Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1168, 22/6096
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1168, 22/6096
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 februari 2024
- Datum publicatie
- 1 maart 2024
- Zaaknummer
- 22/6096
- Relevante informatie
- Art. 2.7 Wet IB 2001, Art. 7.8 Wet IB 2001, Art. 8.9 Wet IB 2001, Art. 21bis Uitv besl IB 2001
Inhoudsindicatie
heffingskorting niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtige
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/6096
[belanghebbende] , uit [plaats] , [district] (Duitsland), belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 21 november 2022.
De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting (IB) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 0.
Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 78 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag en de belastingrentebeschikking gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep op 10 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde en mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] , namens de inspecteur.