Home

Hoge Raad, 10-04-1984, AC1393, 76104E

Hoge Raad, 10-04-1984, AC1393, 76104E

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 april 1984
Datum publicatie
9 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:HR:1984:AC1393
Formele relaties
Zaaknummer
76104E

Inhoudsindicatie

Broodje medicijn. Bakkers weigeren gebruik van jodiumhoudend broodzout; de art. 7 lid 1 sub m en 8 sub e Broodbesluit vinden geen wettelijke grondslag in art. 16 lid 1 Warenwet.

Uitspraak

Bij vervroeging

10 april 1984

Strafkamer

nr. 76.104 E IH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 21 maart 1983 in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, wonende te [plaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Arnhem van 27 september 1982 - de verdachte ter zake van "overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 28 van de Warenwet" veroordeeld tot een geldboete van éénhonderd gulden, subsidiair twee dagen hechtenis.

2. Het cassatiemiddel

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Mr. A.G.W. Leysen, advocaat te Nijmegen, de volgende middelen van cassatie voorgesteld:

MIDDEL. I

Schending van het recht en/of verzuim van vormen waarvan niet-naleving nietigheid medebrengt in het bijzonder de artikelen 358 en 359 Sv., alsmede artikel 1 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening doordat het Hof met betrekking tot het door danwel namens requirant gevoerde verweer dat het verplicht gebruik van gejodeerd broodzout in bakkerijen in de vorm van een verbod tot het aanwezig hebben in bakkerijen van ander zout dan gejodeerd broodzout, vervat in artikel 7 lid 1 sub m juncto artikel. 8 sub e van het. Broodbesluit en artikel 16 van de Warenwet in strijd is met de wettelijke voorschriften van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening en aldus een inbreuk vormt op het gesloten systeem van het afleveren van geneesmiddelen door slechts diegenen, die bevoegd zijn tot de uitoefening van de artsenijkunst, dit verweer heeft verworpen op gronden welke deze verwerping niet kunnen dragen, althans heeft het Hof de overwegingen op grond waarvan men dit verweer heeft verworpen onvoldoende met redenen omkleed.

TOELICHTING

In de richtlijn van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap d.d. 26 januari 1965 (65/65 EEG) betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten wordt geneesmiddel in artikel 1 lid 2 omschreven als:

"Elke enkelvoudige of samengestelde substantie, aangediend als hebbende therapeutische of prophylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij mens of dier."

Onder invloed van deze E.E.G .- richtlijn is de aanduiding van geneesmiddel in artikel 1 eerste lid onder e van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, gewijzigd in "substantie of samenstel van substanties". Daarmee is het enigszins formalistisch onderscheidingscriterium "zelfstandigheid" vervangen door het ruimere begrip "substantie".

In voornoemde wet wordt thans onder geneesmiddel verstaan:

"substantie of samenstelling van substanties, welke is bestemd te worden gebruikt of op enigerlei wijze wordt aangeduid of aanbevolen als zijnde geschikt voor:

1. het genezen, leningen of voorkomen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij de mens;

2. het herstellen, verbeteren of wijzigen van het functioneren van organen bij de mens;

3. het stellen van een medische diagnose door toediening aan of aanwending bij de mens."

Kaliumjodide moet in deze als geneesmiddel in de zin van bedoelde wet worden aangemerkt nu het uitsluitend wordt toegevoegd aan brood met als doel de bestrijding c.q. voorkoming van struma. Dit blijkt ook uit het advies dat de Gezondheidsraad in 1981 heeft uitgebracht aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en met name uit de navolgende passages uit het advies.

"De Commissie heeft zich tot taak gesteld de volgende vragen te beantwoorden:

1. Is de strumaprophylaxe in het licht van de huidige voedingsgewoonten en bij het huidige niveau van het K.J .- gehalte in broodzout voldoende gewaarborgd?

2. .....

De Commissie heeft gemeend dat de beantwoording van deze vraagstelling gericht diende te zijn op algemene preventie, dat wil zeggen het zodanig instellen van de strumaprophylaxe dat deze voor de overgrote meerderheid van de bevolking voldoende gewaarborgd is.

Ter verdere adstructie van zijn stelling dat kaliumjodide in deze als geneesmiddel dient te worden aangemerkt wenst requirant te verwijzen naar het Besluit UA-geneesmiddelen waarin kaliumjodide als geneesmiddel staat genoemd, terwijl kaliumjodide ook als zodanig is opgenomen in de diverse farmacopees.

Nu blijkens de diverse adviesrapporten van de Gezondheidsraad betreffende de jodiumvoorziening de invoering van de "joderingsbepaling" in het Broodbesluit louter en alleen wordt gemotiveerd als strumaprophylaxe heeft het Hof ten onrechte de omschrijving van het begrip geneesmiddel in bedoelde wet niet van toepassing geacht. Immers kaliumjodide in broodzout is onmiskenbaar een toegevoegde substantie welke is bestemd te worden gebruikt voor het voorkomen van ziekten.

MIDDEL II.

Verzuim van vormen waarvan de niet-naleving nietigheid met zich meebrengt en/of schending van het recht, in het bijzonder de artikelen 358 en 359 Sv. alsmede artikel 1 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening doordat het Hof het begrip geneesmiddel in artikel 1 van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, mede gelet op het doel en de strekking van die wet, in casu in redelijkheid niet van toepassing heeft geacht, welke overweging onjuist is danwel onvoldoende met redenen omkleed.

TOELICHTING

MIDDEL. III

TOELICHTING

TOELICHTING