Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1343, 22/4947
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-02-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1343, 22/4947
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 28 februari 2024
- Datum publicatie
- 8 maart 2024
- Zaaknummer
- 22/4947
- Relevante informatie
- Art. 3.90 Wet IB 2001, Art. 27e AWR, Art. 55 AWR, Art. 67d AWR
Inhoudsindicatie
En 22/4948. Inkomstenbelasting / hennep
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/4947 en 22/4948
[belanghebbende] uit [plaats 1] , belanghebbende
(gemachtigde mr. G.J.P.M. Mooren),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, (de inspecteur).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 27 september 2022.
De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2019 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 339.537. Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 7.679 belastingrente in rekening gebracht en belanghebbende een vergrijpboete van € 82.705 opgelegd (de boetebeschikking).
De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2019 een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) opgelegd naar een bijdrage-inkomen van € 51.244. Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 33 belastingrente in rekening gebracht.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2019 gegrond verklaard en het bezwaar tegen de aanslag Zvw 2019 ongegrond verklaard. De inspecteur heeft de aanslag IB/PVV 2019 verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 332.647. Daarbij is de belastingrente verminderd tot € 7.514 en de vergrijpboete tot € 80.922. Bij afzonderlijke beschikking heeft de inspecteur een kostenvergoeding toegekend van € 538.
De rechtbank heeft het beroep op 6 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van belanghebbende en, namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1] en drs. [inspecteur 2] .