Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:191, 24/531

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:191, 24/531

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28 januari 2026
Datum publicatie
17 maart 2026
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:191
Formele relaties
Zaaknummer
24/531
Relevante informatie
Wet OB 1968, Art. 9 Wet OB 1968, Tabel I post b.14 Wet OB 1968

Inhoudsindicatie

Artikel 9, tweede lid, onderdeel a, in samenhang gelezen met Tabel I, post b.14, onderdeel e, van de Wet OB. Kwalificatie van prestatie als het verlenen van toegang tot een bioscoop.

Uitspraak

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 24/531

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] (België),

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 22 maart 2024, nummer BRE 23/3064, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft aangifte gedaan van door haar over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 september 2022 verschuldigde omzetbelasting.

1.2.

Belanghebbende heeft tegen de voldoening op aangifte bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de inspecteur.

1.6.

De zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens belanghebbende [naam 1] en [naam 2] en, als gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde] , ter bijstand vergezeld van [naam 3] en [naam 4] ,

en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .

1.7.

Belanghebbende heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgelezen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof en de wederpartij.

1.8.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

1.9.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende exploiteert een animatiestudio. Zij maakt audiovisuele producties en brengt verhalen tot leven door middel van projectie en film. Een van haar projecten is het project ‘ [voorstelling] ’. [voorstelling] worden in december en begin januari georganiseerd in het park van [locatie] in [plaats] .

2.2.

Een toegangsbewijs voor [voorstelling] geeft toegang tot de voorstelling in het park. De voorstelling wordt tijdens een wandeling van circa 2,5 kilometer vertoond. Bij het verlenen van toegang wordt gewerkt met tijdssloten, waarbij om het kwartier maximaal 280 bezoekers worden toegelaten. De wandeling vindt plaats binnen een vast parcours dat is afgezet met touwen. Daarnaast zijn stewards aanwezig om te waarborgen dat de bezoeker niet kan afwijken van het parcours. Het parcours heeft een ingang en een uitgang. Het is aan de bezoeker om te bepalen op welk tempo [voorstelling] wordt beleefd.

2.3.

Belanghebbende heeft een verzoek om vooroverleg ingediend. Daarbij heeft zij het standpunt ingenomen dat op haar activiteiten in Nederland het verlaagde omzetbelastingtarief van 9% van toepassing is. De inspecteur heeft het standpunt ingenomen dat het algemene tarief van 21% van toepassing is.

2.4.

Belanghebbende heeft aangifte gedaan van de door haar over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 september 2022 verschuldigde omzetbelasting. Het aangiftebiljet vermeldt een bedrag van € 15.528 en dit bedrag is betaald op 25 oktober 2022. De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar besloten geen teruggaaf te verlenen.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of het verlaagde omzetbelastingtarief van artikel 9, tweede lid, onderdeel a, in samenhang gelezen met Tabel I, post b.14, onderdeel e, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) van toepassing is op de prestaties van belanghebbende. Meer specifiek is in geschil of de prestaties van belanghebbende kwalificeren als het verlenen van toegang tot een bioscoop.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, tot teruggaaf van € 8.873 en tot toekenning van een (proces)kostenvergoeding. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing