Home

Rechtbank Noord-Nederland, 30-10-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4437, LEE 25/254

Rechtbank Noord-Nederland, 30-10-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4437, LEE 25/254

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30 oktober 2025
Datum publicatie
4 november 2025
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:4437
Zaaknummer
LEE 25/254
Relevante informatie
Art. 29 Wet OB 1968, Art. 31 Wet OB 1968

Inhoudsindicatie

OB, formeel belastingrecht, niet voldaan aan vormvereiste verzoek om teruggaaf omzetbelasting wegens niet-betaling, bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, rechtbank onbevoegd voor zover het de amtbshalve beoordeling betreft.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/254


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 30 oktober 2025 in de zaak tussen


[X] , uit [Z] , eiseres

(gemachtigde: J. Sierts),

en

de inspecteur van de Belastingdienst MKB/kantoor Groningen, de inspecteur

(gemachtigde: [gemachtigde inspecteur] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 11 december 2024.

1.1.

Eiseres heeft de inspecteur bij brief van 7 januari 2019 verzocht om een teruggaaf omzetbelasting.

1.2.

De inspecteur heeft de brief aangemerkt als een bezwaarschrift gericht tegen de voldoening op aangifte voor het derde kwartaal van 2018 en dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De inspecteur heeft het verzoek tevens aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering. Dit verzoek heeft hij afgewezen.

1.3.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De inspecteur heeft nadere stukken overgelegd.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 19 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de inspecteur, bijgestaan door [persoon 1] .

Feiten

2. Eiseres deed, in elk geval tot en met het derde kwartaal van 2018, per kwartaal aangifte omzetbelasting.

3. Eiseres is een dienstverlener die zich richt op administratie en belastingadvies. Eiseres heeft dergelijke diensten verleend aan de bedrijven van [A]. Het gaat om [A1] en de vennootschappen [A2], [A3] en [A4] (de bedrijven van [A]).

4. Eiseres heeft in de periode van 2001 tot en met 2017 onder andere aangiften omzetbelasting en vennootschapsbelasting voor de bedrijven van [A] ingediend.

5. Ter zake van deze prestaties heeft eiseres aan de bedrijven van [A] facturen met omzetbelasting uitgereikt. De bedrijven van [A] hebben vanaf 2006 geen facturen meer betaald. De laatste facturen die eiseres aan de bedrijven van [A] heeft uitgereikt, dateren van 9 augustus 2017.

6. Eiseres heeft op 7 januari 2019 een brief met stukken aan de inspecteur doen toekomen. In deze brief staat, voor zover hier van belang, het volgende:

Door [J] in ontvangst genomen op 7 januari 2019

(…)

[Z] (Gron), 7 januari 2019

(…)

De volgende stukken breng ik vandaag ter inspektie:

1. Terugvrage OB in niet betaalde facturen van vier klanten t.g.v. het kantoor B.V. (met een volle ordner met stukken)”.

7. Bijlage 1 bij de brief van 7 januari 2019 (zie 6.) betreft een andere brief van eiseres gericht aan de inspecteur. In deze brief staat onder meer het volgende:

Eenrum november 2018

Onderwerp: Terugvrage OB in openstaande vorderingen van de volgende bedrijven:

[A1]

[A2]

[A3]

[A4]

8. In de uitspraak op bezwaar van 11 december 2024 staat onder meer het volgende:

Betreft: Beslissing op bezwaar btw-teruggaaf (omzetbelasting)

Op 7 januari 2019 kreeg ik uw verzoek om btw-teruggaaf over het tijdvak 2001 tot en met 2017. Het ging om vorderingen op de heer [A], [A2], [A3] en [A4] In deze brief deel ik u mijn beslissing mee.

Ontvankelijkheid

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Bijlage: overzicht van enkele relevante wetsbepalingen

Informatie over hoger beroep

Bijlage