Home

Rechtbank Den Haag, 23-05-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9766, AWB - 24 _ 5362

Rechtbank Den Haag, 23-05-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9766, AWB - 24 _ 5362

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23 mei 2025
Datum publicatie
13 juni 2025
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:9766
Zaaknummer
AWB - 24 _ 5362
Relevante informatie
Art. 3.81 Wet IB 2001

Inhoudsindicatie

In geschil is of de aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of het vertrouwensbeginsel is geschonden.

Uitspraak

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 24/5362

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2022 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 7 juni 2024 de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2025.

Eiser is verschenen.

Namens verweerder zijn [naam 1] en mr. [naam 2] verschenen.

Overwegingen

Feiten

1. Gedurende het belastingjaar 2022 heeft eiser achtereenvolgens bij vier verschillende werkgevers gewerkt, te weten [bedrijfsnaam 1] , [bedrijfsnaam 2] B.V. [bedrijfsnaam 3] C.V. en [bedrijfsnaam 4] B.V. Ook heeft eiser een uitkering van het UWV ontvangen.

2. Eiser heeft in 2022 meermaals een voorlopige aanslag IB/PVV 2022 aangevraagd c.q. gewijzigd. Verweerder heeft naar aanleiding van deze aanvragen/wijzigingen verschillende teruggaven verleend. Op 7 maart 2023 heeft eiser zijn aangifte IB/PVV 2022 ingediend. Op 8 maart 2023 heeft eiser een gewijzigde aangifte IB/PVV 2022 ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 36.530.

3. Verweerder heeft op 9 mei 2023 een nadere voorlopige aanslag IB/PVV 2022 overeenkomstig de gewijzigde aangifte van eiser opgelegd naar een te betalen bedrag van € 5.220. Deze nadere voorlopige aanslag is als volgt opgebouwd:

Loon uit tegenwoordige arbeid € 23.355
Loon uit vroegere arbeid € 15.794 +
Aandeel saldo inkomsten en kosten eigen woning € 1.652 -/-
Betaalde uitgaven voor inkomensvoorzieningen € 620 -/-
Inkomen uit werk en woning € 36.877

Persoonsgebonden aftrek
Aftrek specifieke zorgkosten € 347 -/-

Belastbaar inkomen werk en woning € 36.530

Verzamelinkomen € 36.530

Bedrag van de voorlopige aanslag

Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen € 6.881
Loonheffing € 7.045 -/-

Bedrag voorlopige aanslag € 164 -/-

Berekening voorlopige aanslag

Bedrag nieuwe voorlopige aanslag (H.20.07) € 164
Bedrag vorige aanslag (H.20.06) € 5.384 -/-
Te betalen bedrag € 5.220

4. Met dagtekening 9 februari 2024 heeft verweerder, overeenkomstig de gewijzigde aangifte van eiser van 8 maart 2023, de definitieve aanslag IB/PVV (de aanslag) aan eiser opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 36.530.

Geschil 5. In geschil is of de aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of het vertrouwensbeginsel is geschonden.

6. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij erop mocht vertrouwen dat de teruggaven op de voorlopige aanslagen correct waren en dat hij daarom het bedrag van € 5.220 niet hoeft terug te betalen. Daarnaast verzoekt eiser om een schadevergoeding.

7. Volgens verweerder is niet sprake van een rechtens te beschermen vertrouwen dat de aanslag doorkruist.

Beoordeling van het geschil

8. Ter zitting is komen vast te staan dat niet in geschil is dat de aanslag juist is vastgesteld en dat daaruit volgt dat eiser de eerder ontvangen voorlopige aanslagen ten bedrage van € 5.220 alsnog verschuldigd is.

9. Eiser stelt dat hij naar aanleiding van een van de voorlopige aanslagen telefonisch contact had opgenomen met verweerder om er zeker van zijn dat die voorlopige aanslag juist was vastgesteld, en dat hem daarbij is geantwoord dat de voorlopige aanslagen en dus ook de teruggaven daarop correct zijn vastgesteld.

10. De rechtbank vat deze stelling van eiser op als een beroep op het vertrouwensbeginsel. Dat beroep faalt. Naar vaste jurisprudentie kan niet rechtens te beschermen vertrouwen worden ontleend aan een voorlopige aanslag als zodanig. 1 Dat kan pas als de belastingplichtige uit uitlatingen van de inspecteur of uit bijzondere bijkomstige omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen afleiden van de inspecteur weloverwogen een standpunt heeft ingenomen. Daarvan is in dit geval geen sprake. Zoals ter zitting is komen vast te staan, heeft verweerder bij het telefoongesprek verweerder niet meer gezegd dan dat de voorlopige aanslagen kloppen met de door eiser ingediende verzoeken om voorlopige aanslagen. Daaraan kan niet worden ontleend dat verweerder een weloverwogen standpunt had ingenomen over de elementen van de op te leggen definitieve aanslag.

11. De rechtbank begrijpt hoe vervelend het is voor eiser om te worden geconfronteerd met de terugbetalingsverplichting, vooral omdat hij het bedrag van € 5.220 al had besteed en een lening heeft moeten aangaan om aan de terugbetalingsverplichting te voldoen, maar dat maakt de aanslag niet onjuist en levert geen grond op voor vernietiging daarvan.

12. De terugbetalingsverplichting is ontstaan doordat de werkgevers van eiser te weinig loonbelasting hebben ingehouden en/of doordat onjuiste voorlopige aanslagen zijn gedaan. Daarvan kan verweerder geen verwijt worden gemaakt. Omdat verweerder niet onrechtmatig heeft gehandeld, is veroordeling van hem tot vergoeding van schade niet aan de orde.

13. Gelet op wat hiervoor is overwogen dient het beroep ongegrond te worden verklaard en het verzoek om schadevergoeding te worden afgewezen.

Proceskosten

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Rechtsmiddel