Home

Rechtbank Noord-Holland, 24-12-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:12296, AWB - 20 _ 530

Rechtbank Noord-Holland, 24-12-2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:12296, AWB - 20 _ 530

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 december 2021
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:12296
Zaaknummer
AWB - 20 _ 530

Inhoudsindicatie

Onbevoegd ten aanzien van mededeling verrekening. Gemachtigde is geen professionele rechtsbijstandsverlener.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/530

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 december 2021 in de zaak tussen

[X] , wonende te [Z] , eiser

(gemachtigde: A. van Velsen ),

en

de ontvanger van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen, Landelijk incassocentrum, kantoor Enschede, verweerder.

Verweerder heeft aan eiser een mededeling verrekening invorderingsrente gedaan.

Eiser heeft een bezwaarschrift ingediend.

Verweerder heeft het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft aan eiser bij brief met dagtekening 22 april 2021 vragen gesteld over het beroep op betalingsonmacht griffierecht en de juridische dienstverlening van Juradvin .

Bij brief van 26 mei 2021 heeft eiser een verzoek tot wraking van de rechters ingediend. Bij beslissing van 10 juni 2021 heeft de wrakingskamer van de rechtbank dit verzoek afgewezen en bevolen dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Partijen hebben voor de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2021 te Haarlem. Deze zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld met de zaken met nummers: HAA 20/394, HAA 20/395, HAA 19/4532, HAA 19/4672, HAA 19/5466, HAA 20/529, HAA 20/531, HAA 20/647,

HAA 20/2029 en HAA 20/2030. Eiser is in persoon verschenen, de gemachtigde is zonder bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. [A 1] , [B] , mr. [C] , [D] ,

[E] en [F] .

Overwegingen

Feiten

1. Met dagtekening 29 mei 2015 heeft de Belastingdienst/Toeslagen ten aanzien van eiser de beschikking huurtoeslag 2013 genomen. Eiser dient een bedrag van € 1.914 terug te betalen. De laatste vervaldag is 10 juli 2015.

2. Met dagtekening 4 juli 2019 ontvangt eiser een ‘mededeling verrekening of terugbetaling’ betreffende de verwerking van de ten aanzien van eiser genomen negatieve aanslag ib/pvv 2017. Daarbij is een bedrag van € 303 verrekend met de beschikking huurtoeslag 2013, waarvan € 288 op de hoofdsom en € 45 op de invorderingsrente. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.

3. Met dagtekening 9 juli 2019 ontvangt eiser de rentebeschikking waarop staat vermeld dat een bedrag van € 45 aan invorderingsrente in rekening is gebracht op de beschikking huurtoeslag 2013.

4. Met dagtekening 16 juli 2019 ontvangt eiser een brief van verweerder waarin is vermeld dat de verrekening met betrekking tot de beschikking huurtoeslag 2013 is teruggedraaid.

5. Op 15 oktober 2019 stelt eiser verweerder in gebreke wegens het niet nemen van een uitspraak op het bezwaar. De ingebrekestelling is door verweerder ontvangen op

21 oktober 2019.

5. Op 31 oktober 2019 wordt het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Met dagtekening 29 oktober 2019 heeft verweerder het dwangsomverzoek afgewezen.

6. Eiser is eigenaar van de eenmanszaak Juradvin .

7. De gemachtigde heeft in het verleden meermalen namens Juradvin opgetreden.

Geschil 8. In geschil is of verweerder eiser ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en de verschuldigdheid van een dwangsom. Voorts is in geschil of eiser aanspraak kan maken op het niet hoeven voldoen van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Tevens is in dat kader in geschil of de rechtbank het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. Daarnaast houdt partijen verdeeld of verweerder de uitspraak op bezwaar juist heeft geadresseerd.

Beslissing

Rechtsmiddel