Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-11-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3292, 23/1430
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19-11-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3292, 23/1430
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 19 november 2025
- Datum publicatie
- 10 december 2025
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2023:5881, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/1430
- Relevante informatie
- Art. 3.2 Wet IB 2001, Art. 5.3 Wet IB 2001
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is dga van een aantal vennootschappen en daarnaast exploiteert hij een eenmanszaak. In 2017 brengt hij diverse kosten in aftrek, verder sluit de balans per 31 december 2016 niet aan bij de balans per 1 januari 2017. De inspecteur heeft gecorrigeerd voor het aansluitverschil en heeft niet alle kosten in aftrek toegelaten. Belanghebbende heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat het aansluitverschil ziet op zakelijke uitgaven of dat de gecorrigeerde kosten zakelijk zijn.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 23/1430
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 23 augustus 2023, nummer BRE 22/6097, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2017 (hierna: de aanslag) opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente in rekening gebracht.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 21 maart 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] , namens de inspecteur. Belanghebbende is niet verschenen. Op deze zitting zijn gelijktijdig behandeld de onderhavige zaak en de zaken met nummers 23/1424 en 23/1429.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan partijen is verzonden.
De griffier heeft verklaard dat de uitnodiging voor de zitting in het portaal van Mijn rechtspraak is gezet en niet per post aan belanghebbende is verstuurd. Uit telefonische navraag op de zittingsdag bij belanghebbende is gebleken dat hij niet op de hoogte was van de zitting, dat hij niet digitaal procedeert en dat hij nog niet alle stukken had ontvangen. Onderzoek na de zitting heeft uitgewezen dat belanghebbende niet op de juiste wijze voor de zitting van 21 maart 2025 was uitgenodigd. Het hof heeft het onderzoek heropend.
Belanghebbende heeft vóór de nadere zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de inspecteur.
De nadere zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .
Op deze zitting zijn gelijktijdig behandeld de onderhavige zaak en de zaken met nummers 23/1424 en 23/1429.
Bij aanvang van de zitting zijn partijen erop gewezen, dat de meervoudige belastingkamer tijdens de zitting van 21 maart 2025 was samengesteld uit J.M. van der Vegt, T.A. Gladpootjes en B.J. Rubbens en dat de zaak verder wordt behandeld in een gewijzigde samenstelling door J.M. van der Vegt, A.J. Kromhout en B.J. Rubbens.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende is directeur-grootaandeelhouder van de vennootschappen [A BV] , [B BV] en [C NV] . Verder exploiteert belanghebbende onder de naam " [eenmanszaak] " in 2017 een onderneming in de vorm van een eenmanszaak.
De activiteiten van de eenmanszaak bestaan, zoals volgt uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel, uit organisatie- en advieswerkzaamheden.
Het ondernemingsvermogen van de eenmanszaak bedraagt, volgens de aangifte IB/PVV van belanghebbende voor het jaar 2016, eind 2016 € 18.967 negatief. Volgens de aangifte IB/PVV van belanghebbende voor het jaar 2017, is het ondernemingsvermogen op 1 januari 2017 € 17.607 positief.
Belanghebbende heeft voor het jaar 2017 aangifte IB/PVV gedaan naar een verzamelinkomen van € 57.296. In dat verzamelinkomen is onder meer begrepen een belastbaar resultaat uit onderneming van € 15.143 negatief, bestaande uit € 17.607 negatief als winst uit onderneming en € 2.464 MKB-winstvrijstelling.
De inspecteur is vervolgens bij het opleggen van de aanslag van de ingediende aangifte afgeweken. Hij heeft het verzamelinkomen vastgesteld op € 166.101. De inspecteur heeft als belastbare winst uit onderneming € 82.389 (positief) in de aanslag in aanmerking genomen. Dit bedrag bestaat uit € 103.082 winst uit onderneming, verminderd met € 7.280 ondernemersaftrek en € 13.413 MKB-winstvrijstelling. Verder heeft de inspecteur, in afwijking van de aangifte, het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) vastgesteld op € 11.273. Bij de aanslag heeft de inspecteur € 5.498 belastingrente in rekening gebracht.
Het door de inspecteur in de aanslag in aanmerking genomen bedrag winst uit onderneming is als volgt opgebouwd:
Aangegeven winst door belanghebbende: € 17.607 negatief
Aansluitverschil balans eind 2016 — begin 2017 € 36.574
Correctie van bedrag ‘andere kosten’ € 84.115
Totaal € 103.082
De inspecteur heeft in de uitspraak op bezwaar het inkomen uit werk en woning verminderd naar € 120.413. Hij heeft de belastbare winst uit onderneming verminderd tot € 47.974, bestaande uit € 63.064 winst uit onderneming, verminderd met € 7.280 ondernemersaftrek en € 7.810 MKB -winstvrijstelling.
Het bedrag aan winst uit onderneming is als volgt opgebouwd:
Aangegeven winst door belanghebbende € 17.607 negatief
Aansluitverschil balans eind 2016 - begin 2017 € 36.574
Correctie van saldo ‘andere kosten’ € 44.097
Totaal € 63.064
Verder heeft de inspecteur het belastbaar inkomen uit box 3 verminderd tot € 4.987. De bij de aanslag in rekening gebrachte belastingrente is tot slot verminderd tot € 3.507.
Tijdens de beroepstermijn heeft de inspecteur in verband met rechtsherstel voor box 3, met dagtekening 25 november 2022, een verminderingsbeschikking voor de aanslag gegeven. In die verminderingsbeschikking heeft hij het belastbaar inkomen uit box 3 vastgesteld op € 327. Het verzamelinkomen is daardoor vastgesteld op € 120.413, en verder is de in rekening gebrachte belastingrente verminderd tot € 3.366.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vraag: heeft de inspecteur de aanslag op het juiste bedrag vastgesteld?
Meer specifiek is in geschil of de inspecteur terecht de winst uit onderneming heeft gecorrigeerd voor het verschil in aansluiting tussen het eindvermogen in 2016 en het beginvermogen in 2017; of een bedrag van € 86.996 aan algemene kosten in aftrek op de winst kan komen en of belanghebbende per 1 januari 2017 een schuld van € 1.673.833 in box 3 in aanmerking kan nemen.
Belanghebbende heeft zijn klacht dat de hoorplicht was geschonden ter zitting ingetrokken.
Belanghebbende concludeert tot vermindering van de aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 57.296 en uit sparen en beleggen van nihil. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.