Home

Rechtbank Noord-Nederland, 17-08-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3325, 18/750012-20 ontneming

Rechtbank Noord-Nederland, 17-08-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3325, 18/750012-20 ontneming

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17 augustus 2022
Datum publicatie
15 september 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2022:3325
Zaaknummer
18/750012-20 ontneming

Inhoudsindicatie

Mega-zaak Vidar. Inzet criminele burgerinfiltrant. De rechtbank heeft 15 verdachten veroordeeld voor feiten die verband houden met de uitvoer van forse hoeveelheden harddrugs, witwassen, deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit. Vijf verdachten zijn vrijgesproken. De straffen die rechtbank heeft opgelegd variëren van 7 jaar gevangenisstraf tot 80 uur taakstraf.

Zie ook ECLI:NL:RBNNE:2022:3017.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie

Leeuwarden

parketnummer 18/750012-20

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 17 augustus 2022 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

in de zaak tegen

[veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [straatnaam].

A. Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 maart 2022, 13 april 2022, 26 april 2022 en 12 mei 2022.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. M.S. Kappeyne van de Coppello en H.J. Mous en van hetgeen veroordeelde en zijn raadslieden mrs. J-H.L.C.M Kuijpers en A.A. Boersma, beiden advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

Beoordeling van de ontnemingsvordering

1 Standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben op 8 maart 2021 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank vaststelt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, Sr, wordt geschat op een bedrag van € 12.335,00, en dat aan veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling van dit bedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze vordering hebben de officieren van justitie op 13 april 2022 bij requisitoir gehandhaafd.

2 Standpunt van de verdediging

De raadslieden hebben geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering van de officieren van justitie.

1 Vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank heeft veroordeelde in de strafzaak met parketnummer 18/750012-20 bij vonnis van 17 augustus 2022 - voor zover hier van belang - veroordeeld tot een straf ter zake van het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Uit dit vonnis komt naar voren dat veroordeelde op vijf verschillende momenten in de periode van 14 oktober 2018 tot en met 1 april 2019 harddrugs (amfetamine (speed) en/of cocaïne en/of MDMA) heeft verkocht aan de buitenlandse afnemer A-4133. Bij deze transacties trad A4110 op als tussenpersoon van veroordeelde en A-4133. Hij ontving daarvoor bemiddelingskosten van veroordeelde (zaaksdossier 2, 3, 4, 5 en 6).

De rechtbank stelt op basis van de inhoud van de hierna te noemen wettige bewijsmiddelen vast dat veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de deze strafbare feiten.1

1.1.

Zaaksdossier 2

Op 10 oktober 2018 bestelt A-4110 - voor A-4133 - één kilogram speed en 100 gram cocaïne bij [veroordeelde].2

Op 14 oktober 2018 levert [veroordeelde] de voor A-4133 bestemde speed aan A-4110.3 [veroordeelde] heeft de speed ingekocht voor € 900,00. A-4110 en [veroordeelde] spreken af dat de speed voor € 1.200,00 wordt verkocht aan A-4133.4

Op 15 oktober 2018 levert [veroordeelde] de voor A-4133 bestemde cocaïne aan A-4110. [veroordeelde] heeft de cocaïne ingekocht voor € 3.100,00. A-4110 en [veroordeelde] spreken af dat de cocaïne voor € 3.500,00 wordt verkocht aan A-4133.5

Op 15 oktober 2018 betaalt A-4133 € 4.700,00 aan [veroordeelde] voor de geleverde speed en cocaïne.6

Op 19 oktober 2018 krijgt A-4110 € 350,00 van [veroordeelde].7

1.2.

Zaaksdossier 3

Op 11 november 2018 bestelt A-4133 vijf kilogram speed bij [veroordeelde]. A-4133 en [veroordeelde] spreken een prijs af van € 1.200,00 per kilogram speed. Bij een afname van 10 kilogram speed wordt de prijs € 1.100,00 per kilogram.8

Op 12 november 2018 wordt de speed aan A-4133 geleverd.9 A-4133 betaalt [veroordeelde] € 6.000,00 voor de geleverde speed.10

Op 12 november 2018 krijgt A-4110 € 750,00 van [veroordeelde].11

1.3.

Zaaksdossier 4

Op 6 december 2018 bestelt A-4110 - voor A-4133 -10 kilogram speed bij [veroordeelde].12

Op 11 december 2018 wordt de speed aan A-4133 geleverd. A-4133 betaalt € 11.000,00 aan [veroordeelde] voor de geleverde speed.13

Op 11 december 2018 krijgt A-4110 € 950,00 van [veroordeelde], waaronder € 50,00 aan onkosten.14

1.4.

Zaaksdossier 5

Op 4 februari 2019 bestelt A-4110 - voor A-4133 - 10 kilogram speed bij [veroordeelde].15

Op 14 februari 2019 vindt een ontmoeting plaats tussen A-4133, A-4110 en [veroordeelde].

Tijdens die ontmoeting geeft A-4133 dat de vorige keer te weinig speed is geleverd.

[veroordeelde] en A-4133 spreken af dat [veroordeelde] de volgende keer één kilogram speed extra zal leveren.16

Op 14 februari 2019 wordt de speed aan A-4133 geleverd. A-4133 betaalt € 11.000,00 aan [veroordeelde] voor de geleverde speed.17

Op 15 februari 2019 ontvangt A-4110 € 300,00 van [veroordeelde].18

1.5.

Zaaksdossier 6

Op 14 maart 2019 bestelt A-4133 10 kilogram speed en één kilogram MDMA bij [veroordeelde]. Zowel de speed als de MDMA kosten € 1.100,00 per kilogram. Verder is [veroordeelde] A-4133 nog één kilogram speed verschuldigd.19

Op 24 maart 2019 levert [veroordeelde] de voor A-4133 bestemde verdovende middelen - naar zijn zeggen - 13 kilogram speed (twee kilogram meer dan gepland) en 950 gram MDMA, af bij A4110.20

Op 1 april 2019 vindt een ontmoeting plaats tussen A-4133, A-4110 en [veroordeelde]. Tijdens die ontmoeting geeft A-4133 aan dat hij de door [veroordeelde] teveel geleverde speed ook afneemt. De prijs van de MDMA wordt vastgesteld op € 1.045,00 (aangezien er slechts 950 gram is geleverd) en de prijs van de speed op € 1.100,00 per kilogram. A-4133 overhandigt € 12.050,00 aan [veroordeelde] (terwijl hij [veroordeelde] € 12.045,00 verschuldigd is) voor de geleverde 10 kilogram speed en 950 gram MDMA.21 A-4133 zal [veroordeelde] op een later moment betalen voor de overige hoeveelheid speed.22

Op 1 april 2019 krijgt A-4110 € 750,00 van [veroordeelde].23

Op 16 mei 2019 overhandigt A-4110 € 1.650,00 aan [veroordeelde] voor de nog niet betaalde speed.24 Deze hoeveelheid speed blijkt uiteindelijk niet twee kilogram te zijn, maar slechts 1.589 gram.25

2 Schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel