Home

Rechtbank Noord-Nederland, 08-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:31, LEE 24/3157

Rechtbank Noord-Nederland, 08-01-2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:31, LEE 24/3157

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
8 januari 2026
Datum publicatie
27 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:31
Zaaknummer
LEE 24/3157
Relevante informatie
Art. 228a Gemw, Art. 6:22 Awb

Inhoudsindicatie

Rioolheffing. Beroep is ongegrond. Het zorgvuldigheidsbeginsel is wel geschonden bij het opleggen van de aanslag. In bezwaar en beroep is deze onzorgvuldigheid hersteld door de heffingsambtenaar. De rechtbank passeert met toepassing van artikel 6:22 van de Awb de schending. Hierdoor blijven de uitspraak op bezwaar en de aanslag in stand. Eiseres krijgt wel haar griffierecht en proceskosten vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/3157


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 8 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 juni 2024.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan eiseres voor het jaar 2024 een aanslag in de rioolheffing opgelegd voor onder meer het perceel [adres] .

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen eiseres, bijgestaan door [persoon A] en [persoon B] . Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [persoon C] en [persoon D] .

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep