Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1336, 25/2203
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-03-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1336, 25/2203
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 2 maart 2026
- Datum publicatie
- 9 maart 2026
- Zaaknummer
- 25/2203
- Relevante informatie
- Art. 4:17 Awb, Art. 6:22 Awb, Art. 8:29 Awb, Art. 11 AWR, Art. 27h AWR, Art. 28 AWR, Art. 5 AWR, AWR, Art. 3:41 Awb, Awb
Inhoudsindicatie
Bron van inkomen. Het voordeel was niet redelijkerwijs te verwachten. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/2203
[belanghebbende] , uit [plaats] (België), belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van 18 maart 2025.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.576 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 17.481 (de aanslag). Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag heeft de inspecteur aan belanghebbende € 58 belastingrente vergoed (de belastingrentebeschikking).
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur, mr. drs. [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .