Rechtbank Noord-Holland, 25-09-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11095, HAA 24/6520
Rechtbank Noord-Holland, 25-09-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11095, HAA 24/6520
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 25 september 2025
- Datum publicatie
- 4 november 2025
- Zaaknummer
- HAA 24/6520
- Relevante informatie
- Art. 203 DWU
Inhoudsindicatie
Douane. Vrijstelling van invoerrechten voor trouwring omdat de ring in dezelfde staat is teruggekeerd. Voor de andere twee ringen geen vrijstelling van invoerrechten, omdat er geen sprake is van toegestane behandelingen.
Uitspraak
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/7885
uitspraak van de enkelvoudige douanekamer van 25 september 2025 in de zaak tussen
en
Dit beroep gaat over de vraag of vrijstelling van invoerrechten moet worden verleend voor drie ringen die een reiziger uit Turkije terug heeft meegenomen.
Procesverloop
Op 19 juni 2023 heeft verweerder aan eiseres een uitnodiging tot betaling (utb)met kenmerk [#] uitgereikt van € 696,73, bestaande uit € 72,50 aan douanerechten en
€ 624,23 aan omzetbelasting.
Verweerder heeft het daartegen gemaakte bezwaar met de uitspraak op bezwaar van
16 oktober 2024 ongegrond verklaard.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een nader stuk overgelegd.
De zaak is op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen samen met haar echtgenoot [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. [naam 2] .
Feiten
1. Eiseres, woonachtig in Nederland, is op 19 juni 2023 vanuit Turkije op Schiphol aangekomen. Eiseres verliet de aankomsthal via het zogenaamde groene kanaal “niets aan te geven”. Tijdens een controle zijn, zo volgt uit de Douane Registratie en Afdoening, de volgende goederen aangetroffen:
“AantalOmschrijving 1 stuk
Vindplaats Ruimbagage/handbagage
(…)
Grondslag € 1.300
(…)
ExtraOmschrijving 1x gouden trouwring 14K met 0,25ct Brilliant
(…)
AantalOmschrijving 1 stuk
Vindplaats Ruimbagage/handbagage
(…)
Grondslag € 1.600
(…)
ExtraOmschrijving 2x gouden ringen 14K met 0,25ct Brilliant (…)”.
2. Op 19 juni 2023 heeft verweerder eiseres verhoord. Daarvan is een op ambtsbelofte proces-verbaal fiscaal van verhoor opgemaakt met nummer 2023-0203-002715 (proces-verbaal). In dit proces-verbaal is - voor zover van belang - het volgende vermeld:
“(…) 2. Tijdens de controle verklaarde u dat u de siliconen steentjes van de ring heeft laten vervangen door nieuwe diamanten stenen. Klopt ja?
Antwoord: ja.
3. Tijdens de controle verklaarde u dat u de sierraden heeft laten repareren en schoonmaken? Klopt dat?
Antwoord: repareren en het schoonmaken zit erbij.
4. Waarom heeft u de goederen niet bij de douane aangegeven?
Antwoord: ik heb er geen weet van. Ik dacht ik ga in mijn moeders ring daarvan de steentjes laten vervangen en daarin nieuwe steentjes laten zetten want die ring had ik al heel lang liggen.
5. Wilt u nog iets toevoegen aan uw verklaring?
Antwoord: ik heb het garantiebewijs alleen maar mee genomen voor mijn verzekering (…)”.
3. Verweerder heeft vervolgens de utb uitgereikt.
4. In bezwaar heeft eiseres twee geldopnamebonnetjes overgelegd met dagtekening
13 juni 2023 respectievelijk 15 juni 2023 voor een bedrag van € 235 respectievelijk € 350. Ook heeft eiseres twee documenten overgelegd ‘Guarantee & Quality Certificate’ van [bedrijf] (certificaten). Op deze certificaten staat:
“(…) Date : 15.06.2023
Product Type : Trouwring
Product Code: : Special made
Material : 14ct Goud
Price : 1.300 €uro
Specialities :
14CT Goude Trouwring met 0,25ct Brilliant (…)”
“(…) Date : 15.06.2023
Product Type : Ringen
Product Code: : Special made
Material : 14ct Goud
Price : 1.600 €uro
Specialities :
14CT Ring met Brilliant 0,25ct (…)”.
5. Met de uitspraak op bezwaar heeft verweerder de utb gehandhaafd.
Geschil en standpunten van partijen
6. In geschil is of terecht een utb is opgelegd. Daarbij ligt de vraag voor of de ringen kunnen worden aangemerkt als terugkerende goederen die vallen onder de vrijstelling van invoerrechten en omzetbelasting.
7. Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte de utb heeft opgelegd. Eiseres heeft drie ringen door het groene kanaal meegenomen: een trouwring, een gouden ring met drie briljanten (moeders ring) en een gouden ring met één briljant (ring voor het zilveren huwelijk). Eiseres heeft de ringen gekocht of geërfd in Nederland, dus het zijn Uniegoederen. Ter onderbouwing overlegt eiseres voor de trouwring een betaalbon met dagtekening 16 april 1970 van een winkel in Rotterdam en voor moeders ring een pagina uit een testament. Omdat het gaat om Uniegoederen, stelt eiseres dat zij daarover geen invoerrechten en omzetbelasting verschuldigd is. De ringen bevinden zich ook in dezelfde staat bij terugkomst. In Turkije is de trouwring wegens een ongeval doorgeknipt en gerepareerd. Daarbij is geen goud toegevoegd. Bij de andere twee ringen heeft eiseres alleen de steentjes vervangen: drie zirkonia steentjes door drie briljanten (moeders ring) respectievelijk twee briljanten door 1 briljant (ring voor het zilveren huwelijk). Hiervoor heeft eiseres twee betalingen verricht voor een bedrag van € 235 respectievelijk € 350. De certificaten geven de dagwaarde van de ringen weer en dus niet de aankoopwaarde.
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de utb.
8. Verweerder betwist dat de ringen Uniegoederen zijn. Als goederen uit derde landen, zoals Turkije, het douanegebied worden binnengebracht wordt ervan uitgegaan dat deze goederen niet-Uniegoederen zijn. Bij terugkeer naar Nederland moet eiseres aantonen dat de goederen in dezelfde staat terugkeren. Dat heeft zij niet gedaan. Door het plaatsen van die briljanten zijn namelijk nieuwe goederen ontstaan.
Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.