Hoge Raad, 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:582, 24/03121
Hoge Raad, 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:582, 24/03121
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 10 april 2026
- Datum publicatie
- 10 april 2026
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:582
- Formele relaties
- In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2024:2144
- Zaaknummer
- 24/03121
Inhoudsindicatie
Omzetbelasting; art. 9, lid 2, letter a, Wet OB; post a.1, van Tabel I bij de Wet OB; punt 1 van Bijlage III van BTW-richtlijn 2006; levensmiddelen voor menselijke consumptie; magische truffels; rechtszekerheidsbeginsel.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/03121
Datum 10 april 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juli 2024, nrs. 22/1571 en 22/15721, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 22/801 en BRE 22/815) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting over de periode 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2018 en de periode 1 januari 2019 tot en met 31 augustus 2019.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.J.C. Perdaems, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door A.J.C. Perdaems, advocaat.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 23/03016, ECLI:NL:HR:2026:450.
3 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.