Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-11-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8088, 24/6287

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-11-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8088, 24/6287

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 november 2025
Datum publicatie
25 november 2025
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:8088
Zaaknummer
24/6287
Relevante informatie
Art. 29 Wet OB 1968, Art. 6:49 BW, Art. 67c AWR

Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft afspraken gemaakt met haar crediteuren met betrekking tot de betaling van facturen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een finale kwijting. De rechtbank verwerpt ook het subsidiaire standpunt van belanghebbende aangezien uit de overgelegde stukken niet is af te leiden of partijen een bepaalde waarde aan de voornoemde afspraken hebben toegekend en wat die waarde zou moeten zijn. Dit brengt mee dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd nu niet in geschil is dat de op de facturen in rekening gebrachte belasting eerder volledig in aftrek is gebracht. De naheffingsaanslag en de daarmee samenhangende belastingrente dienen evenwel te worden verminderd in verband met een gewijzigd standpunt van de inspecteur. De verzuimboete dient te worden vernietigd omdat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een pleitbaar standpunt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 24/6287

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 november 2025 in de zaak tussen


[belanghebbende] B.V., c.s., gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. J.J.M. Lamers),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 juli 2024.

1.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 30 augustus 2023 aan belanghebbende een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van € 108.588 (de naheffingsaanslag).

1.2.

Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur belanghebbende € 7.836 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking) en een verzuimboete opgelegd van € 5.514 (de verzuimboete).

1.3.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de verzuimboete verminderd naar € 500. De naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking heeft de inspecteur gehandhaafd.

1.4.

De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

Partijen hebben voorafgaand aan de zitting pleitnota’s overgelegd. Deze zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.6.

De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, in de persoon van [naam] , de gemachtigde van belanghebbende en namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] . Belanghebbende heeft ter zitting een aanvullend stuk ingediend en ook een exemplaar daarvan verstrekt aan de inspecteur.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep