Ga verder naar content

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 25-10-2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:243, CUR201902514 t/m CUR201902516 en CUR201902518 t/m CUR201902522

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 25-10-2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:243, CUR201902514 t/m CUR201902516 en CUR201902518 t/m CUR201902522

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
25 oktober 2019
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2019:243
Zaaknummer
CUR201902514 t/m CUR201902516 en CUR201902518 t/m CUR201902522

Inhoudsindicatie

Belanghebbende is een rechtspersoon. Zij heeft aan het Gerecht meegedeeld dat zij niet in staat is het griffierecht te betalen. Het Gerecht vat dit op als een beroep op betalingsonmacht. Het Gerecht oordeelt dat niet alleen natuurlijke personen, maar ook rechtspersonen zich kunnen beroepen op betalingsonmacht. Een rechtspersoon dient aannemelijk te maken dat zij niet in staat is het verschuldigde griffierecht te voldoen, ook niet door bijdragen van bestuurders of aandeelhouders In dit geval is daarvan niet gebleken. Belanghebbende is derhalve in verzuim door het niet betalen van griffierecht. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Uitspraak van 25 oktober 2019

BBZ nrs. CUR201902514 t/m CUR201902516 en CUR201902518 t/m CUR201902522

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO

UITSPRAAK

Op het beroep in de zin van de

Landsverordening beroep in belastingzaken van:

[BELANGHEBBENDE], gevestigd te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1 HET PROCESVERLOOP

1.1

Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen loonbelasting voor de maanden augustus en september 2018 opgelegd ten bedrage van elk NAf 855. Daarbij zijn verzuimboetes van respectievelijk NAf 50 en NAf 100 opgelegd vanwege het niet tijdig indienen van de aangiften.

1.2

Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen premieheffing AVBZ voor de maanden augustus en september 2018 opgelegd ten bedrage van elk NAf 90. Daarbij zijn verzuimboetes van respectievelijk NAf 50 en NAf 100 opgelegd vanwege het niet tijdig indienen van de aangiften.

1.3

Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen premieheffing AOV/AWW voor de maanden augustus en september 2018 opgelegd ten bedrage van elk NAf 427. Daarbij zijn verzuimboetes van respectievelijk NAf 50 en NAf 100 opgelegd vanwege het niet tijdig indienen van de aangiften.

1.4

Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen premieheffing BVZ voor de maanden augustus en september 2018 opgelegd ten bedrage van elk NAf 540. Daarbij zijn verzuimboetes van respectievelijk NAf 50 en NAf 100 opgelegd vanwege het niet tijdig indienen van de aangiften.

1.5

Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt.

1.6

De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 21 mei 2019 de naheffingsaanslagen vernietigd en de verzuimboetes gehandhaafd.

1.7

Belanghebbende heeft op 15 juli 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraken van de Inspecteur.

2 OVERWEGINGEN OMTRENT HET BEROEP

2.1

Ingevolge artikel 7a, letter b, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) kan het Gerecht, totdat partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het Gerecht ziet in dit geval daartoe aanleiding.

2.2

Op grond van artikel 18, lid 1, LBB in samenhang met artikel 1, sub b Landsbesluit griffierechten beroep in belastingzaken, is belanghebbende voor het door haar ingestelde beroep NAf 150 aan griffierecht verschuldigd. Ingevolge artikel 18, lid 3, LBB dient het griffierecht betaald te zijn binnen zes weken na de uitnodiging tot betaling van de griffier.

2.3

In artikel 18, lid 4, LBB is bepaald dat als het griffierecht niet tijdig is betaald, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.

2.4

De griffier van het Gerecht heeft bij brief van 2 augustus 2019 belanghebbende gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht. Daarbij is opgemerkt dat als het bedrag niet binnen zes weken is betaald, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2.5

Nadien heeft de griffier op 17 september 2019 een herinnering inzake de betaling van het griffierecht verstuurd. Daarbij is opgemerkt dat als het bedrag niet uiterlijk op 1 oktober 2019 is betaald, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2.6

Belanghebbende heeft in haar brief van 30 september 2019 opgemerkt dat zij niet in staat is het griffierecht te betalen. Het Gerecht vat dit op als een beroep op betalingsonmacht.

2.7

Belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is, tenzij het beroep op betalingsonmacht kan slagen.

2.8

De indiener is niet in verzuim indien de heffing van het verschuldigde griffierecht het voor hem onmogelijk of uiterst moeilijk maakt om gebruik te maken van zijn recht op toegang tot de rechter (vgl. HR 28 maart 2014, nr. 12/03888, ECLI:NL:HR:2014:699; GEA Curaçao 19 januari 2018, nr. CUR201600617, ECLI:NL:OGEAC:2018:4).

2.9

Een beroep op betalingsonmacht ten aanzien van het griffierecht wordt beoordeeld op basis van de hoogte van het inkomen en het vermogen in de periode die aanvangt nadat de griffier de rechtzoekende voor de eerste maal op de verschuldigdheid van griffierecht heeft gewezen en eindigt op de datum waarop het griffierecht uiterlijk moet zijn betaald (vgl. HR 7 december 2018, nr. 18/00936, ECLI:NL:HR:2018:2266).

2.10

Niet alleen natuurlijke personen, maar ook rechtspersonen kunnen zich beroepen op betalingsonmacht. Een rechtspersoon dient aannemelijk te maken dat zij niet in staat is het verschuldigde griffierecht te voldoen, ook niet door bijdragen van bestuurders of aandeelhouders (vgl. HR (civiel) 27 januari 2012, nr. 11/03496, ECLI:NL:HR:2012:BV2020).

2.11

In dit geval is niet gebleken dat belanghebbende in de periode van augustus en september 2019 niet in staat is het verschuldigde griffierecht van NAf 150 te voldoen, eventueel door bijdragen van bestuurders of aandeelhouders. Daarom is niet gebleken dat de heffing van dit bedrag het recht van belanghebbende op toegang tot de rechter aantast. Belanghebbende is derhalve in verzuim door het niet betalen van griffierecht.

2.12

Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak komt het Gerecht niet toe.

3 BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is vastgesteld door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël van der Biezen BSc, en uitgesproken op 25 oktober 2019.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op …………………… aan partijen verzonden.

VERZET

Tegen deze onmiddellijke uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum schriftelijk verzet doen bij:

Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

Is het Gerecht van oordeel dat het verzet gegrond is, dan vervalt deze uitspraak en wordt de zaak alsnog in behandeling genomen.

U wordt verzocht bij het indienen van het verzetschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het verzetschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het verzetschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het verzet).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende verzetschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gerecht in eerste aanleg: belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het doen van verzet is geen griffierecht verschuldigd.