Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:326, 24/414 en 24/415
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-02-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:326, 24/414 en 24/415
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 11 februari 2026
- Datum publicatie
- 24 maart 2026
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:326
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2024:1125, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 24/414 en 24/415
- Relevante informatie
- Art. 8:41 Awb, Art. 8:75 Awb, Awb, Art. 9 Wet IB 2001, Art. 6 Wfsv
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is in 2017 en 2018 woonachtig in Polen en werkzaam in Nederland. Ze heeft op grond van de wet geen recht op het volledige premiedeel van de heffingskortingen. Haar beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalt.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: 24/414 en 24/415
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] , wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 22 februari 2024, nummers BRE 22/5913 en 5914, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de jaren 2017 en 2018 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. Bij de aanslagen is het premiedeel van de heffingskortingen tijdsevenredig verminderd.
Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft bij uitspraken op bezwaar de bezwaren ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Beide partijen hebben nadere stukken ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2026 in ’s-Hertogenbosch. Vóór de zitting hebben beide partijen laten weten dat zij niet zullen verschijnen. Het hof heeft het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Belanghebbende woonde in 2017 en in 2018 in Polen. Zij heeft in 2017 en in 2018 uitsluitend in Nederland gewerkt. Dat was in de perioden van 27 maart 2017 tot en met 4 juli 2017 en van 1 augustus 2018 tot en met 31 december 2018.
In 2017 heeft belanghebbende € 7.515 loon ontvangen waarop € 1.055 aan loonheffingen is ingehouden en een arbeidskorting van € 875 is toegepast. In 2018 heeft zij € 8.509 aan loon genoten, waarop € 766 aan loonheffingen is ingehouden en geen arbeidskorting is toegepast.
Belanghebbende heeft aanvankelijk aangifte IB/PVV voor de jaren 2017 en 2018 gedaan als binnenlands belastingplichtige. Daarna heeft zij dit gecorrigeerd en heeft zij op 12 juni 2022 aangifte gedaan als buitenlands belastingplichtige. In die aangiften heeft belanghebbende ingevuld dat zij kwalificerend buitenlands belastingplichtige is en dat zij voor de volksverzekeringen het hele jaar premieplichtig is in Nederland. Zij heeft daarbij geen inkomensverklaringen van eventueel buitenlands inkomen ingediend.
De inspecteur is bij het vaststellen van de aanslagen over de jaren 2017 en 2018 afgeweken van de aangiften. De inspecteur heeft wel de voor het genoten inkomen volledige heffingskorting voor de inkomstenbelasting toegepast, maar heeft het premiedeel van de heffingskortingen tijdsevenredig verminderd. Het premiedeel van de heffingskortingen is uitsluitend verleend voor de perioden waarin belanghebbende in Nederland heeft gewerkt (dat is de periode waarin zij premieplichtig was).
Op 28 november 2022 heeft de inspecteur de uitspraken op bezwaar gedaan en op 20 december 2022 heeft belanghebbende beroep ingesteld.
In hoger beroep heeft belanghebbende inkomensverklaringen als gedingstukken ingebracht. Uit deze stukken is het volgende op te maken:- Op 11 juli 2023 heeft belanghebbende bij de Belastingdienst de “Inkomensverklaring kwalificerend buitenlands belastingplichtige” voor de jaren 2017 en 2018 ingediend. - De ingediende verklaringen (in de Poolse taal) vermelden geen inkomsten en zijn ter goedkeuring ondertekend en gestempeld door de Poolse belastingdienst op 31 mei 2023.
De formulieren “Inkomensverklaring kwalificerend buitenlands belastingplichtige” en toelichtingen daarbij zijn in verschillende talen ter beschikking gesteld op de website van de Belastingdienst. Op het formulier (de versie in de Nederlandse taal) staat “Op dit overzicht vult u de inkomsten in, die niet in Nederland belast zijn”. Het formulier bevat vervolgens onder de kop “Inkomsten die niet in Nederland belast zijn” inkomstencategorieën waarbij bedragen kunnen worden ingevuld. Het formulier bevat geen vragen die op de premieheffing betrekking hebben. De toelichting bij dit formulier vermeldt onder meer:
“Bepaal met de rekenhulpen in de toelichting bij uw aangifte of u kwalificerend buitenlands belastingplichtige bent. Als kwalificerend buitenlands belastingplichtige kunt u dezelfde aftrekposten en heffingskortingen krijgen als een inwoner van Nederland, zoals aftrek eigenwoningrente over uw (buitenlandse) eigen woning.”
3 Geschil en conclusies van partijen
Tussen partijen is in geschil of belanghebbende recht heeft op het volledige premiedeel van de heffingskortingen.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de aanslagen. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.