Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-02-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1054, BRE 24/4151 t/m 24/4154
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-02-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1054, BRE 24/4151 t/m 24/4154
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 februari 2026
- Datum publicatie
- 27 februari 2026
- Zaaknummer
- BRE 24/4151 t/m 24/4154
- Relevante informatie
- Art. 9.6 Wet IB 2001, Art. 25c AWR
Inhoudsindicatie
De rechtbank verklaart de beroepen wegens het uitblijven van een beslissing op de verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen IB/PVV 2019 en 2020 niet-ontvankelijk, omdat de verzoeken vallen onder de ‘massaal bezwaar plus’-procedure. De rechtbank verklaart het beroep wegens het uitblijven van een beslissing op het verzoek om ambtshalve vermindering van de voorlopige aanslag IB/PVV 2022 niet-ontvankelijk, omdat inmiddels op het verzoek is beslist en de definitieve aanslag onherroepelijk vaststaat. Het beroep wegens het uitblijven van een beslissing op het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2021 is gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/4151 t/m 24/4154
[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Frankrijk), belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op de verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2019 tot en met 2021 en de voorlopige aanslag IB/PVV over het jaar 2022 met dagtekening 4 februari 2024.
De rechtbank heeft de beroepen op 6 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur mr. [inspecteur 1] en
mr. [inspecteur 2] .