B] : Is [I] awake to invoice (...)

R: I send invoice to [Ltd. 1] And [...] in 5 min

[C] 2: Ok

[J] : 1st payment done swift in 15 mins

(...)

[B] : So today 1 more payment is coming?

[J] : Yes mate

[B] : Check also Cu try to fix another 150 mt.

[B] : 200 also good @ 3100 GBP [het hof begrijpt hier en hierna: Britse ponden]

(...)

[J] : 2nd payment only 24MT paid

[J] : I put details later when I’m at home

R: Let me know. So 1 can make invoice monday

[J] : Yes mate no invoice until I discuss with [B] thanks have nice weekend”

( [...] )

en

“[30-11-15 10:24:03] [J] :

so you know on all loads we will check reject later as our client is invoicing on 'weight ticket so he gets paid faster and his client will process and advise after what reject is then we discuss agree and minus off next load so please check here for weights to invoice and price etc.

Load 37 [...]

weight 26,160 @ 3073

£80,389.68

Please invoice

[30-11-15 10:41:39] R: I make invoice in 2 hour

(...)

[30-11-15 14:46:44] [C] 2: Mate, because of accounting reasons we need to invoice all the loads today that we've send in November

[30-11-15 14:47:05] [C] 2: We can not wait until we have your approval

[30-11-15 14:48:04] [C] 2: So I will let [B.V. 12] invoice all @3073 and then afterwards we can make claim invoices and price adjustments”

( [...] )

2.8.2.

Het strafdossier vermeldt in [...] onder meer:

“Whatsapp

[...] p.9 Op 22 december 2015 geeft [J] in de groeps-App de

factuurgegevens door, het nettogewicht wordt gecorrigeerd van

26,420 naar 25,553:

[22-12-15 13:41:15] [J] : Load 65 [...]

26,420 - Reject 867

Net 25,553 @ £3035

£77,553.35

Please Invoice

[...] In de inbeslaggenomen administratie van [B.V. 12] is bijbehorende factuur aan [Ltd. 1] aangetroffen.

[...] Tevens is de factuur van [Handel B.V.] aan [B.V. 12] aangetroffen waarop

het verschil gecorrigeerd wordt.

[...] p.11Aangifte [Ltd. 1] bij HMRC

Oordeel van de Rechtbank

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing