Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-01-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:226, BRE - 24/5730, 24/5731, 24/7689, 24/7690, 24/7701 en 24/7702

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21-01-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:226, BRE - 24/5730, 24/5731, 24/7689, 24/7690, 24/7701 en 24/7702

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21 januari 2026
Datum publicatie
28 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:226
Zaaknummer
BRE - 24/5730, 24/5731, 24/7689, 24/7690, 24/7701 en 24/7702
Relevante informatie
Art. 15, lid 1 Wet OB 1968, Art. 7, lid 1, Wet OB 1968, Art. 13 Wet OB 1968, Art. 34b Wet OB 1968, Art. 35d Wet OB 1968, Art. 67d AWR

Inhoudsindicatie

Naheffingsaanslagen OB 2019 en 2020, aanslagen IB/PVV en Zvw 2019 en 2020, omkering en verzwaring bewijslast, redelijke schatting, boete, ISV

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 24/5730, 24/5731, 24/7689, 24/7690, 24/7701 en 24/7702


uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 21 januari 2026 in de zaken tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 5 juli 2024, 18 juli 2024, 30 oktober 2024 en 31 oktober 2024.

1.1.

De inspecteur heeft over de tijdvakken gelegen in de perioden 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 (2019) en 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 (2020) naheffingsaanslagen omzetbelasting (OB) aan belanghebbende opgelegd. De inspecteur heeft voor de jaren 2019 en 2020 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) aan belanghebbende opgelegd. Bij de naheffingsaanslagen OB 2019 en 2020 en de aanslagen IB/PVV 2019 en 2020 heeft de inspecteur ook boetes aan belanghebbende opgelegd (de boetebeschikkingen). Verder heeft de inspecteur bij de naheffingsaanslagen OB 2019 en 2020 en de aanslag IB/PVV 2019 belastingrente aan belanghebbende in rekening gebracht en bij de aanslag IB/PVV 2020 belastingrente aan belanghebbende vergoed (de belastingrentebeschikkingen). Het voorgaande kan als volgt worden samengevat:

Zaaknr.

Jaar

Soort

Dagtekening

Aanslagnummer

Belasting

Boete

Rente

24/5731

2019

OB

26-10-2023

[BSN] .F.02.9501

€ 28.870

€ 14.435

€ 4.278

24/7689

2019

IB/PVV

13-10-2023

[BSN] .H.96.01

€ 67.115

€ 23.424

€ 6.278

24/7701

2019

Zvw

13-10-2023

[BSN] .W.96.01.4

€ 3.187

-

-

24/5730

2020

OB

26-10-2023

[BSN] .F.02.0501

€ 25.868

€ 12.934

€ 3.142

24/7690

2020

IB/PVV

17-11-2023

[BSN] .H.06.01

€ 40.759

-

€ 50 ontv.

24/7702

2020

Zvw

17-11-2023

[BSN] .W.06.01.4

€ 712

-

-

1.2.

De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag OB 2019, de aanslagen IB/PVV 2019 en 2020, en de aanslag Zvw 2020 en alle bijbehorende boete- en belastingrentebeschikkingen ongegrond verklaard. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag Zvw 2019 niet-ontvankelijk verklaard vanwege gebrek aan belang.

1.3.

De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag OB 2020 en de bijbehorende boete- en belastingrentebeschikking gegrond verklaard, de naheffingsaanslag OB 2020 verminderd tot € 25.437, de belastingrentebeschikking dienovereenkomstig verminderd en de boete bij de naheffingsaanslag OB 2020 verminderd tot € 12.718.

1.4.

De rechtbank heeft de zaken op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Gelijktijdig zijn ook de zaken van belanghebbende met 22/1764, 22/2096, 22/5536, 23/1899 tot en met 23/1903, 25/1402 en 25/1403, en de zaken van [persoon 1] , de echtgenote van belanghebbende, met nummers 23/11555 tot en met 23/11558 behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: namens de inspecteur [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , [inspecteur 3] , [inspecteur 4] , [inspecteur 5] , [inspecteur 6] en [inspecteur 7] . Van hetgeen ter zitting is besproken is één proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal wordt gelijktijdig met deze uitspraak aan partijen verzonden.

1.5.

Namens belanghebbende is niemand ter zitting verschenen. De griffier heeft op 11 augustus 2025 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende voor de onderhavige zaken is uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 11 augustus 2025 heeft ontvangen.1 De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd. De rechtbank leidt overigens uit het verdagingsverzoek van belanghebbende (zie 4.1) af dat belanghebbende op de hoogte was van de zitting en dat hij ervoor heeft gekozen om bij afwijzing van het verdagingsverzoek niet ter zitting te verschijnen. De zitting heeft daarom plaatsgevonden zonder de aanwezigheid van belanghebbende.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep