Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1125, 22/5913 en 22/5914
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1125, 22/5913 en 22/5914
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 22 februari 2024
- Datum publicatie
- 1 maart 2024
- Zaaknummer
- 22/5913 en 22/5914
- Relevante informatie
- Art. 12 Wfsv
Inhoudsindicatie
IB/PVV
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/5913 en 22/5914
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 28 november 2022.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de jaren 2017 en 2018 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 7.513 (2017) en € 8.509 (2018). Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslagen heeft de inspecteur belanghebbende belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikkingen).
De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.
De inspecteur heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen op 11 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur, [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] .
Belanghebbende heeft tijdens de zitting, zonder bezwaar van de andere partij, een nader stuk overgelegd.